‘Snel zetmeel stuurt makkelijk en vlot’

Ruud en Peter Cuijpers - Foto: Van Assendelft Fotografie

Ruud en Peter Cuijpers - Foto: Van Assendelft Fotografie


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

Peter Cuijpers voerde zo’n 9 jaar maiskorrels als krachtvoervervanger aan zijn koeien. Eerst als geplette mais, later als ccm.Aan het eind van de ochtend laadt Peter Cuijpers de voermengwagen met snijmais. Zoon Ruud staat al klaar met de shovel om gemalen tarwe toe te voegen. Het zijn, samen met graskuil en een kilo of 6 bierbostel, de belangrijkste ingrediënten in het rantsoen voor de melkkoeien. Cuijpers gebruikt daarbij al jaren een snelle zetmeelbron.
Peter Cuijpers (57) heeft samen met zijn vrouw Bea (55) en zoon Ruud (23) een melkveebedrijf in Rijkevoort (N.-Br.). Hij heeft in het verleden verschillende jaren geplette mais en ccm aan zijn koeien gevoerd. - Foto's: Van Assendelft FotografieDe minishovel is onmisbaar op het bedrijf. De enkelvoudige bijproducten, zoals de gemalen tarwe die opgeslagen ligt in de kunstmestsilo, worden zo aan het rantsoen toegevoegd.Grond en mais over om koeien te voerenIn 2005 molk Cuijpers nog zo’n 60 koeien. In die tijd had hij ruwvoer over en zocht hij een alternatief om de krachtvoerkosten te drukken. De oplossing werd gezocht in het voeren van geplette mais. De 9 hectare mais die hij over had, werd geplet en aangezuurd in een slurf ingekuild. “Daarvoor moet je wel een verharde ondergrond hebben en ruimte genoeg rond de plaats waar de slurf komt, omdat er meerdere machines voor nodig zijn”, weet Cuijpers. De opbrengst van rond 100 ton was genoeg om de koeien jaarrond 4 kilo per koe te voeren.Melkveebedrijf Cuijpers, Rijkevoort100 melk- en kalfkoeien9.500 kilo melk per koe4,30% melkvet3,65% melkeiwit2 VMS-melkrobots34 hectare grond6,3 hectare snijmaisStructuur in het rantsoen brengen“In het eerste jaar was het vooral uitproberen.” De 100% Holsteinkoeien deden het er prima op en de gemiddelde productie lag rond 10.500 kilo melk per koe. Maar de vertering verliep toch niet optimaal. “We vonden te veel maispitten terug in de mest. Dan verspeel je een deel van de energie die je voert.”Om de doorstroomsnelheid in de pens van de koeien te verlagen, werd weidehooi en later ook graszaadhooi bijgevoerd. “Maar ook dan verlies je een deel van de kracht van de maiskorrels, omdat je dan het rantsoen aan het verschralen bent.”Snel zetmeel maakt het mogelijk om snel bij te sturen, en je ziet ook bijna direct resultaatNa het eerste jaar maaide Cuijpers wat later dan normaal, om meer stengel in zijn graskuil te krijgen. Toch vond hij dat lastig, want ‘ik heb geleerd dat je maaien moet als het weer ernaar is’. Eigenlijk was hij steeds bezig om het rantsoen om de maiskorrels heen te bouwen en te optimaliseren.Meer koeien op het bedrijfNa 5 jaar schakelde de Noord-Brabander om naar ccm. Dan worden alle maiskorrels echt helemaal vermalen. Maar van ccm kan je maximaal 2 kilo voeren. Dat hij zo wat minder mais in de koeien kon krijgen, was niet erg. Het overschot ruwvoer kromp namelijk, omdat het bedrijf besloot meer koeien te gaan houden nadat duidelijk werd dat zoon Ruud verder wilde met het bedrijf. “Anders waren we gewoon doorgegaan met 60 koeien. Dat was voor mij voldoende.”Stukje bij beetje werd er quotum bijgekocht en nam het aantal koeien toe. “In die tijd gingen de koeien in de zomer dag en nacht naar buiten. Samen