‘Sector past zich steeds aan aan complexe dilemma‘s’

Foto: Roel Dijkstra
De landbouw kampt met ingewikkelde dilemma’s. Marjolijn Sonnema van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit heeft er vertrouwen in dat de agrarische sector zich weet aan te passen.Marjolijn Sonnema (56) volgde in september 2016 Hans Hoogeveen op als directeur-generaal Agro en Natuur van het ministerie van Economische Zaken. Als hoogste ambtenaar van het directoraat-generaal Agro en Natuur stuurt ze op het ministerie 380 mensen aan. Ze is verantwoordelijk voor de organisatie en is daarnaast de eerste adviseur van de minister. Sonnema adviseert, samen met haar medewerkers, minister Carola Schouten op alle onderwerpen, waarbij het vervolgens aan de minister is om de politieke keuzes te maken in het beleid.Marjolijn Sonnema (56), directeur-generaal Agro en Natuur van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat: "In het buitenland merk je hoeveel aanzien de Nederlandse landbouw heeft. Dat is belangrijk voor de Nederlandse economie. Het is goed dat een kabinet hiervoor veel aandacht heeft." - Foto: Roel DijkstraNa jaren van een staatssecretaris is er nu weer een minister van landbouw. Maakt dat verschil?“Zeker. Een minister zit in de ministerraad. Die zit dichter bij het vuur en kan daardoor meer invloed uitoefenen. En dan hebben we nu ook een minister die vicepremier is, waardoor ze nog dichter bij het vuur zit. Op dit moment hebben we ook nog het voordeel dat de minister bij de formatieonderhandelingen zat, waardoor ze heel goed weet wat daar aan tafel allemaal wel en niet gezegd is.”‘Een minister zit in de ministerraad. Die zit dichter bij het vuur en kan daardoor meer invloed uitoefenen’Is het terecht dat het kabinet meer aandacht voor landbouw heeft?“Het is een politieke keuze. Of dat terecht is, dat doet voor mij als ambtenaar niet ter zake. De Nederlandse landbouw is een prachtige sector en staat buitengewoon goed bekend. In het buitenland merk je hoeveel aanzien de Nederlandse landbouw heeft. Dat is belangrijk voor de Nederlandse economie. Het is goed dat een kabinet hiervoor veel aandacht heeft. De landbouw kent ook wel wat uitdagingen op het vlak van duurzaamheid en inpasbaarheid. Er worden allemaal maatschappelijke wensen gesteld aan de landbouw, dat speelt toch steeds meer op. Het zijn ingewikkelde dilemma’s, waarop antwoorden moeten komen. Het is goed dat de politiek daarvoor veel aandacht heeft.”Uw voorganger zei dat de grenzen aan de groei van de landbouw zijn bereikt. Deelt u die mening?“Ja. We zijn heel erg het pad op gegaan van intensivering. Neem nu Brabant, daar zie je zo langzamerhand de nadelen daarvan flink boven water komen.”Zou de Nederlandse veehouderij ooit zonder begrenzing als dierrechten kunnen?“De recente geschiedenis geeft het antwoord. Waarom zijn we nu bezig met deze ingewikkelde exercitie? De brede verwachting was dat de melkveehouderij met de Wet verantwoorde groei melkveehouderij na het afschaffen van het quotum binnen de milieugrenzen zou blijven. De geschiedenis heeft geleerd dat dit niet is gelukt. Je hebt een individueel en een collectief belang, dat is het speelveld.”In Brussel wordt heel veel onderhandeld over fosfaat, nitraat en derogatie. Speelt u daarbij ook een rol?“Ja. In Brussel wordt veel onderhandeld op technisch niveau, dat gaat over de technische zaken. Er zijn ook gesprekken op het niveau van mij en mijn collega’s bij de Commissies voor landbouw, milieu en concurrentievermogen en uiteraard zijn er ook op politiek niveau gesprekken.” Staatssecretaris Van Dam wekte de indruk dat hij weinig in Brussel is geweest om derogatie te krijgen.“Hij wekte niet de indruk, de Tweede Kamer deed dat. Ik heb hem zien opereren in Brussel en ik kan je vertellen: hij heeft dat goed gedaan. Hij heeft bij de commissaris diepe indruk gemaakt. Dat heeft ons enorm geholpen in het dossier. Bij de onderhandelingen heb je de technische kant, de rol van de politicus en het werk dat ik doe. Dat is allemaal nodig en hangt allemaal met elkaar samen. Je kan niet op één niveau onderpresteren om een van de drie Commissies te overtuigen. Dat heeft Martijn van Dam buitengewoon kundig gedaan. Hij heeft bij de onderhandelingen over de fosfaatrechten echt verschil gemaakt.”‘Martijn van Dam heeft bij de onderhandelingen over de fosfaatrechten echt verschil gemaakt’Wat is uw rol in dit dossier?“Fosfaat was onder mijn voorganger al ‘Chefsache’ en dat heb ik overgenomen. Zeker het eerste jaar heb ik ook persoonlijk veel tijd gestoken in het fosfaatdossier. Het is voor de Nederlandse melkveehouderij zo’n belangrijk dossier dat we ook bij de overheid alles op alles zetten om dit tot een goed einde te brengen.”Gaat dat lukken?“Ik ben ambtenaar en geen politicus. U weet wat de minister daarover gezegd heeft.”Hoe verliep de samenwerking met de sector?“Goed. Wat de sector en de overheid samen voor elkaar hebben gekregen met het fosfaatreductieplan, is ongelooflijk knap. In Brussel had men er geen vertrouwen in dat de sector dit zelf voor elkaar zouden krijgen en eiste een grotere betrokkenheid van de overheid. De praktijk heeft uitgewezen dat het enorm goed gewerkt heeft. Daarmee hebben we in Brussel ook echt respect afgedwongen. Als Nederland, maar ook als sector.” ‘Met de fosfaatreductie hebben we in Brussel echt respect afgedwongen’Het nieuwe kabinet heeft een uitgebreide landbouwparagraaf in het regeerakkoord. Maakt dat uw werk anders?“Er zijn weer nieuwe plannen en ideeën die we samen gaan uitvoeren, dat is vooral erg leuk. Als in het regeerakkoord staat dat ze af willen van nationale koppen, houden we daar rekening mee in onze adviezen. De sector zit vol dilemma’s, daar adviseren we in. Het is aan de politiek om vervolgens een keuze te maken.”Heeft u het gevoel dat u zelf uw stempel op het beleid kan drukken?“De minister maakt de keuzes en bepaalt de richting. Ik ondersteun daarin, met het hele ministerie. Dat neemt niet weg dat op welke positie je werkt of welke rol je speelt, je hebt toch een bepaalde invloed. Maar wel binnen deze constellatie. Ambtenaren zijn daarin heel bescheiden. Dat is maar goed ook.”Bent u trots op de Nederlandse landbouw?“Ik reis veel, bijvoorbeeld om markttoegang te krijgen in andere landen. Als ik in het buitenland ben, ben ik er trots op dat ik met de Nederlandse landbouw werk. Er staat in Nederland een heel mooie moderne, innovatieve sector. We hebben laten zien dat we ons steeds weer weten aan te passen. Nu we tegen de grenzen aanlopen, ben ik er wel van overtuigd dat de sector zich weer weet aan te passen.”Lees meer artikelen in digitaal magazine Boerderij AgriTop 50
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









