Spanningsveld dierenwelzijn versus milieu

Foto: Diederik van der Laan
Stappen op het gebied van dierenwelzijn in pluimvee verenigen met milieuwinst blijft een hele dobber, viel te concluderen na de Romijn-lezing. Wat je feitelijk doet, is bovendien niet altijd wat de consument ervaart.Stappen op het gebied van dierenwelzijn in de pluimveehouderij gaan vaak niet samen op met milieuwinst. Het tegenovergestelde is eerder waar: zie de overgang van kooi- naar scharrelhuisvesting van legkippen, en de daarmee gepaarde toegenomen fijnstofemissie, of de overgang naar steeds meer tragergroeiende rassen met een hogere voerconversie en carbon foodprint. Tijdens de Romijnlezing woensdag 10 okotber in de Haagse Nieuwspoort, een initiatief van de World Poultry Science Association, stond dit spanningsveld centraal. Langzaamgroeiend: ook meer voer en minder goede voerconversieWetenschap en bedrijfsleven doken daar allereerst in de feiten. Anke Hamminga-Hiemstra, commercieel directeur bij Cargill, zette op een rijtje wat er nodig is voor een liter melk in 2007 ten opzichte van 1944: 21% van het aantal dieren, 35% van het water, 10% van het land, en dat met nog maar 37% van de carbon foodprint.“Langzaamgroeiend is fantastisch, op een aantal punten,” zei ze. “Maar het betekent ook: meer kilo’s voer, een minder goede voerconversie, en de CO2-uitstoot is aanzienlijk hoger.” Cargill keek ook naar wat de impact zou zijn van het vervangen van soja in vleeskuikenvoer door verschillende alternatieve eiwitbronnen zoals aardappeleiwit en erwten, op onder andere de carbon foodprint. Die ging omhoog.De trager groeiende vleeskuikens van het Hubbard-ras. “Langzaamgroeiend is fantastisch, op een aantal punten", aldus Anke Hamminga-Hiemstra, commercieel directeur bij Cargill. - Foto: Diederik van der LaanWinst met alternatief voerOnderzoeker Bas Rodenburg van de Universiteit van Utrecht, haalde een Britste studie aan in antwoord op de vraag of dierenwelzijn en een lage carbon foodprint te verenigen zijn en trok een andere conclusie. Uit het onderzoek bleek dat met alternatief voer winst te halen is wat betreft de carbon foodprint. Dit kan door soja te vervangen door bijvoorbeeld algen. “Mijn verwachting is dat dat langzaamgroeiende kuikens beter met een alternatieve voersamenstelling uit de voeten kunnen,” zei Rodenburg, die de vergelijking van een reguliere kip met een topsporter aanhaalde. “Die kan optimaal presteren als de condities optimaal zijn.” Wanneer ben je leidend? Als je voorop loopt, zegt of laat zien dat je voorop loopt, of als mensen ervaren dat je voorop loopt?Feiten en ervaring burgerHet is de vraag of het echter gaat om die feiten. “Wat feiten zijn en wat de burger/consument ervaart zijn twee hele verschillende dingen,” gaf humane voedingswetenschapper Edith Feskens aan. Ze trok een parallel tussen het omstreden Green Happiness-dieet en de anti-vaccinatiebeweging. Communicatie-deskundige Jeen Akkerman, die een warm pleidooi hield voor inzet op dierenwelzijn met een eigen verhaal van de pluimveesector zelf, sloot zich aan bij die denkrichting en waarschuwde voor het gevaar om als sector alleen door te gaan op het pad van kwaliteit, de feiten, en acceptatie te vergeten. “Wanneer ben je leidend?” vroeg hij de zaal. “Als je voorop loopt, zegt of laat zien dat je voorop loopt, of als mensen ervaren dat je voorop loopt?”
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









