Saldo’s gedaald van meeste akkerbouwgewassen

Laatst bijgewerkt:
Foto: Anne van der Woude

Foto: Anne van der Woude


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

WPR publiceert elke 3 jaar de Kwantitatieve Informatie (KWIN) met saldoberekeningen. De saldo’s van veel gewassen zijn gedaald.De saldo’s van de meeste akkerbouwgewassen zijn de laatste 3 jaar gedaald. Het verschil wordt vooral bepaald door de productprijs en de hectareopbrengst. De dalingen geven aan dat de prijzen en opbrengsten de afgelopen jaren onder druk stonden. Dat blijkt uit de Kwantitatieve Informatie (KWIN) voor de akkerbouw en de vollegrondsgroenteteelt, die Wageningen Plant Research (WPR-WUR) iedere 3 jaar samenstelt. De nieuwe KWIN-2018 is net verschenen (zie tabel hieronder).Saldo’s van consumptieaardappelen, pootaardappelen, bieten, uien en gerst zijn lager dan in 2015. Dat van zetmeelaardappelen en wintertarwe is hoger.Lagere saldo’s behalve bij zetmeelIn de KWIN-AGV staan saldoberekeningen van de meest geteelde akkerbouwgewassen en vollegrondsgroenten per regio en grondsoort. In 2015 berekende WPR een saldo bij consumptieaardappelen van € 5.540 per hectare. Dat ligt nu 25% lager op € 4.161. Bij pootaardappelen daalde het saldo 23% naar € 5.759. In 2015 berekende WPR een saldo van € 4.101 per hectare zaaiuien. Dat is nu bijna 36%. Suikerbieten scoren nu 24% lager met € 2.467 per hectare. Alleen bij zetmeelaardappelen berekent WPR een veel hoger saldo. Dat gaat met bijna 54% omhoog naar € 1.026 per hectare. Het saldo van wintertarwe ligt vrijwel gelijk (+0,5%) als in 2015. Dat is bij zomergerst gedaald (-12%).De berekeningen zijn gemaakt voor zowel de gangbare als de biologische teelt. Voor de akkerbouw zijn de belangrijkste gewassen consumptieaardappelen, pootaardappelen, zetmeelaardappelen, suikerbieten, zaaiuien, wintertarwe en zomergerst.Kosten voor grond worden niet meegerekendEffect jaarinvloeden minimaliserenDe saldo’s zijn berekend op basis van de gemiddelde kosten en opbrengstprijzen van de laatste 3 tot 5 jaar om het effect van jaarinvloeden te minimaliseren. In de saldo’s worden alleen de kosten meegenomen die direct aan het gewas zijn toe te rekenen. De kosten voor grond, arbeid, gebouwen, machines en trekkers worden niet meegerekend, zegt WPR-onderzoeker Marcel van der Voort, die de KWIN-2018 heeft samengesteld. “Die kosten kunnen sterk verschillen per bedrijf. Het maakt nogal wat uit in de arbeidskosten of een akkerbouwer personeel in dienst heeft of het werk met zijn eigen familie rond zet. Bij de grondkosten maakt het nogal wat uit of je de grond vorig jaar hebt gekocht of dat de grond al decennialang in eigendom is. Door deze niet-productgebonden kosten er uit te laten, worden de saldo’s van de verschillende teelten beter vergelijkbaar. In de KWIN geven we wel weer hoeveel uren arbeid er nodig zijn voor de verschillende werkzaamheden en we geven een beeld van de mechanisatiekosten en afschrijvingen, maar die zijn niet verrekend in de saldo’s.”Lees verder onder de foto.Een akkerbouwer poot consumptieaardappelen. Het saldo van consumptieaardappelen is gedaald ten opzichte van 3 jaar geleden. Dat komt onder andere vanwege duurder pootgoed. Maar ook de teelt van pootaardappelen is minder winstgevend dan in 2015. - Foto: Anne van der WoudeKunstmestBij de kosten voor bemesting in de saldoberekening gaat WPR er van uit dat de akkerbouwer alleen kunstmest gebruikt, zegt Van der Voort. “Het verschilt per gewas en per bedrijf hoeveel dierlijke mest wordt gebruikt en hoeveel inkomsten de akkerbouwer daarmee realiseert. Om de saldoberekeningen éénduidiger te maken, rekenen we daarom alleen met kunstmest. In de saldoberekening die een boer maakt, kan hij dan zelf bepalen hoeveel kunstmest hij vervangt door dierlijke mest en