‘Wet DBA: kabinet toont slappe knieën’
Het kabinet noemt het ‘de juiste balans’. De Tweede Kamer noemt het realisme. Maar wie het dossier schijnzelfstandigheid al langer volgt, ziet vooral iets anders: bestuurlijke besluiteloosheid. Met het besluit om ook in 2026 geen verzuimboetes op te leggen bij schijnzelfstandigheid, zwicht het kabinet opnieuw voor politieke druk. Slappe knieën, vermomd als zorgvuldigheid.

De Belastingdienst worstelt met de uitvoerbaarheid van de Wet DBA. Foto: Jan Willem Schouten
Formeel blijft de Wet DBA van kracht. In de praktijk wordt de handhaving wederom uitgesteld, afgezwakt en omgeven met zachte termen als ‘bedrijfsbezoek’ en ‘waarschuwend karakter’. Pas na zo’n bezoek kan een boekenonderzoek volgen, en alleen dat kan leiden tot naheffingen. Boetes blijven voorlopig taboe, tenzij sprake is van aantoonbare kwaadwillendheid. Daarmee blijft de boodschap aan de markt dubbelzinnig: de regels gelden, maar de consequenties blijven beperkt.
Dat is problematisch. Niet alleen voor de geloofwaardigheid van de overheid, maar ook voor opdrachtgevers die wél proberen het juiste te doen. Zij investeren in compliance, herijken contracten en passen werkrelaties aan, terwijl concurrenten die het minder nauw nemen opnieuw lucht krijgen. Gelijke monniken, gelijke kappen? Voorlopig niet.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









