Voorspoedige grasonderzaai in mais

Foto: Peter Roek

Foto: Peter Roek


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

Het percentage veehouders dat mais teelt op zandgrond en gebruikmaakt van onderzaai varieert van 20 tot 90%. Dat blijkt uit een belronde onder loonbedrijven.Per 1 oktober moet na snijmais op zand- en lössgrond een vanggewas zijn gezaaid. Dat kan door de mais voor of uiterlijk op 1 oktober te hakselen en direct een vanggewas te zaaien. Maar onderzaai is ook een optie. In dat geval kan de mais later geoogst worden, omdat het vanggewas dan al tijdens de teelt is ingezaaid.Naar schatting heeft zo'n 60% van de veehouders op zand- en lössgrond tijdens de maisteelt een onderzaai laten uitvoeren. - Foto’s: Peter RoekDit jaar kiezen veel veehouders voor het eerst voor onderzaai om niet in september te moeten hakselen. De gemiddelde deelname ligt naar schatting rond 60%, maar dat loopt uiteen van 20% tot 90% per loonbedrijf. Zij hebben daar goed zicht op, want het zijn in de regel de loonbedrijven die de onderzaai uitvoeren. Een klein gedeelte heeft direct na zaaien van de mais een vanggewas gezaaid in de vorm van rietzwenkgras. Zo ook Loonbedrijf Vermeulen in Son en Breugel (N.-Br.). Leon Vermeulen geeft aan dat hij bij zo’n 70% van zijn klanten direct bij zaai ook het vanggewas heeft gezaaid. Hij is tevreden over hoe dat er nu bij staat. Het overgrote deel van de loonbedrijven voert de onderzaai echter uit tijdens de teelt.Regels, controle en sanctiesVeel onderzaaimengsels op basis van Italiaans raaigrasTweede leg weidevogels in gedrangKorte periodeDe mais groeide halverwege juni onder invloed van vocht en warmte snel. Omdat onderzaai in de teelt plaatsvindt kort voor het gewas sluit, betekende dit dat de meest geschikte tijdsspanne amper 3 weken was. Voor sommige loonbedrijven is dat meer dan lang genoeg, maar in de echte maisgebieden, waar loonbedrijven relatief veel hectares moeten onderzaaien, is dag en nacht doorgereden. Dat deed ook loonbedrijf van Eijck in Alphen (N.-Br.).Herbert Hofmeijer in Voorst (Gld.) zegt dat hij met zijn Einbock-wiedeg Aerostar in verschillende stadia kan zaaien. In het begin gelijk met zaaien gebruikt hij rietzwenk. In het 4- tot 6-bladstadium kiest hij voor Engels raaigras en pas bij sluiten van het gewas voor Italiaans. Zo spreidt hij de onderzaai over langere periode.Hoewel loonwerkers de werkzaamheden uitvoeren, blijft de grondeigenaar eindverantwoordelijkDoor de vrij koude en droge maand mei kozen meer maistelers voor onderzaai. KNMI-cijfers tonen dat de gemiddelde temperatuur in mei dit jaar 11,7 graden was. Normaal is dat 13,1 graden. Daardoor ontwikkelde de mais zich na zaai maar heel matig. Dat maakte een flink aantal maistelers toch zenuwachtig, zo melden de loonbedrijven. Angst voor niet-rijpe mais eind september, maakte dat telers daarom toch alsnog kozen voor zekerheid door onderzaai, zo schetst loonbedrijf Markvoort in Markelo (Ov.).Goed contactSommige loonbedrijven hebben zich flink ingespannen om onderzaai via nieuwsbrieven en voorlichtingsavonden onder de aandacht te brengen. Dat geeft ze een goed beeld van de bereidheid om onderzaai uit te voeren. In de meer noordelijke provincies lijkt de deelname ook wat hoger te liggen. Daar start de maisoogst vaak later en voor de meesten is 1 oktober verplicht de mais weg hebben te vroeg. Maurice Steinbusch, secretaris loonwerk bij Cumela, ziet ook dat in de meer noordelijke provincies meer animo is voor en meer bekendheid is met onderzaai.Het contact tussen de loonbedrijven en de telers is extra verstevigd doordat voor de bespuiting van de mais tegen onkruid nog eens gepolst is of telers wel of geen onderzaai willen toepassen.

