‘Tweedeling bedrijven lost weinig op’

Foto: Mark Pasveer
Bij discussies over de wenselijke ontwikkeling van de landbouw wordt wel gedacht aan een soort tweedeling.Een deel van de bedrijven zou vooral gericht moeten zijn op de (wereld-)markt en dus de nadruk moeten leggen op efficiëntie en concurrentiepositie. De andere zouden zich meer moeten richten op de wensen van de samenleving, met veel aandacht voor natuur, landschap, biodiversiteit, etc. (‘natuurinclusief’). De laatste groep zou hogere prijzen moeten krijgen.Deling is nooit geweldig geblekenIn het verleden zijn indelingen van agrarische bedrijven niet erg nuttig gebleken. Dat komt in de eerste plaats doordat de werkelijkheid veel diverser is dan een twee- of driedeling suggereert. Een bedrijf kan melk produceren voor de wereldmarkt, maar daarnaast groene diensten leveren, zoals onderhoud van houtwallen of zorg voor weidevogels.‘Maatregelen voor de ene groep hebben gevolgen voor de andere’In de tweede plaats hebben bedrijven uit de diverse ‘hokjes’ op veel punten met elkaar te maken. Ze beconcurreren elkaar op de grondmarkt, bij dier- en fosfaatrechten en bij ammoniakemissie. Bij de verdeling van fosfaatrechten bleek duidelijk dat maatregelen voor de ene groep gevolgen hebben voor de andere.Bedrijven en consumenten kunnen veranderenOok kunnen bedrijven veranderen in oriëntatie, onder meer om economische redenen. Als het produceren van melk financieel aantrekkelijker wordt ten opzichte van natuurbeheer, komt er meer aandacht voor melkproductie en minder voor natuur. De afname van het aantal agrarische bedrijven met natuurbeheer tussen 2013 en 2016 wijst daarop.Daarnaast bestaat er aan de afzetkant concurrentie tussen ‘wereldmarktgerichte’ en ‘samenlevingsgerichte’ bedrijven. Als de producten van de tweede groep te duur worden, gaan consumenten switchen. Er wordt geen brug geslagen tussen boer en burgerTenslotte: zelfs als de helft van de Nederlandse consumenten bereid zou zijn extra te betalen voor ‘natuurinclusieve’ voedingsmiddelen, gaat het nog maar om 10 tot 15% van de totale productie. Het overgrote deel van de productie blijft gericht op de wereldmarkt en voldoet slechts ten dele aan de wensen van de Nederlandse samenleving. De kloof tussen boer en burger wordt niet gedicht. Beleid moet niet gericht zijn op groepen, maar op doeleinden.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses








