Vrijwillige bemonstering op aardappelmoeheid

Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

HLB – De Groene Vlieg mag niet de officiële bemonstering op aardappelmoeheid (AM) uitvoeren, maar wel de vrijwillige AM-bemonstering.Met de vrijwillige bemonstering kan een teler goed inzicht krijgen in de AM-situatie van zijn perceel. De hoeveelheid grond bij deze vrijwillige bemonstering is afhankelijk van het monstersysteem, of monstermethode en lengte van het perceel. Meestal ligt het tussen de 0,8 en 2 liter per monster. De monsterbreedte is meestal 6 of 9 meter, of een veelvoud hiervan, en de maximum prikbreedte is 9 meter.CystenAardappelmoeheid is bij de wet geregeld en de grond moet voor iedere aardappelteelt vrij zijn van cysten. De cysten bevatten aaltjes die de wortels van de aardappelplant aantasten en zo de aardappelmoeheid veroorzaken. Wettelijk is het verder geregeld dat er een bepaalde tijd is om weer terug te komen met aardappels op het zelfde perceel. Voor poot- en consumptieaardappelen geldt een vruchtwisseling van 1 op 3. Voor fabrieksaardappelen is dat in het daarvoor aangewezen TBM-gebied 1 op 2.MaatregelenBij officieel vastgestelde besmettingen moeten er maatregelen worden getroffen om het perceel weer vrij te krijgen voor een volgende pootgoedteelt. Op besmette stroken mogen alleen consumptieaardappelen worden geteeld met een geregistreerd resistent ras die de populatie verminderen.In de praktijk wordt er eerst vrijwillig bemonsterd met een hoge kans om AM aan te tonen zodat er maatregelen genomen kunnen worden voor en/of tijdens de volgende aardappelteelt. Indien er vrijwillig geen, of zeer weinig, besmetting is gevonden kan het perceel worden aangemeld voor officiële bemonstering.Direct na oogst monsterenDe monsters door HLB – De Groene Vlieg worden zoveel mogelijk direct na de aardappeloogt genomen. Dit heeft namelijk vele voordelen. De informatie van de laatste aardappelteelt (vermeerdering of vermindering) zit vooral in de bovenste laag. Er is nog geen grond verplaatst door bijvoorbeeld kilveren, dus de informatie bij meerdere rassen op en perceel, kan nog goed per ras worden gemeten. Geren en wendakkersOok geren en wendakkers zijn bijvoorbeeld nog goed in beeld en kunnen apart worden bemonsterd. De uitslag is door de vroege bemonstering ook altijd ver voor de volgende teelt bekend, zodat er vooral op rasniveau al vroegtijdig goede keuzes kunnen worden gemaakt. Bij een AM-haard kan zelfs nog een rassenkeuzetoets worden uitgevoerd.AM-populaties steeds virulenterDe AM-populaties in Nederland en de ons omringende landen nemen toe in virulentie. Dit houdt in dat er sterkere rassen met meer resistentie nodig zijn om ze te beheersen. Dit vraagt om een extra slimme aanpak. Vooral monitoring door bemonstering en aanpassing van de rassenkeuze bij besmettingen is hierbij de eerste belangrijke stap in de beheersing van AM. Alleen opgedane kennis via rassenkeuzetoetsen met praktijkpopulaties geven hierbij de beste informatie. Alleen HLB voert deze rassenkeuzetoetsen uit.Volgend seizoen?Wat zijn de verwachtingen voor het volgende seizoen? AM beheersen is een constant gevecht. Alleen door zeer consequent te monsteren, en het juiste ras te kiezen kan AM goed worden beheerst. Kennis van rassen en populaties zijn hierbij het sleutelwoord.

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Snel delen


Sectornieuwsbrief Akkerbouw


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.