Vlaamse en Nederlandse jonge boer zijn het akelig eens
Nederlandse en Vlaamse jonge boeren spreken dezelfde taal. Letterlijk en figuurlijk, met wat accentverschillen. Jonge veehouders en akkerbouwers uit de Lage Landen vinden elkaar in de problematiek én de gewenste oplossingen.

De Vlaamse landbouwminister Jo Brouns profileert zich als iemand die naast de boeren staat. - Foto: ANP
Jongen boeren hebben iets bijzonders voor elkaar gekregen, zo ongeveer de halve agrarische sector bij elkaar op een doordeweekse avond. Dat lukt meestal alleen op de Grüne Woche, het jaarlijkse landbouwfeestje in Berlijn. Voor NAJK en de Vlaamse evenknie Groene Kring was het een beetje preken voor eigen parochie, het grootste applaus was steeds voor jonge boeren die pleitten voor duidelijkheid en politieke keuzes.In Nederland is dat ‘perspectief’ gaan heten, die taak heeft minister ‘zeg maar Piet’ Adema geërfd van zijn voorganger. Zijn Vlaamse collega Jo Brouns probeert handen en voeten te geven aan de ‘voedselstrategie’, met ‘een veerkrachtige voedseleconomie’. In Nederland wordt daar de term ‘verdienmodel’ of ‘verdienen in ketens’ aan gehangen. Brouns en Adema hebben eenzelfde stijl van praten en politiek bedrijven, ze zijn ook beide van een christelijke politieke partij. Adema was overigens niet aanwezig, die was in Brussel aan het onderhandelen over het GLB, maar sprak nog maar eens zijn enthousiasme over de jonge agrariërs uit.
‘Productie binnen ecologische grenzen’
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









