Zoektocht naar mastitisverwekker krijgt vorm

Foto's: Hans Prinsen
Met een on-farmbepaling van de mastitisverwekker kan sneller en gerichter een keuze worden gemaakt tussen behandelen of niets doen.Mastitis speelt in meer of mindere mate op alle bedrijven. Een mastitisgeval kost gemiddeld € 240 en zorgt naast die kosten ook nog eens voor ergernis en extra werk. Alle reden dus om er boven op te zitten. Dat merkte Karien Griffioen ook in haar periode als praktiserend dierenarts. Zij is nu promovendus aan de faculteit diergeneeskunde van Universiteit Utrecht. Ze nam de uitdaging aan om via het 1Health4Food publiekprivate onderzoek, betaald door ZuivelNL en LNV, te bepalen of er behoefte is aan een on-farm methode. Die kan snel de eventuele aanwezigheid van een mastitisverwekker bepalen.In een koppel koeien is altijd wel sprake van een uierinfectie. De kunst is die zo snel mogelijk te detecteren en vast te stellen welke kiem er speelt. On-farm testen zijn dan een toegevoegde waarde. - Foto's: Hans PrinsenBehoefte is erUit een enquête in 2016 blijkt dat een derde van de veehouders wel eens een melkmonster opstuurt voor bacteriologisch onderzoek. Maar voor de uitslag terug is, ben je vaak 2 dagen verder. Een gevoeligheidstest kost nog eens een extra dag.Als er methodes zijn die sneller uitsluitsel geven zou het percentage veehouders dat daar gebruik van maakt, oplopen tot ruim 70%. Voor bepalingen bij subklinische mastitis of droogzetten liggen de percentages lager. Maar ook daar zouden ze verdubbelen naar respectievelijk 55 en 34%.Want uiteindelijk willen veehouders weten welke specifieke bacterie er speelt en welke behandeling daarvoor nodig is. Verder willen veehouders het liefst binnen 8 tot 12 uur, of voor de volgende melking, een uitslag en mag het niet te veel kosten. Liever niet meer dan € 15. Zo neem je op de juiste manier een melkmonster:Draag melkershandschoenen
Maak uier, speen en speenpunt schoon met een uierdoek
Melk minimaal drie stralen melk weg
Ontsmet de speenpunt
Als u meerdere kwartieren gaat bemonsteren, begint u bij het ontsmetten van de spenen bij de spenen die het verst van u afstaan
Ontsmet met alcoholdoekjes of spiritus 80% met watten
Vouw de alcoholdoekjes niet uit, maar wrijf ze tegen de speentop
Neem monsterbuisje in de niet-melkende hand
Druk met uw duim het dopje naar boven; zorg dat de dop zover omhoog staat dat de opening van de buis volledig vrij is
Voorkom dat u de binnenkant van het dopje raakt
Als u meerdere kwartieren gaat bemonsteren, begin dan met de spenen die het dichtst bij u staan
Melk opnieuw drie stralen weg
Houd het buisje schuin en zorg dat het openstaande dopje voorkomt dat er vervuiling in de buis kan komen
Melk het buisje het liefst met één straal tot het indicatiestreepje (ongeveer driekwart) vol
Druk het dopje stevig vast
Voor opsturen naar de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD) zijn er aanvullende adviezen op de GD-site De witverkleuring aan de randen van de melkuitstrijk zijn typerend voor Staph Aureus.Geen gouden standaardGezien de behoefte heeft Griffioen wereldwijd gezocht naar beschikbare en praktische on-farmtesten. Hiervan zijn er vier ingezet op melkmonsters die door veehouders voor bacteriologisch onderzoek naar de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD) zijn gestuurd. De melk is onderzocht door GD en tegelijkertijd ook ingezet op de vier testen. Die kunnen allemaal minimaal het volgende aantonen: geen groei, aanwezigheid van Gram-positieve bacteriën, aanwezigheid van Gram-negatieve bacteriën, S. aureus en S. agalactiae. Er is geen gouden standaard voor het aantonen van mastitisverwekkersUit dit onderzoek blijkt dat voor de Gram-positieve bacteriën de overeenkomst tussen de uitslag van bacteriologisch onderzoek en de vier testen vrij laag is. De overeenkomst in de uitslagen voor Gram-negatieve bacteriën is juist wel hoog. “Maar er is geen ‘gouden standaard’ voor het aantonen van mastitisverwekkers”, zo geeft Griffioen aan. Het is dan ook niet te voorspellen wat het effect is van het gebruik van on-farmtesten voor behandelbeslissingen bij mastitis.Om dat te achterhalen is er nu vervolgonderzoek ingezet met twee van de vier eerder onderzochte testen. Op deelnemende melkveebedrijven wordt melk van koeien met milde of matige mastitis op basis van loting wel of niet onderzocht met een test door de veehouder. Ernstige mastitis is uitgesloten van het onderzoek omdat daar altijd direct actie nodig is. Doel is te achterhalen of een test leidt tot betere genezing en gerichter antibioticagebruik.Veehouder kan gerichter actie ondernemenMet een on-farmtest kan een veehouder gerichter actie ondernemen. Als je niets weet, moet de veehouder bij milde of matige mastitis een eerste keus middel (smalspectrum) inzetten. Dat kan met de middelen Orbenin Lactation, Ubropen of Procapen. Het plaatsen van de agarplaten in de broedstoof. De eenmalige aanschaf ligt rond de €150. Per monster zijn er ongeveer €3 additionele kosten.Na 12 tot 24 uur zijn de platen af te lezen.Als er getest is – en er is geen groei – dan is een antibioticumbehandeling niet zinvol. De koe pakt immers de ziekteverwekkers zelf ook aan en het kan dus goed zijn dat de verwekker al opgeruimd is. Maar dan moeten er nog wel resten van de infectie worden afgevoerd die zichtbaar zijn in de vorm van bijvoorbeeld vlokjes in de melk. Als de aanwezigheid van een Gram-negatieve bacterie aangetoond wordt, dan mag de veehouder naar een tweede keus breedspectrum middel grijpen.Test in NederlandOp dit moment is alleen de 3M Rapid Coliform Petrifilm-test breed beschikbaar voor de Nederlandse melkveehouderij. Deze test wordt ook gebruikt door Zoetis en geleverd via dierenartsen die de testen kunnen bestellen via de groothandel. De test is heel erg simpel en is vooral snel, geeft Otlis Sampimon, uiergezondheidsdeskundige bij Zoetis, aan. Dat is belangrijk voor de veehouder. Veehouders grepen vroeger naar antibiotica, nu wachten ze vaker af; in de tijd tot een volgende melking kan een snelle test uitsluitsel bieden“Bij een klinische mastitis, in de vorm van vlokjes en of zwelling (graad 1 of 2), werd vroeger direct naar antibiotica gegrepen. Die tijd is wel voorbij. Tegenwoordig wachten veehouders meestal heel even af. In die tijd tot de volgende melking kan een snelle test uitsluitsel bieden.”De test toont aan- of afwezigheid aan van coliformen. Als op deze test groei wordt aangetoond door coliformen (verkleuring van de plaat van rood naar geel) is het advies om te behandelen voor Gram-negatief (breed spectrum). Als er geen groei wordt aangetoond, wordt ervan uitgegaan dat er een Gram-positieve bacterie speelt. Volgens Griffioen is dat laatste onnauwkeurig omdat geen groei ook eenvoudigweg kan betekenen dat er geen bacterie meer speelt. In dat laatste geval is behandelen met een antibioticum niet nodig.Het is de bedoeling dat elk onderzoek op deze manier naar de dierenarts wordt ge-appt. Zo houdt die een vinger aan de pols en is eventueel antibioticagebruik verantwoord.Sneltest geeft alleen richting“Om onnodige behandeling te voorkomen, is het juist van belang dat de veehouder goed naar zijn koeien kijkt”, geeft Sampimon aan. “Geen groei staat niet gelijk aan niet behandelen met een eerste keusmiddel, maar betekent gericht naar de koe kijken en zien of de uierontsteking nog speelt.”“Nemen de verschijnselen af of zijn ze weg, dan is behandelen niet nodig. De koe heeft heeft op basis van eigen weerstand de infectie overwonnen. Als er nog wel verschijnselen zijn dan weet je in elk geval dat de kans groot is dat je met het juiste middel behandelt.”De sneltest geeft echter alleen richting in de actie die de veehouder kan ondernemen bij klinische mastitis. Het is geen goed middel om te achterhalen welke bacterie op een bedrijf het meest voorkomt. Daarvoor zijn minimaal tien bacteriologische onderzoeken bij GD of bij de dierenartspraktijk die deelneemt aan de rondzendoefening nodig.Praktische cursus van De Graafschap DierenartsenDe Graafschap Dierenartsen biedt veehouders een praktische cursus Mastitis en Bacteriologie aan. De cursus voorziet in kennis over uierontsteking en preventie daarvan.
