Van der Tak: boerenkennis mist op ministerie
Het veiligstellen van de derogatie voor 2022 is de vuurdoop voor minister Staghouwer, vindt LTO-voorman Sjaak van der Tak. Hij vindt dat het ministerie meer naar boeren moet luisteren.

Sjaak van der Tak (65) ziet na een jaar voorziterschap bij LTO Nederland dat er in Den Haag wel wat beter naar de boeren mag worden geluisterd. - Foto: Lex Salverda
Het eerste jaar van Sjaak van der Tak was een politiek bewogen jaar, met verkiezingen en de eeuwigdurende formatie, en blijvende onrust onder boeren. De LTO-voorman was vooral druk achter de schermen. “We hebben de zolen onder onze schoenen vandaan gelopen voor dit coalitieakkoord”, memoreert Van der Tak. Het interview vindt plaats op het LTO-kantoor in Den Haag enkele weken na de installatie van het nieuwe kabinet. “We hebben gesproken met de landbouwpolitici van alle vier de partijen en ja, ook de fractieleiders. En met succes, want sommige bewoordingen uit het akkoord komen uit onze eigen plannen voor stikstof. In de regeringsverklaring benadrukte de minister-president ook nog eens dat er het coalitieakkoord vooral de richting aangeeft, dat de doelen vaststaan, maar de middelen, de € 25 miljard niet. Daar gaan we voor. Geen regels over hoeveel cm uit de kant boeren mogen bemesten of niet, maar ondernemers de vrijheid geven om daar zelf invulling aan te geven. En het ministerie staat daar niet negatief tegenover.”
De bestuurders van Nederland zouden best wat meer kennis van het boerenerf mogen hebben
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses










Dat er geen kennis is op het ministerie is wel erg kort door de bocht, maar er zal een systeem moeten komen dat minder fraudegevoelig is en dus te handhaven is er is in Nederland wel ruimte voor 250/230 kg N op grasland maar dan moet een ieder zich er wel aan houden, dus bij de GDI geen paardenweitjes opgeven om zo meer gebruiksruimte te creëren en geen gescheiden mest afvoeren met onmogelijke hoge gehaltes, om vervolgens het overschot op eigen land te dumpen. Het probleem is dat een relatief zeer klein percentage van de boeren de zaak verziekt voor de rest.En als er niet een te controleren manier wordt gevonden om de meststromen te leiden dan zit er niets anders op dan de veestapel in te krimpen . Zo logisch is dit dat weet iedere boer maar dat weten ze ook op het Ministerie.