Regeninstallatie inmiddels standaarduitrusting

Uien is een van de gewassen die compleet kunnen mislukken als regen uitblijft. Hoewel een kunstmatige bui ook niet altijd het voordeel geeft dat ervan wordt gehoopt of verwacht. - Foto: Peter Roek
Voor de akkerbouwer die beschikt over voldoende water van de juiste kwaliteit, is een regeninstallatie inmiddels bijna standaarduitrusting. Hoewel dat niet overal geldt.Regeninstallaties zijn de afgelopen jaren als warme broodjes over de toonbank gegaan. Het is wat zwart-wit gesteld, maar de akkerbouwer die beschikt over voldoende water van de juiste kwaliteit, heeft inmiddels ook een regeninstallatie of maakt er gebruik van. In die zin is de markt inmiddels behoorlijk voorzien, maar niettemin wordt er nog steeds geïnvesteerd. BollentelersHuren is ook een mogelijkheid en dat gebeurt ook volop. Een aantal loonwerkers heeft installaties en in streken waar veel bollentelers zitten, worden geregeld ook installaties van bollentelers gehuurd. In de zomers waar het aan de orde is, zijn de bollen vaak al aan hun eind als het in de aardappelen begint te knijpen. Beregenen in drie kernpunten:* beregenen niet altijd zaligmakend;
* belangstelling druppelirrigatie neemt toe;
* beschikbaarheid van water vaak beperkend.Lees verder onder de foto.Uien vormen een van de gewassen die compleet kunnen mislukken als regen uitblijft. Hoewel een kunstmatige bui ook niet altijd het voordeel geeft dat ervan wordt gehoopt of verwacht. - Foto's (tenzij anders vermeld): Peter RoekAkkerbouwers zonder regeninstallatieToch zijn en blijven er boeren die zich zonder regeninstallatie redden en ook weinig anders hebben te kiezen. Dat is bijvoorbeeld het geval in gebieden met bruinrotproblematiek. Vooral in grote delen van Zeeland is er weinig of vaak helemaal geen zoet water beschikbaar. Daar is het nog steeds een minderheid die over een haspel beschikt. BouwplanOok het bouwplan speelt een rol. Voor een Oldambtster graanteler is beregenen niet aan de orde, maar bijvoorbeeld witlofteelt zonder de mogelijkheid om te beregenen voor een gelijkmatige opkomst is best wel risicovol. Naarmate bouwplannen meer richting tuinbouwmatige teelten gaan, is beregening simpelweg steeds meer een voorwaarde om een teelt te laten slagen en wordt de teelt ook te duur om het risico van een flinke tegenvaller door droogte te nemen. Anderzijds is een regeninstallatie ook geen wondermiddel. 10 millimeter uit de lucht doet meestal meer dan 30 uit een kanon.Beregenen: rendabel of niet?De akkerbouwer die over voldoende water beschikt, kan kiezen om wel of niet te beregenen. Wie geen water heeft, hoeft die keuze niet te maken. Als de kwaliteit van het water maar net aan goed is, dan is de keuze alsnog lastig. Hoe beantwoord je de vraag of en wanneer beregenen rendabel is? Voor een bollenteler is een regeninstallatie een verzekeringspremie en een waspeenteler in Oost-Brabant heeft zijn antwoord ook wel klaar, zoals dat ook voor een witlofpennenteler in de Noordoostpolder geen punt van discussie is. Wel of geen mogelijkheid om te beregenen kan vooral groenteteelten maken of breken, omdat het in deze gewassen al vanaf de opkomst fout kan gaan voor de rest van het jaar. Of het rendabel is te beregenen in akkerbouwgewassen die al een goede start hebben gemaakt, maar later in het seizoen worden geteisterd door droogte, is een heel lastige, of eigenlijk een onmogelijke vraag om te beantwoorden. Kosten van beregenenDe kosten zijn redelijk in te schatten. Brandstof, arbeid, afschrijving en onderhoud. In saldoberekeningen wordt tussen € 150 tot € 200 per keer per hectare aangehouden voor beregenen in eigen beheer. Of het loont weet je pas achteraf, stelt Pierre Cammaert, adviseur akkerbouw bij Delhpy in Zuidwest-Nederland. Gaan we voor de uienprijs € 20 of € 200 per ton invullen en gaan we voor het effect van beregenen 2 of 20 ton meeropbrengst per hectare invullen? Dat maakt nogal een verschil. TimingEen factor die meespeelt is ook de kunst van het bepalen van het tijdstip van beregenen, de gift en vooral ook te bepalen wanneer te beginnen met beregenen. Vooral de telers die nog weinig ervaring hebben met beregenen, beginnen vaak te laat en moeten ook nog wennen aan het idee dat als je eenmaal begint met beregenen, je dat ook moet volhouden. Maar ook dat weet je vooral achteraf. Brengt die aangekondigde bui 2 millimeter of worden het er 20? Plus het feit dat voldoende beregenen ook niet automatisch betekent dat de teelt een recordopbrengst oplevert. Een aardappelgewas kan door beregenen ook sneller verouderen. En er zijn ook na afgelopen jaar