Project fijnstofreductie pluimvee een succes

Foto: Koos Groenewold
Van de acht technieken die in de Gelderse Vallei getest zijn op fijnstofreductie, staan of komen er vier nieuw op de landelijke RAV-lijst. Drie kunnen bovendien via een andere registratie gebruikt worden. Het fijnstofreductieproject is dus een succes, valt wel te zeggen. Dat is ook wel nodig, want fijnstofreductie is bepaald niet uit beeld.Het had een feestje moeten worden: een uitgebreid evenement om drie jaar onderzoek te vieren, maar vanwege het coronavirus was alleen een webinar een optie. Desondanks viel er wel degelijk wat te vieren. Vorige week maakte het Praktijkcentrum Emissiereductie Veehouderij (PEV) de resultaten van een serie pilots bekend die in de Gelderse Vallei gehouden zijn. Het doel: nieuwe technieken voor reductie van fijn stof erkend krijgen. Drie technieken op Rav-lijstEn resultaten zijn er zeker. Drie technieken zijn al dankzij het traject op de landelijke Rav-lijst gekomen, waarmee ze een door de overheid erkend percentage aan fijnstofreductie hebben. Het gaat om drie ionisatietechnieken:Freshlight Agri;Serutech Agri;StaticAir.Reductiepercentages van fijn stof die zijn vastgelegd op respectievelijk 31, 52 en 16%. De laatste twee zijn geregistreerd voor vleeskuikenstallen, de eerste voor alle soorten pluimvee behalve eenden. Een vierde techniek, eveneens ionisatie, van Smits Agro/VFA ligt op dit moment ter beoordeling bij de TAP-commissie (Technische Advies Pool), en komt naar verwachting binnenkort op de lijst. Deze techniek is getest in een leghennenstal. Drie andere technieken kunnen gebruikt worden via andere registraties (een ander BWL-nummer): Granovi, Inno+ en Veko-Ventilatie. De ionisatietechniek van JPE/Boon/Gasolec bleek volgens de metingen in de praktijk geen noemenswaardig verschil in de fijnstofconcentratie op te leveren en wordt door de leveranciers verder ontwikkeld. Lees verder onder de foto. Studenten van de CAH in Dronten doen een van de metingen in het kader van het drie jaar durende fijnstofonderzoek van Praktijkcentrum Emissiereductie Veehouderij. - Foto: Koos GroenewoldGoede scoreAl met al een goede score vindt Jan Workamp, projectmanager bij het PEV. “Van de acht staan of komen er feitelijk zeven op de lijst, dat is denk ik in 2 jaar netto werktijd een knap resultaat.” De fipronil-crisis en vogelgriep vertraagden het resultaat behoorlijk, maar nog altijd heeft het project in relatief korte tijd geleid tot een flink aantal nieuwe technieken op de landelijke Rav-lijst. Die waren hard nodig. Landelijke normen fijn stofSinds 2015 gelden er landelijke normen voor de reductie van fijnstofemissie van pluimvee bij nieuw- of verbouw. Op dat moment stonden er echter nog weinig bruikbare, dan wel betaalbare technieken op de Rav-lijst. Ook vanwege de VGO-studies naar de effecten van de veehouderij om de gezondheid voor omwonenden is er echter veel aandacht voor fijn stof. Hoewel er in het meest recente VGO-onderzoek geen causaal verband is aangetoond tussen fijnstofemissie uit pluimveestallen en een (negatief) effect op de volksgezondheid, zijn overheden wel gefocust op reductie van fijnstofemissie uit pluimveestallen gezien de negatieve effecten van te hoge concentraties fijn stof op de volksgezondheid. Regio-aanpakIn de pluimveedichte Gelderse Vallei besloten regionale overheden de handen ineen te slaan om de ontwikkeling en erkenning van nieuwe fijnstofreducerende technieken te bespoedigen. De vier Foodvalley-gemeenten Barneveld, Ede, Scherpenzeel en Renswoude kwamen samen met de provincie Gelderland en de veehouderijsector met een plan om de emissie van fijn stof te gaan reduceren. Vooral doordat de legpluimveehouderij, veel aanwezig in de regio, van kooi- naar scharrelhuisvesting is gegaan is de fijnstofemissie toegenomen. Meten op één locatie geeft niet dezelfde betrouwbaarheidVoor de uitvoering van het regioplan is het PEV opgericht. De insteek: komen tot versnelde erkenning van haalbare en betaalbare technieken, die bij voorkeur ook het binnenklimaat verbeteren (dus niet alleen end-of-pipe), en die in bestaande stallen toegepast kunnen worden. Om het toelatingsproces te versnellen en te vereenvoudigen, is nu op een locatie gemeten in plaats van op meerdere. “Omdat meten op één locatie niet dezelfde betrouwbaarheid geeft, is een onzekerheidsmarge van 10 procentpunt gehanteerd”, vertelt Hilko Ellen, vanuit Wageningen UR betrokken bij de metingen. Dit betekent dat van de gemeten reductie 10 procentpunt afgetrokken is om het officiële reductiepercentage te bepalen. Zo is bij het ioniserende prikkeldraadsysteem van Serutech Agri een fijnstofreductie van 62% gemeten, en is de techniek nu met een percentage van 52% reductie opgenomen op de landelijke Rav-lijst. De onderzoekers hebben de technieken ook doorgerekend (zie grafiek hieronder). Komend jaar gaat PEV nog aan