Trends 2017: voedselpolitiek is van levensbelang

-
Het Europees landbouwbeleid gaat steeds meer in de richting van een voedselbeleid. Genoeg en goed eten is van levensbelang voor een stabiele samenleving.Het Europees landbouwbeleid is al sinds de oprichting van de Europese Unie het dragende element van de Europese samenwerking. Toen de Europese Unie nog de Europese Economische Gemeenschap heette en zes leden telde, waren de jaarlijkse prijsonderhandelingen in Brussel de hoogtepunten in het landbouwpolitieke jaar. In Brussel werd beslist over de inkomens van de boer en over de beschikbaarheid van voldoende voedsel voor de consument.Inmiddels is het politieke speelveld veranderd. Het aantal lidstaten is meer dan verviervoudigd, sinds Sicco Mansholt als landbouwminister in Brussel de belangen van de Nederlandse boeren en tuinders verdedigde. De omvang van de land- en tuinbouw is in economische zin weliswaar toegenomen, maar in aantal mensen alleen maar afgenomen. Boerenstand electoraal minder in de melk te brokkelenNu telt de Europese Unie nog 22 miljoen boeren op een totale bevolking van 515 miljoen. Die getalsmatige teruggang betekent eenvoudig dat de boerenstand electoraal minder in de melk te brokkelen heeft in Den Haag en in Brussel. Die trend zet zich onherroepelijk voort.Tegelijkertijd neemt de invloed van consumentenorganisaties en andere maatschappelijke belangengroepen alleen maar toe. Het idee dat ondersteuning van de land- en tuinbouw binnen de Europese samenwerking tot een van de kerntaken behoort, is langzamerhand naar de achtergrond verdwenen. In de kernpunten van de huidige Europese Commissie is weliswaar het belang van het gemeenschappelijk landbouwbeleid onderstreept, maar niet als een van de tien punten in het plan van voorzitter Jean Claude Juncker van de Europese Commissie. Jean-Claude Juncker blijft zich inzetten voor het gemeenschappelijk landbouwbeleid. - Foto: Etienne Ansotte/Europese UnieVoedselvoorzieningLand- en tuinbouw zijn belangrijk om te voorzien in voldoende voedsel voor de Europese bevolking. Als Europa zichzelf niet kan voeden, maakt het zich afhankelijk van de wil van anderen. “Ik wil niet dat Europa afhankelijk wordt van anderen”, verkondigde Jean Claude Juncker vorige maand op een conferentie in Brussel. Juncker liet er geen misverstand over bestaan: het gemeenschappelijk landbouwbeleid was het eerste gemeenschappelijk beleid van de Europese Unie en dat zal wat hem betreft zo blijven. Zo lang is het nog niet geleden (1964) dat de Europese Unie niet in de eigen voedselbehoefte kon voorzien.De omvang van de voedselproductie in de Europese Unie is niet meer het grootste probleem. Dat doet zich voor in de volksgezondheid, waar zwaarlijvigheid en andere welvaartsziekten tot grote extra maatschappelijke kosten leiden. De voorspelling is dat die kosten alleen maar stijgen, als de trend van ongezonder eten en minder bewegen geen halt wordt toegeroepen. Gezonder etenDat betekent dat het beleid gericht moet zijn op gezonder eten; meer plantaardig voedsel en minder dierlijk. Meer groenten en fruit, minder vlees en zuivel. Het gaat om een verschuiving, niet om het uitbannen van dierlijk voedsel. Die trend is nu al zichtbaar in Nederland en West-Europa en zal zich in de komende jaren alleen maar versterken. In regio’s buiten Europa (Afrika, Azië) is de ontwikkeling nog steeds dat er meer vraag komt daar dierlijke eiwitten, in plaats van plantaardige. Daarop zijn ook de groeiscenario’s gebaseerd voor de export van dierlijke producten vanuit Europa. Met een versterking van de productie in de regio’s waar de vraag toeneemt, kan de migratie vanuit die landen naar Europa worden beperkt.Roep om vereenvoudigingHet door Juncker geprezen landbouwbeleid dreigt vast te lopen in decennia oude regels die niet meer van deze tijd zijn. Met nieuwe technieken kan veel controle op afstand of op andere manier worden uitgevoerd. Vandaar de roep om vereenvoudiging; minder, betere en efficiënte regels en regels samenvoegen.Dat de consument een steeds belangrijkere rol gaat spelen, klinkt ook door in het discussiestuk over het gemeenschappelijk landbouwbeleid dat Nederland tijdens het voorzitterschap vorig jaar op tafel legde. De kernboodschap: we moeten van een landbouwbeleid naar een voedselbeleid. €56 miljardMet de invoering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid in 1962 kan de Europese Unie voorzien in eigen onafhankelijke voedselproductie. De instelling van het beleid was een reactie op voedseltekorten in Europa halverwege de vorige eeuw. Het landbouw- en plattelandsbeleid kost de Europese Unie jaarlijks zo’n €56 miljard aan belastinggeld.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









