Zo doen zij dat: inrichting ziekenboeg

Foto's: Bert Jansen en Marije Brummelhuis-Thybaut
Varkenshouders Driessen, Hannen en Brummelhuis vertellen hoe zij hun zieke dieren huisvesten en welke keuzes zij daarbij maken.Met extra zorg en aandacht en ruimte en comfort kunnen verzwakte en zieke dieren in een aparte ziekenboeg (na een eventuele behandeling) mogelijk opknappen en herstellen. Verzwakte varkens komen bij individuele huisvesting of in kleine groepen meer tot rust en hebben gelegenheid om voldoende voer en water op te nemen. Bij het werken met een ziekenboeg zijn de hygiëne en de diergezondheid belangrijke aandachtspunten. Hoe richt je als varkenshouder je ziekenboeg in en hoe ga je daar dan vervolgens mee om? Jeroen Driessen, Roy Hannen en Jarno Brummelhuis hanteren verschillende werkwijzen en doen het ieder op hun eigen manier. Lees hieronder de verhalen.Inrichting ziekenboekBij Driessen Agro vof is aan het einde van de centrale gang een ziekenboeg/restafdeling ingericht voor gespeende biggen. Bij de controleronde is dit vanuit hygiëneoverwegingen standaard de laatste afdeling die wordt bezocht.Maatschap Hannen-Mevissen werkt niet met één ziekenboeg, maar met selectiehokjes per afdeling. Het werken met deze selectiehokjes is al jaren een beproefd concept op het bedrijf. Bij Fokbedrijf Brummelhuis is de ziekenboeg niet standaard in gebruik. Dat is ook niet nodig, aldus de varkenshouders. Lees verder onder de foto‘s.
Jeroen Driessen (27) houdt samen met zijn ouders Henny en Henriëtte 500 zeugen in het Brabantse Someren. Driessen Agro Vof is Frievar-deelnemer. Het bedrijf levert biggen van 25 kilo. - Foto's: Bert JansenDe jonge varkenshouder Jeroen Driessen geeft deze verzwakte gespeende biggen extra zorg en aandacht in de ziekenboeg. Het bedrijf telt 2.400 biggenplaatsen, 29,1 gespeende biggen per zeug per jaar. Uitval na spenen is 3%.‘Gespeende biggen laten herstellen in de ziekenboeg’Bij de stalbouw in 2011 richtte Driessen Agro vof een ziekenboeg/restafdeling in. Daar kunnen verzwakte biggen herstellen.
De ziekenboeg/restafdeling voor de gespeende biggen bevindt zich aan het einde van de centrale gang. Bij de controleronde is dit vanuit hygiëneoverwegingen standaard de laatste afdeling die wordt bezocht. “We komen er meerdere keren per dag, variërend van 2 tot 3 keer”, vertelt Jeroen Driessen.
De ziekenboeg/restafdeling bestaat uit 4 hokken van ruim 4 vierkante meter per stuk. De hokjes bieden plaats aan 8 gespeende biggen. De hokinrichting is van kunststof, zodat de varkenshouders op eenvoudige wijze kunnen reinigen en ontsmetten. De biggen lopen er op rubberen matten, die ingestrooid zijn met zaagsel en kalk. “Dankzij die matten komen de biggen gemakkelijker overeind.”
Pootproblemen biggen
Het aantal biggen in de ziekenboeg verschilt per ronde, maar blijft over het algemeen beperkt tot slechts enkele dieren. “Meestal hebben we 1 of 2 biggen per hok.” Biggen die in de ziekenboeg verblijven, kampen veelal met pootproblemen of hebben last van streptokokken. “We leggen ze apart, zodat ze kunnen herstellen.” In de ziekenboeg komen de biggen tot rust, beschikken ze over extra comfort en krijgen ze extra aandacht. “Ze kunnen drinken via de nippel en krijgen voer via het reguliere circuit. Daarnaast plaatsen we 2 extra kommen met water en verse brok.”