weer partijen zaaiuien opgedoken met aantasting door fusarium waar beregening toch wel als oorzaak wordt aangewezen. Die hebben wel de kilo’s maar maken niet de beste prijs. Adviesprogramma’sHeeft een aardappelgewas zichtbare droogtestress, dan ben je meestal al vijf tot zes dagen te laat met beregenen, stelt Frenk-Jan Baron van Dacom, een van de leveranciers van adviesprogramma’s voor beregening. Om in te schatten of het tijd is om te beregenen moet je weten hoeveel vocht er nog voor de planten beschikbaar is. Het ene bodemprofiel houdt meer vocht vast dan het andere. Bodemkundig gezien wordt dat bepaald door de pF-curve. Die bepaalt hoeveel voor de plant beschikbaar water het bodemprofiel bevat. In jip-en-janneketaal: hoeveel water de grond bevat als die maximaal vochtig is, maar wel volledig is uitgezakt, minus de hoeveelheid water die de grond nog bevat als het gewas er maximaal aan trekt om nog het laatste beetje water te onttrekken, is wat er maximaal voor de plant beschikbaar kan zijn. De maximale zuigspanning (pF) die een plant kan ontwikkelen, is pF 4,2. Wachten tot pF 4,2 is bereikt, betekent dat de plant op het punt staat om te komen van de dorst en wordt daarom ook het verwelkingspunt genoemd. Dan gaat de plant nog net niet dood, maar heeft al wel flink wat van zijn groeipotentie verloren. Lees verder onder de foto.Naarmate beregenen structureler wordt, worden ook arbeidsbeparing en energiebehoefte van groter belang. Een lineaire of een center pivot is synoniem voor akkerbouw in de woestijn, maar inmiddels zelfs in Nederland doorgedrongen. - Foto: Ronald HissinkAdviesprogramma’s adviseren daarom ook te starten met beregenen zo ongeveer rond pF 3,3. Het heeft geen zin om méér te beregenen dan het profiel vast kan houden en daar baseert een adviesprogramma de gift op. Door een gat te spitten in de grond krijg je een idee van de vochttoestand, maar een tensiometer bepaalt nauwkeurig de zuigspanning (pF). Gekoppeld aan kennis van opbouw van de bodem wordt dat vertaald naar de concreet beschikbare hoeveelheid water. De pF-curve is op grond van een bodemmonster in een laboratorium nauwkeurig te bepalen, maar adviesprogramma’s, zoals Irrigatiemanagement van Dacom, kunnen dat nauwkeurig genoeg op grond van meer algemene indicatoren inschatten. Het gaat om indicatoren als percentage zand, lutum of klei. Punt van discussie is dan nog wel hoeveel potentiometers je in een perceel moet plaatsen, maar zolang je niet plaatsspecifiek de gift kunt variëren, volstaat één per perceel. Waar plaats je de potentiometerDan is de volgende vraag waar je je meter dan plaatst op het perceel. Een bollenteler die een regeninstallatie inzet als verzekeringspremie, zet de potentiometer op het meest droogtegevoelige stuk van het perceel, zodat hij zeker weet dat de bollen nergens tekort komen. Een zetmeelteler in de veenkoloniën zet zijn meter eerder op het minst droogtegevoelige deel, zodat hij gaat beregenen als het héle perceel om water vraagt. Wie voor € 10.000 tot € 15.000 per hectare aan pootgoed in de grond stopt, heeft een andere rendabiliteitsberekening dan wie een bruto opbrengst van € 3.500 per hectare realiseert. Adviesprogramma’s zijn er op gericht op tijd en niet meer dan nodig te beregenen om het gewas goed aan de gang te houden. Uitrekenen wat het gaat schelen in opbrengst, doen ze niet en dat is ook vrijwel onmogelijk. Suikerbieten beregenenVoor de suikerbieten is, gebaseerd op onderzoek van het IRS, het advies te beregenen wanneer de bieten slap gaan hangen en ook onder de ochtend nog steeds slap blijven. Het advies is dan een gift van effectief 30 millimeter te geven. Dat komt overeen met bruto 40 millimeter, hoewel op slempgevoelige grond, als het gewas nog niet is gesloten, 20 millimeter het maximum is. Een wat algemene richtlijn en zeker niet gebaseerd op zware Betuwse klei. Juni-juli is voor bieten de periode dat beregenen het meeste effect heeft. Bij ernstig vochttekort is beregenen volgens IRS-onderzoek goed voor een meeropbrengst per millimeter effectief gegeven water van ongeveer 200 kg biet per hectare, of op droogtegevoelige zandgrond met een gift van 30 mm een extra wortelopbrengst van ongeveer 4,5 ton per hectare. Wie capaciteit tekort komt om rond te komen, en dat gebeurt als droogte langdurig aanhoudt op bijna ieder bedrijf, zal voor zichzelf uit moeten maken in welk gewas verwacht wordt dat beregenen zijn hoogste rendement oplevert.Tips voor beregenen* Op tijd starten. Je moet er bij zijn vóór de droogtestress zichtbaar is en de benutting van het water is beter als de grond nog niet al te droog is.
