Sturen op een lager eiwitgehalte in graskuil

Foto: Mark Pasveer
Bemesting, maaitijdstip en drogestofgehalte beïnvloeden het ruweiwitgehalte en de kwaliteit van het kuilgras.De veehouderij moet in het kader van stikstofreductie op termijn naar rantsoenen die op of rond 15,5% ruw eiwit liggen. Zeker op de echte grasbedrijven vraagt dat nu actie.Gemiddeld bevat gras over de laatste vijf jaar en over alle snedes in totaal 180 gram ruw eiwit, met 904 VEM per kilo droge stof. Op de typische grasbedrijven is 180 gram te hoog. Ter indicatie: bij een rantsoen van 10 kilo gras met 180 ruw eiwit en 3 kilo mais met 80 ruw eiwit mag de brok dan nog maximaal 130 gram ruw eiwit per kilo bevatten.Sturen op eiwitgehalte en verhouding DVE-OEB‘Even’ het ruweiwitgehalte in graskuil verminderen is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Toch zijn er mogelijkheden om te sturen op eiwitgehalte en de verhouding tussen DVE (darmverteerbaar eiwit) en OEB (onbestendig eiwit balans). Maai zwaarder
De snelste weg is zwaarder maaien. Dat geeft een verdunningseffect. Bij een bemestingsniveau van 100 kilo zuivere stikstof kan gras 625 kilo ruw eiwit produceren. Bij een opbrengst van 3 ton droge stof bevat het gras 20,8% ruweiwit. Bij 3,5 ton en 4 ton wordt dat percentage verdund tot respectievelijk 17,8% en 15,6 %. Bij (nagenoeg) 100% grasrantsoenen zou er dus al snel op 4 ton droge stof opbrengst gemikt moeten worden.
Nadeel van zwaar maaien is dat het gras ouder is en het aandeel NDF (celwanden) toeneemt Dan daalt de verteerbaarheid en de VEM, maar ook de voeropname door de koeien. Voordeel van iets later maaien is dat het DVE-gehalte toeneemt.
Bemest minder
De bemesting moet afgestemd zijn op de beoogde opbrengst. Als er bemest wordt voor 3.500 kilo droge stof, moet je niet al op 23 april gaan maaien omdat het mooi weer is. Als je wel vroeg wilt maaien, strooi dan minder stikstof. Verdeel daarbij de resterende hoeveelheid stikstof en drijfmest over de volgende sneden. Een minder intensieve bemesting betekent minder stikstofaanbod en zo ook een lagere eiwitvorming. Geef dan ook de overige meststoffen in verhouding. Dus ook een iets lagere zwavelbemesting. Wel blijft dat element nodig voor de vorming van kwalitatief goed eiwit.
Wie kiest voor een iets krappere bemesting moet dan ook echt op tijd maaien. Vlot maaien in een jonger stadium is dan het advies. Als er eind april gemaaid wordt, kan de tweede snede rond eind mei eraf. Dat is net voor de doorschietdatum van de meeste grassen. Dan ligt het aandeel NDF nog relatief laag en blijft de voederwaarde overeind. Ook kunnen koeien van kuilgras met een lager NDF-gehalte meer opnemen.
Daarna moet je elke vier weken maaien; dus richting zes iets lichtere snedes per jaar in plaats van vier a vijf iets zwaardere. Het gras moet niet te oud worden om de verteerbaarheid en de VEM-waarde in de benen te houden.
Kuil jong gras droog in
Kuil jong gras iets droger in. In een wat vochtiger kuil worden veel zuren geproduceerd die het kuilgras als het ware voorverteren. Dan is de doorstroomsnelheid in de pens veel te groot. Droger inkuilen, tussen 45- 50% voorkomt dat. Omdat het gras nog jong is kan dit product ook prima verdicht worden in de kuil. Het probleem van mindere verdichting bij hoog drogestofgehalte speelt pas als er ook een stengel in het gras zit. Een voordeel van droger inkuilen is ook dat het DVE gehalte en door stijgt en het OEB-gehalte afneemt.
Voor het gras dat na de eerste en tweede snede gewonnen wordt (volgens advies elke vier weken maaien) ligt het streven op 35 a 40% droge stof. Als er door omstandigheden meer stengel in het gras zit, kan er nog iets vochtiger ingekuild worden. Daar is een vorm van voorvertering van de overvloed celwanden juist wel gewenst.
Zwaarder maaien verdunt het eiwitgehalte per kilo droge stof, maar geeft ook een lagere verteerbaarheid van de celwanden door veroudering van het gewas. - Foto: Mark PasveerWie vroeg wil maaien bij een wat lichtere snede moet ook iets lichter bemesten. - Foto: Koos GroenewoldMik bij latere snedes, die elke vier weken geoogst worden, op circa 40% droge stof. Bij ouder gewas kan het nog iets vochtiger. - Foto: Mark PasveerLees meer artikelen in Boerderij-vakdeel Rundveehouderij
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









