‘Stop uitruil boerenbelangen via vrijhandelsverdragen’

Foto: Henk Riswick
Vrijhandelsverdragen gaan te vaak ten koste van boeren, vindt Guus Geurts.De EU en Japan ondertekenden op 17 juli het handelsverdrag JEFTA. De Coalitie voor Duurzame en Eerlijke Handel – een platform van maatschappelijke- en boerenorganisaties en FNV – schreef een persbericht waarin zij hun zorgen hierover uitspraken. Rechten van multinationals prioriteitMet JEFTA en andere handelsverdragen waar deze weken over wordt onderhandeld (zoals EU-Mercosur en EU-Indonesië), krijgen de rechten van multinationale importerende en exporterende bedrijven en investeerders prioriteit boven de rechten van het lokale midden- en kleinbedrijf, boeren en werknemers. Dit terwijl de Tweede Kamer nauwelijks meepraat over de effecten van deze verdragen. Deze verdragen zijn dan wel ‘EU-only’, de lidstaten hebben de EU gemandateerd om namens hen te onderhandelen, maar dat ontslaat onze volksvertegenwoordigers niet van haar taakstellende en controlerende bevoegdheid op de Nederlandse regering, die hierover besluiten neemt op EU-raadsniveau.Toegenomen exportmogelijkhedenWat betreft de landbouw lijkt JEFTA een succes door de toegenomen exportmogelijkheden voor Europese kaas, rundvlees, graan en wijn. Japanse melkveehouders en wijnproducenten waarschuwen echter voor de negatieve gevolgen van dit verdrag. Dat doen ook de Europese autofabrikanten die vrezen voor de enorme concurrentie van Japanse auto’s. Het verdrag wordt dan weer wel toegejuicht door de Europese boerenorganisatie Copa Cogeca.Oneerlijke concurrentie voor familiebedrijvenDe rollen zijn compleet omgedraaid ten aanzien van het vrijhandelsverdrag met Mercosur (Brazilië, Argentinië, Paraguay en Uruguay). De onderhandelingen hierover zijn in een beslissende fase aanbeland.‘De standaarden voor milieu, voedselveiligheid, identificatie en registratie, arbeid en dierenwelzijn liggen in de EU een stuk hoger’Binnen dit verdrag zien de Europese autofabrikanten enorme kansen, terwijl de Europese landbouw vooral te maken krijgt met concurrentie van rund-, varkens- en kippenvlees en suiker. Vergelijkbaar met TTIP (verdrag met de VS) en CETA (verdrag met Canada) zal dit verdrag leiden tot oneerlijke concurrentie voor de familiebedrijven in de landbouw en veehouderij. De standaarden voor milieu, voedselveiligheid, identificatie en registratie, arbeid en dierenwelzijn liggen namelijk in de EU een stuk hoger dan in deze Mercosur-landen. Zo werd onlangs de Braziliaanse wetgeving over pesticiden verder afgezwakt. Door wederzijdse erkenning van de meeste standaarden worden deze kwalitatief slechtere producten – met een veel lagere kostprijs – toch in Europa toegelaten. Het zal leiden tot een kaalslag onder Europese familiebedrijven.Uitbreiding van plantagesBovendien dreigen natuurgebieden in Latijns-Amerika te worden vernietigd voor extra plantages suikerriet (ook voor bio-ethanol) en soja (voor genoemde extra vleesexport) bestemd voor de Europese markt. Deze uitbreiding van plantages gaat gepaard met ernstige problemen voor de landrechten van inheemse volkeren en kleine boeren, maar deze natuurvernietiging veroorzaakt ook veel extra uitstoot van broeikasgassen.Vrijhandelsverdag tussen EU en InodnesiëVergelijkbare problemen dreigen door een vrijhandelsverdrag tussen de EU en Indonesië. De Indonesische regering wil een verbeterde toegang voor palmolie met rampzalige gevolgen voor het klimaat, ecosystemen en getroffen lokale gemeenschappen. Ook voor Indonesische bedrijven die op de lokale markt actief zijn pakt dit verdrag slecht uit, omdat de overheid haar economie niet langer mag beschermen tegen Europese concurrentie. Er zijn dan wel hoofdstukken over duurzaamheid, arbeids- en mensenrechten opgenomen in dergelijke verdragen, maar die zijn niet bindend en handhaafbaar.Handel weer volop op de agendaMede door Trump staat het thema ‘handel’ weer volop op de agenda. Al is er veel af te dingen op zijn America First-visie. De EU heeft gelijk dat internationale afspraken over handel noodzakelijk zijn. Maar de vrijhandelsdoctrine die ze nu propageert leidt tot een mondiale ratrace waar producenten voor de lokale, nationale en regionale markt het onderspit delven, vooral doordat er geen milieu- en sociale eisen aan import mogen worden gesteld. ‘Een effectief internationaal klimaatbeleid is onmogelijk als bedrijven niet worden beschermd tegen oneerlijke concurrentie’Tegenover het handje vol multinationals en grootgrondbezitters dat profiteert levert dit vooral verliezers op. Daarnaast is een effectief internationaal klimaatbeleid onmogelijk als bedrijven niet worden beschermd tegen oneerlijke concurrentie van importproducten, en lucht- en zeevaart niet worden meegenomen. Internationale handelsafsprakenHet is dus nodig dat er internationale handelsafspraken komen die leiden tot zoveel mogelijk zelfvoorzienende regio’s (zoals de EU), waarbij producenten een kostendekkende prijs krijgen, werknemers een eerlijk loon krijgen, en het beslag op natuurlijke hulpbronnen buiten die regio, zoveel mogelijk wordt verminderd. Dit is ook de sleutel tot een EU-landbouwbeleid dat wél effectief is.De Coalitie voor Duurzame en Eerlijke Handel deelt niet alleen een gezamenlijke analyse, maar werkt ook samen om te komen tot dergelijke alternatieven. Vele leden binnen de coalitie ondersteunen ook het Europa-brede Alternative Trade Mandate.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