Ook gebroeders Eugelink in Laag Keppel (Gld.) heeft dat gedaan. Reden is dat bij onderzaai terughoudend of geen gebruik wordt gemaakt van bodemherbiciden in de tankmix. Als de loonbedrijven dat niet zouden doen, komt er van de onderzaai weinig terecht. En hoewel de loonwerkers de werkzaamheden uitvoeren, blijft de grondeigenaar wel eindverantwoordelijk om aan de verplichtingen te voldoen, stelt NVWA.Regels, controle en sanctiesNVWA geeft aan dat de maisteler op zandgrond in de regel 2 mogelijkheden heeft om de groenverplichting in te vullen. Dat kan door voor 1 oktober de snijmais te oogsten en vervolgens direct een vanggewas in te zaaien. Andere optie is tijdens het groeiseizoen onderzaai uit te voeren, zodat het maisgewas op een later tijdstip dan 1 oktober geoogst kan worden. Een eventueel alternatief is om voor 1 oktober bij RVO.nl te melden dat uiterlijk 31 oktober een wintergraan wordt ingezaaid dat in het volgende kalenderjaar als hoofdteelt dient. Voor korrelmais geldt ook een latere inzaaidatum.Het vanggewas moet direct aansluitend op de snijmaisoogst worden geteeld, met als uiterste datum 1 oktober. Er kan dus op 1 oktober worden geoogst en gezaaid. In die situatie zal het perceel dan nog niet groen zijn.InspectieNVWA maakt bij de inspecties op de naleving gebruik van efficiënte technieken en methoden. Waar mogelijk zal risico-gebaseerd gecontroleerd worden. Zo is er bij de controles op teeltjaar 2018 gebruikgemaakt van de analyse van satellietbeelden. De kwaliteit van satellietdata neemt jaarlijks toe evenals ondersteunende technieken als beeldherkenning en geautomatiseerde beeldverwerking, zo geeft NVWA aan. NVWA blijft werken aan het optimaliseren van de juiste en meest effectieve handhavingsmix.Onderzaai niet geslaagdBij een niet geslaagde opkomst, zal aangetoond moeten worden wat de oorzaak daarvan is. Het is de verantwoordelijkheid van de landbouwer om aan te tonen dat hij/zij ‘goede landbouwpraktijken’ heeft toegepast. Bij het telen van een vanggewas na mais op zand- en lössgronden gaat het erom dat de nitraat die nog in de teeltlaag van de bodem aanwezig is, zo goed mogelijk wordt opgenomen door het vanggewas. Het is daarom belangrijk dat een vanggewas zich voldoende kan ontwikkelen nadat het is ingezaaid. Het ideaal daarbij is dat er een maand na 1 oktober een zodanig gewas staat dat dit gewas de bodem bedekt, zo stelt NVWA. Hoewel veel veehouders de gehele teelt uitbesteden aan het loonbedrijf, blijft de eigenaar van het perceel verantwoordelijk voor de verplichtingen van zijn percelen.OvertredingBij niet voldoen aan de regels rondom telen van vanggewas, geeft het interventiebeleid aan dat een bestuurlijke strafbeschikking milieu- en keurfeiten dan wel proces-verbaal opgemaakt kan worden. De hoogte van de boete wordt bepaald door het Openbaar Ministerie die het Feitenboekje Bestuurlijke strafbeschikking milieu- en Keurfeiten publiceert.Bij niet voldoen aan de vanggewasverplichting door derogatiebedrijven wordt tevens een rapportage naar RVO.nl gestuurd die daarop een passende maatregel neemt en mogelijk de derogatie kan laten
vervallen.Het gros van de loonbedrijven voert onderzaai met Italiaans raaigras uit vlak voor sluiten van het gewas. In een iets eerder stadium wordt ook Engels raaigras gebruikt. Rietzwenk wordt gelijktijdig met de mais gezaaid.GraskeuzeVeel onderzaaimengsels zijn op basis van (grotendeels) Italiaans raaigras. Toch is dat niet overal de eerste keuze. Zo geeft Ebel Brandsema van Weco de Hondsrug in Borger (Dr.) aan vooral Engels raaigras te gebruiken. Reden is dat de maisteelt in de regio frequent wordt afgewisseld met de teelt van aardappelen, al dan niet in verhuur. En onder Italiaans raaigras vermeerdert het aardappelcystenaaltje, waar Engels raaigras dat juist tegengaat. Hij tipt zo gelijk ook maistelers in andere gebieden, die overwegen om in de aankomende jaren grond te verhuren voor de aardappelteelt, daar rekening mee te houden.Loonbedrijf Blankespoor in Harskamp (Gld.) heeft bij zo’n 80% van zijn klanten onderzaai uitgevoerd. Blankespoor ziet wel een gevaar. In zijn gebied is de grond soms wat spoorgevoelig. Tot vorig jaar konden veehouders de sporen lostrekken voor de inzaai van het vanggewas. Nu vreest hij dat dit niet meer kan als het vanggewas er al staat. En dat is nadelig voor de structuur van de bodem.WeidevogelsEen ander aspect, dat losstaat van de teelt, maar wel maatschappelijk speelt, is dat de bewerking effect heeft op weidevogels. Paul Arink, bedrijfsleider bij loonbedrijf Sturris in Ruurlo (Gld.), meldt dat specifiek. Want weidevogels nestelen niet alleen in de weide, maar ook op bouwland. Arink heeft verschillende nesten, tweede leg, van scholeksters gezien. Hij geeft aan dat de politiek moet beseffen dat dit soort eisen en verplichtingen, die zij ook invoert, schade kan berokkenen. Dat wordt onderschreven door de
Vogelbescherming.Onderzaai zet weidevogels nog verder onder drukOnderzaai in mais geeft een extra bewerking. Er moet door het gewas gereden worden en veel onderzaaimachines zijn uitgevoerd als een schoffel die aangepast is om ook te kunnen zaaien. Ook wordt met tanden gewerkt om het zaad enigszins in te werken. Dat betekent een oppervlakkige grondbewerking waar weidevogels wel schade van kunnen ondervinden. Volgens Marieke Dijksman van de Vogelbescherming zijn er een aantal vogelsoorten die rond deze periode nog een tweede legsel hebben. Sommige soorten kunnen zelfs tot in augustus nog kuikens hebben. Ze geeft daarbij aan dat absolute aantallen in maisland niet bekend zijn, maar de aanname is dat het in mindere mate geldt voor veldleeuwerik, gele kwikstaart en graspieper, maar in meerdere mate voor scholeksters en kieviten.Kieviten en scholeksters kunnen nog een tweede legsel hebben en rond 15 juni uitkomende eieren of kleine kuikens hebben. Eieren gaan bij bewerking verloren en heel kleine kuikens zijn zeker niet in staat om machines voor te blijven. De kuikens van gele kwikstaart, graspieper en veldleeuwerik zijn nestblijvers; zeker de eerste tien dagen na uitkomen zijn ze aan het nest gebonden en zijn ze dus niet in staat om te vluchten.Daarom stelt de vogelbescherming dan ook dat onderzaai een extra negatieve factor betekent voor de weidevogels die het toch al moeilijk hebben. Vanuit vogelperspectief heeft het gelijktijdig inzaaien van mais en gras dus de voorkeur, zegt Dijksman.AfwachtenSamenvattend vinden de loonbedrijven dat de onderzaai goed is verlopen. Het is nu afwachten hoe de onderzaai zich ontwikkelt tot en na de maisoogst. Dat bepaalt de animo en bereidheid om dat volgend jaar opnieuw te doen. Een tegenvallend jaar levert afhakers op die volgend jaar kiezen voor de vroegste rassen om dan maar op datum te oogsten. Maar de loonbedrijven vrezen ook dat dit een logistieke uitdaging zal zijn. Niet iedereen kan op 30 september aan de beurt zijn om te hakselen.

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Snel delen


Sectornieuwsbrief Rundveehouderij


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.