Van koeien naar meelwormen: geen mestboekhouding, wel dierenwelzijn

Ron Bendijk (44) en Diane Lugtenberg (41) hebben in Luttenberg (Ov.) een meelwormenkwekerij. - Foto: Michel Velderman

Ron Bendijk (44) en Diane Lugtenberg (41) hebben in Luttenberg (Ov.) een meelwormenkwekerij. - Foto: Michel Velderman


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

Van koeien naar meelwormen op hetzelfde bedrijf. Die overstap maakten Ron Bendijk en Diane Lugtenberg zo’n 2 jaar geleden, toen ze besloten iets totaal anders te willen doen.Eerst moest Diane Lugtenberg er niets van weten, van ‘die kriebelbeestjes’. Toch kweekt ze nu samen met haar partner Ron Bendijk meelwormen in een ruimte die voorheen dienst deed als melkveestal. Miljoenen beestjes in kunststofbakken krioelen nu over elkaar heen, daar waar voorheen de koeien stonden. “Het is anders dan koeien, je krijgt geen persoonlijke band met de beestjes, maar het bevalt me wel”, aldus Diane.Ron Bendijk (44) en Diane Lugtenberg (41) hebben in Luttenberg (Ov.) een meelwormenkwekerij. - Foto's: Michel VeldermanVerschillende opties afgewogenHet bedrijf is het ouderlijk bedrijf van de ouders van Diane. “Ik heb zelf nog een tijdje koeien gemolken toen mijn vader overleed en later ben ik jongvee gaan opfokken. Om groter te worden, had ik echter veel fosfaatrechten moeten aankopen, dus we wilden iets anders. Daarbij zijn we ervan overtuigd dat in de toekomst mede door regelgeving een groot aantal boeren moet stoppen, dus de kalveropfok had volgens ons weinig toekomst.” Het stel heeft verschillende opties afgewogen, van een kamelen- of buffelboerderij tot een recreatietak. Maar dat zagen Diane en Ron allebei niet zitten.Bedrijfsgegevens1.600 kratten per cel bij volledige bezetting7 kweekcellen2 kilo meelwormen per krat13.000 meelwormen per krat7 weken op het bedrijf€ 5 per kilo opbrengstTegenvallersHet is nu zo’n 3 jaar geleden dat Ron, die altijd een eigen installatiebedrijf had en veel werk deed in varkens- en pluimveestallen, door een klant op insectenkweek werd gewezen. “Daar zit potentie in voor de toekomst, werd ons gezegd.” Toen het idee geland was, koos het stel bewust voor meelwormen. “Insecten die overal heen vliegen of springen, zoals sprinkhanen of zwarte soldatenvliegen, passen niet bij ons. Daarom kozen we voor meelwormen, die blijven tenminste gewoon in een bak.”De transparantie en de bereidheid van andere insectenkwekers om ons te helpen, vielen vies tegenInsectencentrum in BeilenToen Ron en Diane begonnen met het maken van concrete plannen, hadden ze daarbij graag hulp gehad van mede-insectenkwekers. “Maar de transparantie en de bereidheid van andere insectenkwekers om ons te helpen, vielen vies tegen. Ik had graag bij veel insectenkwekerijen binnen gekeken, om van anderen te kunnen leren. Maar ze hielden veelal de deur voor ons dicht. Dat waren we niet gewend vanuit de sectoren waar we vandaan kwamen. Toen vonden we in het Insectencentrum in Beilen een partner die ons wel wilde helpen”, zo vertelt Ron.De voormalige melkveestal werd volledig gestript en omgebouwd tot meelwormenkwekerij.Financiering was een probleemEr waren meer tegenvallers. Zo was de financiering door de bank een probleem. “Banken zeggen wel ‘we stimuleren innovatie’, maar tegelijkertijd hielden ze de boot af omdat de ontwikkeling van de insectensector nog te pril is.” Crowdfunding was een andere optie, maar dat idee hadden ze al snel van tafel geveegd. Toen besloot Diane 10 hectare grond te verkopen, de helft van de grond die bij het bedrijf hoorde. Ook kregen ze een ‘serieus’ bedrag via de zogenoemde Europese en provinciale POP3-subsidie. De vergunningen die nodig waren, verkregen ze vrij makkelijk en een bestemmingsplanwijziging was niet nodig.Het verzekeren van de insectenkwekerij was een ander verhaal. Verzekeringsmaatschappijen wilden niet met hen in zee gaan omdat de sector nog te onbekend is. Uiteindelijk vond het stel een maatschappij die met extra voorwaarden de kwekerij wilde verzekeren.In de kwekerij zijn 7 kweekcellen en 2 koelcellen. De melkveestal werd volledig gestript.Ombouwen tot kwekerijHet geld uit de grondverkoop en de subsidies gebruikten Ron en Diane voor het ombouwen van de melkveestal naar een volwaardige ‘middelgrote’ insectenkwekerij. Het asbest ging van het dak, de stal werd compleet gestript, er werd vloerverwarming aangelegd, een hygiënesluis gemaakt, er werden 7 aparte cellen en 2 koelcellen ingebouwd en machines gekocht. Ze kozen bewust voor een systeem met afzonderlijke kweekcellen. “Er is nog weinig