Test helpt pootgoedtelers erwinia te beheersen

Foto: Hans Prinsen
Erwinia blijft een lastige aardappelziekte. Maar een test helpt pootgoedtelers, concludeert NAK.Om de lastige aardappelziekte erwinia aan te pakken in pootaardappelen heeft keuringsdienst NAK een project uitgevoerd dat eind 2018 is beëindigd. NAK testte alle PB- en S-pootgoed dat in de handel werd gebracht op de latente aanwezigheid van erwinia-bacteriën. Latent wil zeggen dat de bacterie wel kan worden aangetoond, maar dat er geen ziekteverschijnselen zijn. Dat gebeurde van 2012 tot en met 2018. Het idee is dat door de hoogste klassen op te schonen van erwinia zich dat vertaalt in gezonder pootgoed in de lagere klassen. Opschonen gehele pootgoedketenNAK trekt 2 conclusies uit het project. Het opschonen van de hele pootgoedketen lukt niet met alleen een test voor de PB- en S-klassen. Maar telers hebben wel baat bij het testen van al hun pootgoed op de schadelijke bacterieziekte. Dat het opschonen niet is gelukt, schrijft Jan Eggo Hommes, technisch coördinator bij NAK, toe aan het feit dat het testen niet systematisch is gebeurd in de lagere klassen. “Dan kan erwinia toch de pootgoedketen weer insluipen.”Het aantal latente besmettingen neemt toe als het pootgoed ouder wordtDe verplichte toets van alle verhandelde PB- en S-pootgoed op erwinia nam NAK voor eigen rekening. In 2012 zijn 4.500 monsters onderzocht en in 2018 waren dat er 8.800. Hommes: “De stijging komt doordat steeds meer hogere klassen worden geteeld en de invoering in 2017 van de nieuwe EU-klassering.”In 2018 bleek 53% van de 8.800 monsters latent besmet met Pectobacterium brasiliensis (PB). Pectobacterium parmentieri (PP) kwam in 24% van de monsters voor, maar deze erwiniasoort geeft geen schade. De NAK vond in 0,8% Pectobacterium atrosepticum (PA) en in 2,7% Dickeya. Hommes: “Het aantal latente besmettingen neemt toe als het pootgoed ouder wordt. In de PB-2 klasse had 72% van de monsters geen latente besmetting. Dat zakt naar 25% in de S-klasse.”Erwinia-toets verkleint klasseverlaging in veldkeuringDe erwinia-toets is een goed instrument voor telers om de kans op erwinia te verkleinen, blijkt uit het NAK-onderzoek. Als knollen worden uitgeplant zonder latente besmetting, blijft de verlaging in de veldkeuring klein. Hoe sterker de reactie op de erwinia-test, des te hoger het aandeel klasseverlaging in de veldkeuring. Hommes: “Maar erwinia is een lastige bacterie. Een knol zonder latente besmetting kan in het veld toch verschijnselen laten zien en andersom kan een besmette knol een plant geven die in het groeiseizoen helemaal gezond blijft.”Lees ook: Erwinia bepalend voor klasseverlaging pootgoedGrote verschillen erwinia-gevoeligheid rassenDe grilligheid van erwinia blijkt ook uit ander onderzoek van NAK. De keuringsdienst plantte knollen uit die waren besmet met verschillende isolaten van erwinia-bacteriën. Het percentage planten met symptomen of besmette knollen varieerde van bijna 0 tot bijna 100. Wat de bestrijding van erwinia ook lastig maakt zijn de grote verschillen tussen rassen wat betreft gevoeligheid. NAK onderzocht van 2015 tot en met 2018 11 veel geteelde rassen. Het meest weerbare ras werd in die 4 jaar gemiddeld 1% in klasse verlaagd. Bij het meest gevoelige ras was dat 27%. NAK geeft niet de namen van de rassen. Hommes: “Telers kunnen de gevoeligheid voor erwinia navragen bij hun handelshuis.”Erwinia-toets op monsters nacontrole kost teler € 35Nu het project is afgelopen, biedt de NAK telers de mogelijkheid voor een erwinia-toets die wordt uitgevoerd op de monsters voor de nacontrole. Dat kost € 35. Hommes: “Bij een apart erwinia-monster zijn de kosten hoger. De kosten hoeven geen belemmering te zijn voor de telers om zo’n goed instrument te gebruiken tegen erwinia.”
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