* Geef niet meer water dan het bodemprofiel ook vast kan houden. Bieten hebben pas opbrengstschade als een slapend gewas ook vroeg in de ochtend nog slap is.
* Bij capaciteitstekort en langdurige droogte is het beter één perceel goed bij te houden met beregenen dan meerdere percelen met een te groot interval te beregenen.
* Wanneer de maisbladeren elkaar raken, doen de wortels dat ook en is het risico op een luie plant voorbij. De wortels zitten breed en diep genoeg en hebben water nodig om in hoogte te groeien. Dat is het startmoment voor beregening.Lees verder onder de foto.Leggen van druppelslangen voor de teelt van vroege aardappelen. De mechanisatie voor het leggen van de slangen is volop in ontwikkeling. Slangen op de ruggen worden gelijk met de rugopbouw gelegd. - Foto: Anton DingemanseDruppelbevloeiing is in Nederlandse akkerbouw nog tamelijk onbekendSommige delen van Nederland beschikken niet of nauwelijks over zoet water voor beregening. Is het langdurig droog dan is beschikbaarheid van water op steeds meer plaatsen een beperking. Druppelirrigatie is de ultieme manier om water zo effectief mogelijk te benutten.
De techniek bestaat inmiddels al 60 jaar, maar is in de Nederlandse akkerbouw nog tamelijk onbekend. “Wij hadden vijf jaar geleden ook niet gedacht dat we ooit proeven zouden doen met beregenen”, stelt Eelco Boot, bedrijfsleider op proefbedrijf Rusthoeve in Colijnsplaat. Op Noord-Beveland is geen zoet water voor beregening beschikbaar, maar na een paar extreem droge zomers en mislukkingen door droogte in de Zeeuwse uienteelt begin je toch aan beregenen te denken.
UIKC, het Uien Innovatie en Kennis Centrum, een stichting van Rusthoeve en Delphy, onderzoekt wat beregenen voor de uiensector kan betekenen en omdat in een belangrijk deel van het teeltgebied de beschikbaarheid van zoet water een serieuze beperking is, is vorig jaar ter oriëntatie een proef aangelegd met druppelbevloeiïng. Zes keer gedruppeld met 5 tot 7 millimeter per gift gaf in een oriënterende proef een beduidend hogere opbrengst en daardoor ook een mooiere sortering van de uien.
Dit jaar wordt de proef voortgezet om meer ervaring op te doen en telers ook beter gefundeerd te kunnen adviseren. Allicht bepaalt vooral het weer wat de resultaten zijn. Wordt 2020 opnieuw een jaar van het kaliber 2018 en 2019, dan zijn de verwachtingen voor het opbrengsteffect zeer positief. Wordt het een jaar van geultjes spitten om water af te voeren, dan ligt het anders.
Bijkomend voordeel van druppelbevloeiïng in uien is dat het gewas niet nat wordt en de bodemstructuur niet wordt aangetast terwijl je de bodem behoorlijk constant vochtig kunt houden. Nadeel is dat je al op voorhand een flinke investering moet doen. Er gaat gelijk met het zaaien voor zo’n € 1.000 per hectare aan slangen de grond in op het moment dat je nog niet weet of je ook ooit water nodig zal hebben.Lees verder onder de foto.Hans Risseeuw (27) heeft een akkerbouwbedrijf in Oostburg. Hij teelt poot- en consumptieaardappelen, uien, suikerbieten, granen en graszaad. De grondsoort is zeeklei. Regeninstallatie beperkt risico’sHans Risseeuw (27) in het Zeeuws-Vlaamse Oostburg zette in 2017 voor het eerst een regenhaspel in het land voor zaaiuien als maatregel om de opkomst zeker te stellen. Toen nog ingehuurd, met water dat met vrachtwagens werd aangevoerd.
In 2018 heeft hij zowel de aardappelen als de zaaiuien beregend. Ook in dat jaar nog ingehuurd, maar water kon van elders worden gepompt. Omdat de droogte aanhield besloot hij ook zelf de apparatuur aan te schaffen. Door de grote vraag was die pas half augustus leverbaar, maar hij gebruikte de installatie dat seizoen nog volop.
