‘Voorstel Nitraatrichtlijn doodsteek korrelmais’

Foto: Ronald Hissink
Specialisten betwijfelen de zin en mogelijkheid van onderzaai in mais, zeker bij korrelmais. Ze dringen aan op aanpassingen in het zesde Actieprogramma Nitraatrichtlijn.In het voorstel voor het zesde Actieprogramma Nitraatrichtlijn staat dat in de maisteelt op zand en lössgronden per 1 januari 2019 onderzaai verplicht is, dan wel geoogst moet worden voor 21 september met direct opvolgend inzaaien van een vanggewas. Lees ook: Keus voor verplicht vanggewas niet zo vreemdOogst later dan 21 septemberSnijmais wordt vaak al later geoogst dan 21 september. Voor korrelmais, mks of ccm-doeleinden ligt de optimale oogstdatum nog later. “21 september is voor korrelmais veel te vroeg”, stelt Oscar Koppelman, relatiemanager bij Pioneer. Dan resteert de mogelijkheid van onderzaai. Dit is eigenlijk ook geen optie in korrelmais, want tijdens de oogst wordt de restplant versnipperd en op het veld achtergelaten. “Maar voor een goede vertering moet je het wel inwerken en daarmee vernietig je ook de onderzaai. Berijden en vervolgens ondersneeuwen van een onderzaai met pakweg twee centimeter versnipperde maisplant is nou ook niet echt een steuntje in de rug van de onderzaai. Daar komt dan niets van terecht”, zo voorspelt Jos Groot Koerkamp, manager ruwvoerteelt bij Limagrain. Onderzaai snijmaisKoppelman is het met Groot Koerkamp eens, maar voor snijmais ziet hij wel mogelijkheden, al luistert een onderzaai. onder andere met betrekking op de gebruikte gewasbeschermingsmiddelen, wel nauw en slaagt het niet altijd. Overigens denkt hij dat onderzaai bij snijmais voor velen ook de enige optie is. “Want heel vroege mais (voor 21 september rijp, red.) brengt ruwweg 2,5 ton droge stof per hectare minder op dan middenvroege rassen. Zeker nu binnen derogatie maximaal 20 procent bouwland mag zijn, is en blijft drogestofopbrengst belangrijk.”‘Ik heb bijna nergens een geslaagde onderzaai gezien’Onderzaai niet vaak toegepastOndanks dat onderzaai al een fenomeen is dat al meer dan 20 jaar wordt bestudeerd, wordt het nog zeer weinig toegepast. Groot Koerkamp denkt dat dit komt omdat het heel vaak niet slaagt. “Het klimaat onder een maisgewas is heel anders dan we verwachten en door de schaduwwerking is de opkomst van de onderzaai vaak maar heel matig. Kijk maar eens naar dit jaar. Ik heb bijna nergens een geslaagde onderzaai gezien. Wat doe je dan als teler? En hoe reageert de overheid via controles daarop?”, vraagt hij zich af.‘Doodsteek teelt korrelmais’Arjan Lassche, Agro Service Manager van KWS stelt het helder. “Als de voorwaarden in het voorstel niet wijzigen is dit de doodsteek voor de teelt van korrelmais. De overheid richt zich op beperken van de uitspoeling. Ik richt mij liever op vergroten van de opvang.” Zo zoekt hij liever de landbouwkundige oplossing. “Achterlaten en onderwerken van de gewasresten draagt bij aan verbeteren van de bodemvruchtbaarheid en daarmee het bindend vermogen van de grond. En bij groter bindend vermogen spoelt er ook minder uit. De regelgeving zou daar ruimte moeten bieden.” Vrijstelling in het kader van plaagbestrijdingAls laatste wijst Groot Koerkamp op andere randvoorwaarden. “In een jaar als dit met overvloed aan ruwvoer kunnen veehouders besluiten om de mais later te oogsten als ccm of mks. Als je dan geen onderzaai hebt gedaan is die flexibiliteit hoe dan ook weg. En denk aan de opmars van de maisstengelboorder”, zegt Groot Koerkamp. Deze mot veroorzaakt behoorlijke schade en wordt al enkele jaren, ook dit jaar weer, in Limburg gevonden. Om deze goed te bestrijden, dan wel te beheersen, moet er stoppelbewerking plaatsvinden en moeten gewasresten ondergewerkt worden. Dus pleit hij voor vrijstelling in het kader van plaagbestrijding.Lees ook: Hakselen en stoppels wegklepelen in één werkgang
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