met geplette mais daalde het vetgehalte in de zomer zo wel enorm. “Dat was toen niet erg. In de situatie van het melkquotum kon ik zo wel veel meer liters leveren.” Tijdens de weidegang daalde het vetgehalte tot 3% met 3,30% eiwit.De ccm drijft wel enorm op de liters, zo ervaart Cuijpers. “Het past goed in rantsoenen die wat snelheid nodig hebben. Als je al op het randje zit, moet je er niet aan beginnen. Dan wordt de mest echt veel te dun.”Kruisen en minder maisIntussen werd de 1+1-rijige stal omgebouwd tot een 4+0-rijige stal. Ook deden in 2010 2 melkrobots hun intrede. “De uiers van onze Holsteinkoppel kenden voor robotmelken 2 tekortkomingen.” Ten eerste waren veel spenen aan de korte kant en ten tweede stonden veel achterspenen tegen elkaar of waren zelfs gekruist. Dat gaf problemen met aansluiten. “Er zijn wel Holsteinstieren die daar verbetering in aanbrengen, maar die vooruitgang gaat mij niet snel genoeg. Daarom zijn we gaan kruisen met Zweeds roodbont. Ik had in 1 generatie alle uiers qua speenlengte en stand gecorrigeerd.”
In 2010 namen de melkrobots het melken over. De oude 2x5-visgraatmelkstal was versleten dus moest een keuze gemaakt worden, mede omdat het bedrijf uitbreidde.De Hoslteinkoppel is na verloop van tijd ingekruist met Zweeds roodbont en later ook met Brown Swiss en Montbéliarde.Daarna kruiste hij verder met Montbéliarde en Brown Swiss. Deze driewegkruising houdt hij nu in stand. Een nadeeltje is wel dat dit type koeien bij een pittig rantsoen met veel zetmeel de neiging heeft om aan het eind van de lactatie hard te groeien.In die tijd werd ook de derogatie verscherpt naar minimaal 80% grasland. Dat betekende minder areaal mais. De overgang naar een ander veeslag en de intensivering door de groei van het bedrijf maakten dat alle mais die wordt geteeld, nu weer als snijmais wordt ingekuild.Wel snel zetmeel in het rantsoenToch heeft Cuijpers geen afscheid genomen van een snelle zetmeelbron. Hij koopt gemalen tarwe, dat in de kunstmestsilo is opgeslagen en hij laat ook nog geregeld een big bag met ccm aanvoeren. “Snel zetmeel maakt het mogelijk om snel bij te sturen, en je ziet ook bijna direct resultaat.” Zo kan hij een minder mooie weide direct compenseren en ook naast wat trager kuilvoer past het prima.
De mengwagen laadt snijmais uit de kuil. Er is nog geen analyse van de nieuwe mais, maar Cuipers denkt dat er minder zetmeel in zit dan normaal. Daarom is gemalen tarwe op dit moment een goede toevoeging.Peter Cuijpers voert ongeveer 0,5 kilo gemalen tarwe per koe per dag. Het is een bron van snel beschikbaar zetmeel.Cuijpers sluit niet uit dat hij zelf ooit nog weer een ccm-kuil maakt. Financieel is het zeker interessant, stelt hij. “Zelfs in een jaar als dit, waar mais in deze regio zo’n € 1.850 per hectare moet kosten, kan het wel uit. Dat we het niet gedaan hebben, heeft te maken met de grote variatie in opbrengst. Er moet wel kolf in de mais zitten. In een normaal jaar haal je wel 10 ton tot 12 ton korrels van een hectare. Dat redden we dit jaar niet. Zelfs als je voor het dorsen, malen en inkuilen zo’n € 600 rekent, kost je ccm in de kuil bij 12 ton opbrengst zo’n 20 cent per kilo. Dat is altijd nog rond 8 cent goedkoper dan een kilo brok voor melkvee.”

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Snel delen


Sectornieuwsbrief Rundveehouderij


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.