‘Tijd voor radicale oplossingen’

Foto: Dennis Beek

Foto: Dennis Beek


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

De grootschalige melkveehouderij heeft haar grenzen op het Nederlandse oppervlak overschreden, vinden Jan Heetebrij en Johan Sanders. Maar er zijn nieuwe kansen.Het fosfaatreductieplan is in Brussel geaccepteerd. Het melkveebestand wordt in omvang terug gebracht. De derogatie wordt nog enige tijd in stand gehouden. De mestoverschotten worden onder meer via de kunstgreep monomestvergisting en terugwinning van fosfaten en mineralen uit het digestaat weggewerkt. Mest zou het ‘nieuwe goud’ moeten worden. De kortetermijntoekomst is daarmee gered. ‘De toekomst van de sector is onzeker’.Aan het gezond maken van de sector door het verlagen van kosten, verhogen van opbrengsten en het verminderen van afhankelijkheid van de monomarkt zuivel draagt dit alles echter niet bij. De toekomst van de sector is daarom onzeker. De sector lijkt door ‘tunnelvisie’ en gebrek aan inzicht in aanwezige kansen, buiten de plat getreden paden, niet in staat zichzelf opnieuw uit te vinden. Die kansen zijn er! Die liggen in betere aanwending van het beschikbare areaal, aansluiting op de circulaire economie en benutten van de mogelijkheden van de biobased economy.Radicale oplossingenHet is tijd voor radicale oplossingen. Melkveehouders, akkerbouwers, loonwerkers, verwerkende industrie en chemiesector moeten de handen ineen slaan om gezamenlijk een nieuwe toekomst voor de melkveesector te scheppen. Nieuwe bedrijfsmodellen, waarvoor de bouwstenen aanwezig zijn, dienen uitontwikkeld en toegepast te worden. Kennis, ervaring en innovatie is er voldoende. Nu nog de uitwerking en de uitvoering.In plaats van weer één probleem (overschot aan mest) moet het hele landbouwsysteem worden aangepakt. Circulair denken, hergebruik van grondstoffen en verhoging van waarde van agrarische producten moet de norm worden.‘Mestoverschot is het gevolg van invoer diervoer’.Grote hoeveelheden diervoer worden uit Zuid-Amerika geïmporteerd. Het mestoverschot is daarvan het gevolg. Dat kan anders wanneer hier de grondstoffen voor veevoer worden geproduceerd en als de wijze van toediening wordt verfijnd. Raffinage van gras, mais, koolzaad, et cetera levert in dit nieuwe model toegesneden voer voor koeien, varkens en pluimvee. Wat overblijft gaat enerzijds terug naar de bodem om deze vruchtbaar te houden en wordt anderzijds ingezet als grondstof voor ‘groene’ producten, zoals bioplastics en biocomposieten.Hoe wordt dat een succes? Ten eerste door akkerbouw en veehouderij beter op elkaar af te stemmen, door samenwerking of binnen gemengde bedrijven. In de Veenkoloniën gebeurt dat al met succes.Raffinage van gras. Bioraffinage van lokale grondstoffen leidt tot hoogwaardig veevoedereiwit bij een lagere footprint en is economisch verantwoord nu restproducten afgezet kunnen worden in de Biobased Economy. Foto: Mark PasveerHogere opbrengst door wisselteeltWisselteelt van twee jaren grasteelt, gevolgd door een jaar aardappelen, een jaar bieten en dan weer twee jaren gras is een voorbeeld. Dat verhoogt de opbrengst met plusminus 20%, terwijl er minder chemicaliën nodig zijn om onkruid of plantenziektes te bestrijden. Afhankelijk van lokale omstandigheden en snel groeiende markten voor biobased producten liggen ook andere gewascombinaties binnen bereik.De akkerbouwers en melkveehouders produceren dan naast veevoer ook grondstoffen die nodig zijn voor vergroening van de chemie en materialen, zoals plastics. Bovendien kunnen ze ook in eigen biobrandstoffen voorzien.Stabieler inkomen voor boerIn plaats van afhankelijk te zijn van monomarkten kunnen agrariërs met hun grondstoffen dan op meerdere markten terecht, leidend tot een beter en stabieler inkomen. Bij verwerking van primaire landbouwproducten op bescheiden schaal tot grondstoffen voor veevoer en chemie dichtbij de akker is het energie-intensieve proces om mineralen te concentreren via mestverwerking niet nodig. Minder transporten via al overbelaste wegen zullen daarvan het gevolg zijn. ‘Gras, bieten, mais, cassave, aardappelen, koolzaad, vlas en hennep kunnen op bescheiden schaal worden verwerkt’.Meer werkgelegenheid op plattelandIn onder andere Wageningen zijn verschillende economisch rendabele kleinschalige verwerkingsprocessen van landbouwproducten ontwikkeld. Gras, bieten, mais, cassave, aardappelen, koolzaad, vlas en hennep kunnen op bescheiden schaal worden verwerkt. Dat leidt tot extra werkgelegenheid op het platteland en biedt zowel de melkveehouders als akkerbouwers nieuwe perspectieven bij betere financieringsmogelijkheden. Zo kan de agrarische sector met meer zelfvertrouwen en trots weer gaan groeien.Toekomst voor bedrijfsopvolgersIn plaats van melkveehouders te verleiden tot steeds verdere schaalvergroting, zou gekozen moeten worden voor een realistisch circulair en economisch aantrekkelijk perspectief. Een ‘agrarische sector 2.0’, ook bijdragend aan een aantrekkelijk landschap, biodiversiteit, flora en fauna. De Nederlandse melkveesector kan er in Europees verband het voortouw nemen en aantonen hoe het binnen het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) anders en beter kan. Een nieuwe toekomst voor boerenzonen of dochters die het bedrijf van hun ouders op eigentijdse en aantrekkelijke basis bij een veelbelovende toekomst voort willen zetten komt daarmee binnen bereik. Ir. Jan Heetebrij is managing partner van HeeCon Business Development (HBD); dr. Johan Sanders is emeritus professor van Wageningen UR.

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Snel delen


Sectornieuwsbrief Rundveehouderij


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.