2018 was voor veel Zeeuwse telers en zeker in Zeeuws-Vlaanderen een rampjaar. Door extreme droogte bleven de opbrengsten ver achter. In de uien mislukte de teelt op veel percelen volledig. Al een jaar of tien geleden legde Risseeuw twee diepdrains aan, toen nog op de gok omdat er toen nog geen goede actuele kaarten van zoet grondwater aanwezig waren. Helaas bleken die drains niet bruikbaar. Aan het eind van 2018 liet hij opnieuw naar water zoeken en na veel moeite werd dat ook gevonden.
2019 was ook warm en droog, maar toch groeide het gewas gemiddeld genomen ook zonder te beregenen een stuk beter. Uiteindelijk bleken – zeker in de zaaiuien – de verschillen tussen percelen enorm. Waar op enig moment toch nog een lekker buitje viel hebben collega’s een uitstekende opbrengst uien gerooid zonder te beregenen, weet Risseeuw, terwijl 500 meter verderop waar de bui regelmatig aan voorbij ging, het seizoen eindigde met opnieuw een opbrengst ver beneden het meerjarig gemiddelde.
“Kortom, in droge jaren is het boeren in onze streek een beetje een lot uit de loterij”, stelt de akkerbouwer. Rendabel rekenen is best lastig en beregenen is ook niet per se zaligmakend, maar met een regeninstallatie achter de hand kun je risico’s toch wat beperken.”
Risseeuw is inmiddels ook in de pootgoedteelt gestapt en onder andere voor knolzetting ziet hij kansen om met beregenen de kwaliteit positief te beïnvloeden. Vorig jaar maakte beregenen het mogelijk dat de aardappelen al netjes in de kisten zaten voor de vele neerslag die eind september begon te vallen. Anderzijds is de beperking van de inzet van de regeninstallatie nog altijd de beschikbaarheid van zoet water.
Bedrijfsgegevens:
* 12 hectare pootaardappelen;
* 7 hectare uien;
* 30-50% afslibbaarheid zeeklei.Lees verder onder de foto.Wim Le Grand (38) heeft in Schoondijke een akkerbouwbedrijf met aardappelen, uien, bieten en graan. De grondsoort is lichte klei/zavel met 28 tot 40% afslibbaar. Bouwplan: 65 hectare aardappelen, 40 hectare zaaiuien, 45 hectare suikerbieten en 110 hectare granen.Inzetten op bodemstructuurWim Le Grand (38) is bedrijfsleider op twee akkerbouwbedrijven in de omgeving van Schoondijke. De grond is lichte klei/zavel met 28 tot 40% afslibbaar. “2018 was bij ons ook een jaar met slechte opbrengsten”, vertelt hij, “maar vorig jaar hadden we ondanks de toch extreme droogte zonder beregening nog behoorlijk goede opbrengsten en een mooie kwaliteit aardappelen en uien.”
Na twee extreem warme en droge zomers denk je wel na over beregenen. “Toch kiezen wij er voor om daar niet op in te zetten en ons meer te weren tegen extremen door te zorgen dat de bodem in zo goed mogelijke conditie is. Onder andere door toepassen van groenbemesters.”
Als de akkerbouwer volop wil beregenen dan vormt arbeid op het bedrijf een beperking. Daarnaast is de beschikbaarheid van zoet water ook beperkt. “Dat terwijl beregenen ook niet zaligmakend is”, stelt Le Grand.
Als voorbeeld noemt hij de uien. Wanneer na het bollen wordt beregend is er toch meer kans op bacterieaantasting. “Daar zijn diverse voorbeelden van.”
“En we hebben een bouwplan waarbij de maanden augustus en september de belangrijke groeimaanden zijn, zodat gewassen vaak toch nog een inhaalslag kunnen maken. Zit je veel in vroege teelten dan ligt dat wel wat anders en er zijn ook teelten die zonder beregening gewoon erg risicovol zijn. Maar de ervaring van oogst 2019 ondersteunt voor onze specifieke situatie het idee dat we met beregenen maar beperkt wat kunnen verdienen.”
Bedrijfsgegevens:
* 65 hectare aardappelen;
* 40 hectare zaaiuien;
* 45 hectare suikerbieten;
* 110 hectare granen.
Meten is weten. Met de natte vinger of met moderne apparatuur? De beschikbare hoeveelheid bodemvocht is goed te meten. Gekoppeld aan de weersverwachting en het actuele weer helpen adviesprogramma’s om op tijd en de juiste hoeveelheid te beregenen. - Foto: Bert JansenIn het Noord-Brabantse Oud-Gastel draaide vorig jaar half april een regenhaspel om jonge uienplantjes te voorzien van water.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