de slag met twee andere technieken, waar eerst vooronderzoek naar is gedaan: een uv-ionisatietechniek van Aquamar en een methode met het sproeien van micro-organismen door Animal Live Plus Poultry. Lees verder onder de grafiek. Generieke reductie niet uit de luchtMeer technieken zijn hard nodig, want fijnstofreductie blijft op de agenda. Pluimveeorganisaties LTO/NOP en NVP werken aan een sectorplan om de fijnstofemissie uit de pluimveehouderij te reduceren (zie kader onderaan dit artikel: Sector wil gebiedsgericht reduceren). Het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit laat weten voorlopig af te wachten wat dit oplevert. Maar de generieke reductiepercentages zijn niet van de baan, zo zegt een woordvoerder. “De sector krijgt de kans om een alternatief plan voor fijnstofreductie uit te werken. Het is de gezamenlijke voorkeur dat dit leidt tot de beoogde emissiereductie”, aldus de woordvoerder namens LNV. “Mocht de komende periode blijken dat het sectorplan niet uitvoerbaar is of onvoldoende effect heeft, dan zal generieke reductie wettelijk worden vastgelegd.” Daarvoor houdt het ministerie de sector wat boven het hoofd: de regelgeving voor generieke fijnstofreductie zal parallel worden ontwikkeld met de verdere uitwerking van het plan van de sector. Generieke reductiepercentages zouden weleens niet mis kunnen zijn. Eerder kwam toenmalig staatssecretaris Martijn van Dam met reductiepercentages van 70% voor nieuwbouw en 50% voor bestaande stallen. Meer nodigMochten die percentages opnieuw op tafel komen, dan is de sector er nog niet zegt Jan Workamp desgevraagd. “50% in bestaande stallen is nog niet zo eenvoudig. In vleeskuikenstallen kun je met bijvoorbeeld de techniek van Serutech Agri 52% reduceren. Of kiezen voor een warmtewisselaar in combinatie met één van de diverse inonisatietechnieken. Voor een legkippenstal kun je bijvoorbeeld een strooiselschuif combineren met de ioniserende lampen van Freshlight Agri; die combinatie geeft 45% reductie. Voor 50% moet je dan al naar een warmtewisselaar.” Dat is voor de legpluimveehouderij echter weinig interessant. Programma Boer aan het RoerIn de Gelderse Vallei zijn ze echter niet klaar met meten. Vanuit de Regiodeal Foodvalley is het programma Boer aan het Roer gestart, waar in een proeftuin innovaties uit de landbouw getest zullen worden. Dat gaat breder dan het eerste traject: het is voor alle sectoren, en ook op allerlei verschillende terreinen, waaronder naast het verminderen van emissies ook bijvoorbeeld circulair veevoer en een gezonde bodem. Maar ook voor pluimvee en fijnstofreductie is opnieuw ruimte om technieken en maatregelen te laten bemeten. Lees verder onder de foto. Met de ionisatietechniek die bovenin de stal hangt en hier bemeten wordt, slaat stof neer op oppervlakten in de stal. - Foto: Koos GroenewoldTests innovaties fijn stofAnne-Jo Smits, projectmedewerker bij het PEV, laat weten dat er inmiddels 110 aanmeldingen zijn voor de proeftuin, waarvan zo’n dertig tot veertig op het gebied van emissies en tien daarvan op het gebied van pluimvee. In de totale Regiodeal is het de bedoeling dat zo’n veertig innovaties getest gaan worden in een periode van totaal drie jaar. Via de Boer aan het Roer-site zijn aanmeldingen dan ook nog steeds mogelijk en welkom. Ook worden bedrijven gezocht om innovaties te testen. Bijzonder is dat het ditmaal niet alleen gaat om technieken, maar ook om managementmaatregelen. Ook wie bijvoorbeeld een bepaald type strooisel gebruikt en denkt dat dit fijn stof of een andere emissie reduceert, kan zich aanmelden. Daarmee biedt dit project een unieke kans om dergelijke managementmaatregelen op de Rav-lijst te krijgen, die daar anders niet op komen, omdat er geen fabrikant achter zit die betaalt voor de metingen. Het vizier zal voor nieuwe technieken om fijn stof te reduceren dan ook wederom op de regio Gelderse Vallei gericht zijn, oftewel de zelfbenoemde ‘Foodvalley’ – die zijn naam eer aan doet. Sector wil gebiedsgericht reducerenPluimveeorganisaties LTO/NOP en NVP werken aan een sectorplan om de fijnstofemissie uit de pluimveehouderij te reduceren. Hiermee proberen ze te voorkomen dat de overheid generieke reductiepercentages instelt voor iedere pluimveehouder, wat volgens hen weinig effectief zal zijn om daadwerkelijk problemen aan te pakken die lokaal spelen. Het sectorplan is gericht op specifieke gebieden: daar waar de norm van de World Health Organisation voor fijn stof wordt overschreden, en pluimvee daar een aandeel in heeft. Met een subsidieregeling van de overheid die naar verwachting binnenkort opengesteld wordt, moet fijnstofreductie in deze gebieden gestimuleerd worden. In de praktijk gaat het om de pluimveerijke gebieden in Nederland, in de Gelderse Vallei, in de Peel en een gebied in Oost-Nederland.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