welke gevolgen dat voor het saldo heeft. Bij de bemesting met stikstof en fosfaat gaan we niet langer uit van de adviesbemesting, maar van de gebruiksnormen per gewas. De kalibemesting is nog wel gebaseerd op de adviesbemesting.”GewasbeschermingBij de gewasbescherming hanteert WPR de meest gangbare bespuitingen in de praktijk. Middelen die dit jaar vervallen neemt WPR niet meer mee in de KWIN-berekeningen. Bij de energiekosten baseert WPR zich op de werkzaamheden die de akkerbouwer of groenteteler uitvoert. Van der Voort: “We koppelen daar het brandstofverbruik aan. Ook schatten we de elektriciteitskosten voor de bewaring. Die zijn lager dan 3 jaar geleden omdat elektriciteit goedkoper is geworden. Bij de loonwerkkosten gaan we uit van de adviestarieven van loonwerkersorganisatie Cumela.”Bij de consumptieaardappelen gaat WPR er nu nog van uit dat de aardappelen los worden opgeslagen. Van der Voort: “Wellicht dat we in de volgende KWIN een saldoberekening maken op basis van kistenbewaring, omdat dat steeds meer wordt toegepast in de praktijk.”Opbrengsten schommelen veel meer dan de kostenKostenstijgingVan der Voort constateert dat de productgebonden kosten over de gehele linie licht zijn gestegen in de laatste 3 jaar. “Vooral de kosten voor pootgoed voor de teelt van consumptieaardappelen zijn gestegen. Maar de kosten hebben lang niet zo’n groot effect op de veranderingen in saldo’s als de opbrengsten per hectare en de prijzen die de akkerbouwers ontvangen. Prijzen en opbrengsten schommelen over de jaren heen veel meer dan de kosten.”Hogere prijzen vrije productenDat effect is in een extreem groeiseizoen als 2018 sterker dan in andere jaren. De hectareopbrengsten zijn dit jaar lager en de prijzen voor de vrije producten zijn hoger. Dat zie je maar beperkt terug in de KWIN-2018, zegt Van der Voort. “Dat komt omdat we rekenen met de gemiddelde prijzen en opbrengsten van de laatste 3 tot 5 jaar. Het effect van dit droge jaar komt daarom ook weer beperkt terug in de volgende KWIN van 2021.”Het rekenen met meerdere jaren is ook terug te zien in het saldo van bieten. De KWIN-2018 hanteert een bietenprijs van € 50 per ton. Dat is € 10 lager dan 3 jaar geleden, maar wel hoger dan de verwachting van Cosun. De bietentelerscoöperatie heeft de leden gemeld dat de bietenprijs van oogst 2018 onder de € 40 gaat uitkomen. Van der Voort: “Cosun kijkt bij de bietenprijs vooruit. Wij kijken naar de laatste 5 jaar bij de opbrengstprijs voor bieten. Als oogst 2018 een lagere bietenprijs gaat opleveren, dan zal dat in de volgende KWIN zijn effect hebben.”Nieuwe KWIN voor akkerbouw en vollegrondsgroenteWageningen Plant Research (WPR) publiceert iedere drie jaar een Kwantitatieve Informatie voor de akkerbouw en de vollegrondsgroenteteelt (KWIN). Daarin staan saldoberekeningen van alle akkerbouwgewassen waar meer dan 1.000 hectare van wordt geteeld. Bij groenten hanteert WPR een ondergrens van 500 hectare. WPR maakt de saldoberekeningen ook voor biologische teelten. Daar geldt een ondergrens van 100 hectare.
De berekeningen van WPR zijn gebaseerd op gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek, landbouwbeurzen, poolprijzen, groenteveilingen en experts binnen en buiten Wageningen UR. WPR maakt de KWIN volledig in eigen beheer.
De gegevens in de KWIN worden gebruikt door instellingen als banken, verzekeraars, accountants en schade-experts om bijvoorbeeld bedrijfsplannen of schaderapporten te toetsen. Daarnaast gebruiken akkerbouwers de KWIN als maatstaf om hun eigen bedrijf te beoordelen. Ook studenten maken veel gebruik van KWIN. Het naslagwerk is te bestellen bij WPR en kost € 180.

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Snel delen


Sectornieuwsbrief Akkerbouw


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.