bekend over bijvoorbeeld ziektes. Als er een keer iets misgaat, kunnen we dat controleerbaar houden tot 1 cel. Ook de klimaatregeling, ongediertebestrijding en het schoonhouden is makkelijker in kleinere cellen dan in een grote ruimte.”Geen ‘wilde’ insecten naar binnenVoor het voorkomen van ziekteinsleep is het vooral belangrijk dat er geen ‘wilde’ insecten van buiten naar binnen kunnen komen en dat verdwaalde insecten zich nergens kunnen nestelen. Daarom is alles gekit en is elk hoekje en elke luchtdoorlaat afgedekt. Ook is het de bedoeling dat bezoekers zich in de toekomst douchen voordat ze de kwekerij in komen.Bij volledige bezetting staan er 1.600 kratten in een cel waar het klimaat gestuurd kan worden.Toekomst ligt in humane voedingAfgelopen zomer zijn ze begonnen met de werkelijke kweek. Op dit moment is ongeveer een kwart van de capaciteit in gebruik. De meelwormen komen op het bedrijf wanneer ze 2 weken oud zijn. Ze blijven er vervolgens zo’n 7 weken, waarna ze worden afgezet voor de petfoodindustrie en als voederdieren voor bijvoorbeeld hobbykippen of reptielen. “Maar we hebben alles zo ingericht dat we in de toekomst kunnen kweken voor humane voeding. Daarin ligt volgens ons de toekomst. Niet zozeer in het eten van hele meelwormen, maar als ingrediënt in meelvorm in voedingsmiddelen.”
Hier zijn de stukken wortel goed te zien. Meelwormen hebben vocht nodig om te groeien. Daar voorziet de wortel in.De meelwormen blijven zeven weken op het bedrijf. In totaal leven de wormen zo'n negen weken.Na het zeven gaan de meelwormen in zogenaamde transportkratten.Zoeken naar het juiste voerOp dit moment worden de wormen nog met de hand gevoerd, maar daar komt op korte termijn verandering in. Een voerrobot moet het arbeidsintensieve werk overnemen en daar zijn speciale kratten voor nodig. De meelwormen groeien daarom in kratten die door Ron en Diane zijn ontworpen. De meelwormen worden 3 keer per week gevoerd met een mengsel van wortels en meel van verschillende soorten droge grondstoffen. “Het was en is een hele zoektocht om het juiste voer te vinden. Meelwormen hebben vocht nodig om te groeien, maar ook weer niet te veel. Dat blijft afstemmen. Onze regionale voerfabriek helpt ons met het samenstellen van het juiste droge meelmengsel. De wortelen komen via een fouragehandel.”Onze insteek is altijd geweest dat we het met z’n tweeën kunnen uitvoeren, zonder personeel
De inhoud van de kratten wordt na zeven weken gezeefd in de zeefmachine. Zo worden de wormen van de mest gescheiden.De kratten worden na het zeven gewassen in een automatische krattenwasser.Een robotarm leegt de kratten in een zeef. De kratten worden vervolgens gewassen.Geen mestboekhoudingNa 7 weken wordt de inhoud van de kratten gezeefd in een zeefmachine. De meelwormen gaan vervolgens levend in transportkratten, die worden opgeslagen in de koelcel en gaan daarna op transport voor afzet. De kratten worden in een automatische krattenwasser gewassen. De mest die overblijft na de 7 weken, gaat naar de tuinbouw. “Daar is nu nog handel in en de mest vindt gretig aftrek. Een mestboekhouding voor insectenmest is er nog niet. Maar we verwachten dat die er ooit wel komt.” Voor een kilo insecten krijgen de kwekers op dit moment zo’n € 5. Als alles draait zoals ze voor ogen hebben, rekenen ze op een werkweek van zo’n 60 uur, mede door de automatisering die ze doorvoeren. “Onze insteek is altijd geweest dat we het met z’n tweeën kunnen uitvoeren, zonder personeel.”De meelwormen leven met 13.000 bij elkaar. Ze krijgen een mengsel van droge grondstoffen en kleingemaakte wortels gevoerd.DierenwelzijnOp de vraag of ze nadenken over het dierwelzijn van de meelwormen, antwoorden Ron en Diane dat het anders is dan koeien of varkens, maar dat je wel wilt dat ze het goed hebben. In ieder krat van zo’n 60 bij 40 centimeter zit ongeveer 2 kilo aan meelwormen, dat zijn ongeveer 13.000 dieren. “Dat lijkt misschien veel, maar het zijn beestjes die het liefst dicht bij en op elkaar leven. Dat is in de natuur ook zo.” Om de meelwormen te doden worden ze op een ander bedrijf eerst gekoeld, oftewel in slaap gebracht en daarna gevriesdroogd. Om problemen op het gebied van dierenwelzijn in de toekomst te voorkomen, is het volgens het stel belangrijk dat alle betrokken partijen vanaf het begin bij de insectenkweek betrokken zijn. “Mede daarom proberen wij open en transparant te zijn.”

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Snel delen


Dagelijkse nieuwsbrief


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.