Veehandel bezorgd over effect jongveegetal voor export fokvaarzen

Foto: Mark Pasveer
Vee&Logistiek Nederland is bezorgd over het effect van de wijzigingen van het fosfaatreductieplan voor de export van fokvee.“We hebben de eerste signalen al van melkveehouders die voorlopig af willen zien van de export van drachtige vaarzen”, aldus voorzitter Henk Bleker van Vee&Logistiek Nederland. Aantallen kan hij nog niet noemen.
Vorige week maakte staatssecretaris Martijn van Dam (Economische Zaken) bekend dat in het fosfaatreductieplan een jongveegetal wordt ingevoerd, waarmee de verhouding tussen jongvee en melkkoeien om bedrijven wordt vastgelegd. Afvoer van jongvee telt alleen mee voor fosfaatvermindering via de GVE-regeling als het aandeel jongvee in vergelijking tot melkkoeien op het bedrijf niet lager wordt dan op referentiedatum 28 april 2017. Hiermee wordt het tijdelijk stallen van jongvee bij niet-melkproducerende bedrijven uitgesloten als ontsnappingsroute bij fosfaatreductie. Grote zorgen over vee-export“We maken ons grote zorgen over de gevolgen voor de vee-export. De export van fokrunderen loopt heel goed. Sinds november hebben we 40.000 dieren geëxporteerd en ook nu staan de exportstallen vol met dieren die als fokdier geëxporteerd gaan worden.” 60% heeft bestemming Europa, 40% gaat naar een bestemming buiten Europa. “De vraag is nog altijd heel groot”, zegt Bleker. De export van fokvee is volgens hem de meest gunstige manier van fosfaatreductie. “Er worden geen dieren onnodig geslacht en het levert de boer met rond de € 900 tot € 1.000 per drachtige vaars ook meer op dan wanneer de dieren geslacht worden”, zegt Bleker.
Vee&Logistiek wil eerst verder inventariseren wat de gevolgen zijn, voordat er stappen worden overwogen.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