Streptokokkennahetspenen
Eventuele problemen komen vaak enkele weken na het spenen aan het licht. “Streptokokken zien we meestal 3 à 4 weken na het spenen. De pootproblemen zien we vaak bij een gewicht van 18 tot 20 kilo ontstaan.” Probleemdieren blijven meestal enkele weken in de ziekenboeg en worden niet teruggeplaatst in de groep. Ze worden met de overige biggen meegeleverd. “In de groep vallen ze terug. In de ziekenboeg behouden ze hun groei.”
Overdekteuitloop
Ook voor zeugen heeft Driessen een ziekenboeg. Dit is een overdekte uitloop van zeven bij drie meter. “Deze ruimte werd voorheen gebruikt om zeugen te stimuleren berig te worden. Nu kunnen we er zeugen met pootproblemen huisvesten. Het is een mooie ruimte, waar zeugen tot rust komen.”
Met extra zorg en aandacht doen ze er bij Driessen Agro vof alles aan om verzwakte dieren op te lappen. “Door de huidige zeugenlijn en berenlijn die nu gebruikt worden, produceer je erg luxe dieren. Hierdoor lever je als vermeerderaar in op vitaliteit. Waardoor je vaker individuele biggen of zeugen moet behandelen.” Lees verder onder de foto‘s.
Roy Hannen (29) heeft met zijn ouders een gemengd bedrijf in het Limburgse Heibloem. De varkenstak is gesloten. Ze werken met TN70-zeugen x Tempo groei. Per 1 februari voldoet het bedrijf aan de eisen van de HyCare-aanpak. - Foto's: Bert JansenOp het varkensbedrijf van Hannen-Mevissen is niet een aparte ziekenboeg ingericht. De varkenshouders werken met kleine selectiehokken per afdeling, zoals Roy Hannen hier laat zien. Het bedrijf telt 1.000 zeugen, 10.000 vleesvarkens en 36.000 vleeskuikens. Daarnaast is er 40 hectare akkerbouw.‘In iedere afdeling een selectiehokje’Maatschap Hannen-Mevissen werkt niet met een ziekenboeg, maar met selectiehokjes per afdeling.
Bij het spenen worden de biggen van Hannen-Mevissen geselecteerd op geslacht en gewicht. De dieren worden gescheiden opgelegd. De gespeende biggen worden gehouden in afdelingen van 350 dieren, met 30 dieren per hok. Verzwakte en zieke biggen worden geselecteerd en apart gehuisvest in een klein hokje, voor in de afdeling.
De dieren worden apart gezet als ze te mager worden, lange haren hebben of niet goed vreten. In de kleine hokjes komen ze tot rust, krijgen ze extra voer en worden ze indien nodig behandeld. “Je ziet ze opknappen. We plaatsen de dieren niet terug in de groep. Ze blijven toch maar hooguit 40 dagen in de biggenafdeling”, zo vertelt Roy Hannen.
Selectiehokjes per afdeling
Het werken met selectiehokjes per afdeling bevalt hem uitstekend. Het is al jaren een beproefd concept op het bedrijf. Een aparte ziekenboegafdeling is wat hem betreft dan ook overbodig. “Ik heb er een hekel aan om met verzwakte en zieke dieren door de stal te lopen. Zo kan je in mijn ogen alleen maar ziektekiemen verspreiden.”
De gedreven varkenshouder heeft een duidelijke visie als het gaat om diergezondheid. “Er is niets makkelijker dan werken met gezonde dieren.” Hygiënisch werken staat daarom hoog in het vaandel op het gesloten varkensbedrijf. “Dat is ook de reden dat we de biggen met onze eigen vrachtwagen naar de vleesvarkenslocatie brengen.”
HyCare-methode
De varkenshouders zijn sinds afgelopen najaar aan het overschakelen op de HyCare-methode van Schippers. Met een uitval van 1% bij de gespeende biggen en een gemiddelde daggroei van 940 gram bij de vleesvarkens wordt er al scherp gedraaid op het bedrijf. Toch denkt Hannen dat er nog meer winst valt te behalen. “We willen de uitval verder verlagen en nog meer focussen op gezondheid en groei. Als het erin zit, moet je het eruit halen. De omschakelperiode kost tijd en energie. We moeten ons de werkwijze eigen maken. Als dat straks een automatisme is, dan kost het ook geen moeite meer. Dan gaan we aan de resultaten zien of HyCare voor ons rendabel is.”