Een belangrijk onderdeel is de aandacht voor eerste, tweede en derde keusbehandelingen en de diagnostiek van mastitis. Er wordt geleerd om met behulp van een broedstoof, agarplaten en een speciale lamp op het eigen bedrijf snel te bepalen welke kiem mastitis veroorzaakt.
Hiervoor moeten veehouders zelf een melkmonster in de broedstoof zetten en die de dag erna beoordelen met behulp van een beslisboom. Op basis van de gevonden kiem wordt gericht behandeld of wordt besloten niet te behandelen. Een van de veehouders die dit al doet is Ada RoozenAda Roozen (48) van vof Terkuis heeft een melkveebedrijf in Laag Keppel (Gld.) en test al 4 jaar melkmonsters op het eigen bedrijf.Roozen test al vier jaar melkmonsters op het eigen bedrijf. “We zijn ermee begonnen omdat best veel koeien, tot zo’n 30 %, een keer of vaker mastitis hadden. Daarbij waren ook te veel nieuwe gevallen.” Roozen nam monsters voor bacteriologisch onderzoek. “Maar voor je dat weggebracht hebt en de uitslag binnen is, ben je 2 dagen verder.” Met de test heeft ze na 24 uur uitsluitsel, en soms al na 12 uur. “Coliformen groeien heel snel. Dat zie je eerder.”
Bij uierontsteking is er bijna altijd sprake van een bacteriële infectie. De vraag is of het gebruik van antibiotica gerechtvaardigd is of dat de koe het zelf al effectief heeft aangepakt.
Begin dit jaar volgde Roozen een opfriscursus. Koeien met vlokjes in de melk of lichte zwelling worden bemonsterd. Heel vaak krijgt de koe dan al een pijnstiller. Een klein beetje melk wordt op een bepaalde manier verdeeld over drie verschillende schaaltjes.
Roozen: “Op de eerste zie je of er groei is en of er dus een bacterie speelt. Het tweede schaaltje toont groei van coliformen en de derde laat streptokokken zien. Het kan dus nooit zo zijn dat op schaal twee en drie groei is. Het is altijd een van de twee.” Bij sommige verwekkers, zoals aureus, is er alleen groei op de eerste schaal en niet op de tweede en derde.
Celgetal laatste keer op 159
Op het bedrijf van Roozen komen vooral Str. Uberis en Staph. aureus voor. En dan helaas een resistente vorm. Dat betekent veelal dat de koe op de lijst van af te voeren dieren komt.
“Het is een kwestie van de lange adem. Koeien afvoeren is nooit leuk. We zijn nu een paar jaar bezig om het celgetal te verlagen. De laatste keer zaten we op 159 en daar zijn we heel blij mee.”
Af en toe test Roozen ook koeien met een hoog celgetal uit de mpr zonder verschijnselen. “Daar zie je regelmatig geen groei. Dan heeft de koe de bacterie zelf al overwonnen of zijn er nog maar zo weinig dat er geen groei meer is.”
Voor Roozen betekent zelf testen vooral dat ze grip krijgt op de uiergezondheid. Ook wordt het antibioticagebruik inzichtelijk en te verantwoorden. Dat laatste is meer consumentgericht.Workshop in oktoberZelf meer horen over het onderzoek van Karien Griffioen? En in een workshop ervaren hoe je on-farm melkmonsters test? Dat kan tijdens de themadag ‘Doelgericht (be)handelen bij uiergezondheidsproblemen. Deze is 18 oktober in Dronten. Aanmelden kan hier. Het programma is gratis, maar vol is vol.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