Arbeidskosten
Hannen hoopt dat de investering zich terugverdient met betere resultaten en lagere arbeidskosten. Maar extra arbeidsgemak is voor hem ook niet onbelangrijk. “Door het aanbrengen van coating kunnen we sneller en gemakkelijker schoonmaken. Dat zorgt voor meer arbeidsvreugde. Dat is natuurlijk niet in geld uit te drukken.” Lees verder onder de foto‘s.
Jarno Brummelhuis (38) runt in Hoge Hexel (Ov.) samen met zijn vrouw Marije en zijn ouders Harrie en Josephien Fokbedrijf Brummelhuis. Het varkensbedrijf is franchiser van Topigs Norsvin en levert speenbiggen van 25 kilo tot gelten van 8 maanden aan 25 afnemers. - Foto: Marije Brummelhuis-ThybautFokbedrijf Brummelhuis heeft de ziekenboeg niet standaard in gebruik. Dieren die niet zo goed meekomen worden na de kraamopfokperiode weleens bij elkaar gelegd. Het bedrijf telt 520 zeugen. Er zijn 2.200 opfok- en vleesvarkensplaatsen. Uitval biggen tot spenen ligt op 8%. Uitval gespeende biggen is 0,5%.‘Ziekenboeg niet standaard in gebruik’Subfokbedrijf Brummelhuis heeft de ziekenboeg niet standaard in gebruik.
In samenwerking met stalinrichter Nijenkamp bouwde Fokbedrijf Brummelhuis een zeugenstal naar eigen inzicht. De kraamopfokhokken naar eigen ontwerp springen in de stal het meest in het oog. De stal van Brummelhuis trekt de aandacht in binnen- en buitenland. Op zeker 3 plekken is/wordt een exacte kopie van de stal gebouwd. Onlangs leidde Jarno Brummelhuis een Engelse delegatie rond op zijn bedrijf. Na afloop van de rondleiding werd hem gevraagd naar de afdeling met zieke dieren. “Ze geloofden me niet toen ik hen antwoordde dat die afdeling bij ons niet standaard in gebruik is.”
Monitoring Topigs Norsvin
Brummelhuis levert als subfokker aan 25 vermeerderaars. Diergezondheid en hygiëne staan hoog in het vaandel. Daar wordt hij als Topigs-franchiser ook streng op gecontroleerd. “Wij worden gemonitord door Topigs Norsvin. We moeten onze zaakjes goed voor elkaar hebben. We leveren aan klanten die ook steeds hygiënischer werken.” Fokbedrijf Brummelhuis heeft geen SPF-status. Dat is ook niet direct een streven. “Maar onze gezondheidsstatus is wel van een voldoende hoog niveau. Wij willen hier sterke en robuuste dieren met een goede weerstand afleveren.”
Kraamopfokhokken
Meerdere factoren dragen bij aan de lage uitval op het bedrijf. Brummelhuis noemt de kraamopfokhokken, de genetica en het biestmanagement als belangrijke pijlers onder het succes. De speenleeftijd is 28 dagen. Door de kraamopfokhokken is er in de dagen daarna geen speendip. “De weerstand van de dieren komt niet onder druk te staan.” Aan het biestmanagement wordt op het bedrijf veel tijd en aandacht besteed. Bij tomen met grote biggen legt Brummelhuis biggen met een volle maag tijdelijk weg, al op de eerste dag. Kleine biggen profiteren daar ten volste van. “We leggen de grote biggen na de eerste biestopname weg in afgedekte speciekuipen met zaagsel. Veel extra tijd en werk kost dat echt niet.”
Geen standaard ziekenboek
Natuurlijk zijn er ook bij Brummelhuis zo nu en dan zwakke en zieke dieren. “We behandelen echt weleens een toom biggen. Kreupele biggen en dieren met longontsteking passeren ook soms de revue. Maar rare dingen zien we gelukkig niet. Een standaard ziekenboeg is daarom niet nodig.”
De biggen blijven in het kraamopfokhok totdat ze 25 kilo wegen. Daarna legt Brummelhuis soms enkele wat zwakkere dieren bij elkaar, zodat deze gelijkgestemde biggen aan kunnen sterken.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









