Plantgezondheid dé taak bij pootgoed

Foto: Hans Prinsen

Foto: Hans Prinsen


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

De ziektedruk stijgt in de pootaardappelsector. Er lopen diverse projecten om het tij te keren: tegen aardappelmoeheid, chitwoodi en erwinia.De Nederlandse pootgoedsector staat voor uitdagingen in plantgezondheid. Dat is afgelopen jaar duidelijk geworden. Het opschonen van de pootgoedketen van erwinia lukt onvoldoende, meldde de keuringsdienst NAK op de telersvergaderingen. De NAK constateert ook dat de quarantaine-aaltjes Meloidogyne chitwoodi en fallax zich verspreiden. En in de nacontrole van oogst 2017 is 17,2% van het pootgoed in klasse verlaagd. Dat is de slechtste score sinds 2008.Erwinia: opschonen lukt onvoldoendeErwinia blijft een lastig probleem voor de Nederlandse pootaardappelsector. Het aantal latente besmettingen daalt niet, hoewel steeds meer pootaardappelen worden getest op de bacterieziekte. Keuringsdienst NAK test alle hogere klassen (Pb en S) pootaardappelen die in het handelsverkeer komen op erwinia. Maar het opschonen van de hele pootgoedkolom vanuit de hoogste klassen lukt onvoldoende, meldde de NAK op de telersvergaderingen in januari.Aantastingen in nateeltHet vervelende van erwinia is dat een latente besmetting niet hoeft te leiden tot aantastingen in de nateelt. Andersom kan een partij die de toets glansrijk doorstaat, toch problemen geven in het groeiseizoen. Telers en handelshuizen willen daarom graag de mate van besmetting weten om te kunnen bepalen of ze een partij willen natelen. Maar daar is nog geen geschikte test voor. De huidige toets geeft alleen aan of een partij pootaardappelen besmet is of niet.
Artikel gaat verder onder de foto.Controle van pootaardappelen. Door systematisch de kwaliteit te bewaken, heeft Nederlands pootgoed een goede naam opgebouwd in het buitenland. - Foto: Hans PrinsenChitwoodi en fallax: quarantaineEen andere uitdaging vormen de aaltjes Meloidogyne chitwoodi en fallax. Deze verspreiden zich snel. In 4 jaar is het aantal percelen pootaardappelen verdubbeld dat verplicht wordt onderzocht op de aanwezigheid van deze aaltjes. Chitwoodi en fallax zijn quarantaine-organismen. Brussel stelt bestrijding verplicht. In Nederland trekt de fytosanitaire autoriteit NVWA een cirkel van 1 kilometer rond een vindplaats. Binnen zo’n gebied worden alle percelen pootaardappelen verplicht gecontroleerd op meloidogyne-aaltjes om verspreiding te voorkomen. In 2017 lagen 2.197 percelen pootaardappelen binnen zo’n cirkel. Daarvan was 2,9% besmet met chitwoodi (51 percelen) of fallax (12 percelen). Alle pootgoed van zo’n perceel wordt afgekeurd.De NAK keurde in 2017 zo’n 28.000 percelen pootaardappelen. Daarvan lag dus 8% in een door de NVWA aangewezen gebied. In 2016 lagen veel minder (1.581) pootgoedpercelen in een cirkel en de besmettingsgraad was ook veel lager (0,8%). Vier jaar geleden ging het om bijna 1.100 percelen.‘Het is duidelijk dat chitwoodi en fallax de quarantainestatus behouden’Quarantaine-organismenDe pootgoedsector pleit er al jaren voor om chitwoodi en fallax niet langer te beschouwen als quarantaine-organismen. Tevergeefs, zei nematoloog Loes den Nijs van de NVWA op de Pootaardappeldag in januari in Emmeloord. “Chitwoodi en fallax blijven quarantaine-organismen. Er komt een nieuwe EU-verordening voor de plantgezondheid. Die is in 2016 aangenomen en geldt vanaf 14 december 2019. Deze vervangt de huidige fytosanitaire richtlijn. Er wordt nu gewerkt aan een analyse van alle ziektekiemen die planten kunnen bedreigen en welke daarvan de quarantainestatus moeten krijgen. Het is duidelijk dat chitwoodi en fallax de quarantainestatus behouden.”
Artikel gaat verder onder de foto.Pootgoedtelers bekijken de proefvelden op het proefbedrijf van de SPNA. Er lopen diverse projecten om de plantgezondheid te verbeteren, zoals tegen erwinia en aaltjes. - Foto: BoerderijPriority pestIn de nieuwe verordening hebben de EU-lidstaten minder ruimte om zelf te bepalen hoe ze besmettelijke plantenziekten bestrijden. Ook werkt Brussel aan een indeling van de quarantaine-organismen in ‘gewone’ quarantaineziekten en ‘priority pests’ (schadelijke organismen met prioriteit). Ook chitwoodi en fallax kunnen daar onder gaan vallen. De Nijs: “Als een quarantaine-organisme wordt beoordeeld als een priority pest, dan gelden extra regels. Iedere lidstaat moet een draaiboek maken. Besmettingen moeten publiekelijk bekend worden gemaakt. Er moet worden gemonitord en de lidstaten moeten voor elke priority pest een plan van aanpak opstellen.”Virusziek: veel verlaging in klasseOok bij virusziek is de pootgoedsector in onrustiger vaarwater gekomen. De NAK verlaagde 17,2% van het pootgoed van oogst 2017 in klasse tijdens de nacontrole. Dat is het hoogste verlagingspercentage in 9 jaar. De NAK constateerde vroeg in het groeiseizoen een hoge luizendruk. Besmette bladluizen kunnen het aardappelvirus overdragen op aardappelplanten, die vervolgens het virus weer kunnen doorgeven aan nog onbesmette luizen.Bronnen van het Y-virusHet hoge aantal klasseverlagingen roept een vraag op bij plantenviroloog René van der Vlugt van Wageningen UR en tevens buitengewoon hoogleraar ecologische plantenvirologie. “Hoe komt het dat zo vroeg in het seizoen er al bladluizen zijn gevonden die het aardappel-Y-virus bij zich droegen?” WUR deed een aantal jaren geleden onderzoek naar de bronnen van het Y-virus. Van der Vlugt: “We hebben onkruiden onderzocht die in de buurt groeiden van onze aardappelproefvelden in Lelystad en Wageningen. We vonden het Y-virus in paardenbloem, zwaluwtong, melganzevoet, kruiskruid, akkerdistel, weegbree en akkerkers. De vraag is of bladluizen het Y-virus vroeg in het jaar kunnen oppakken van onkruid. Het zou goed zijn dat nader te onderzoeken. Tot nu wordt ervan uitgegaan dat het Y-virus zich alleen verspreidt vanuit aardappelplanten.”VogelkersluizenDe perzikbladluis is de beste virusoverbrenger. Maar ook andere luizen kunnen het Y-virus met zich meedragen, zoals de Rhopalosiphum padi (vogelkersluis), die zich vooral voedt met grasachtige planten. De vogelkersluis verspreidt het Y-virus veel moeilijker dan de perzikbladluis. Maar de vogelkersluizen komen wel in zeer grote aantallen voor en landen ook in aardappelpercelen. Van der Vlugt: “De vraag is of er toch infectiedruk ontstaat in aardappelplanten door het grote aantal van deze luizen. Ook dat is de moeite waard om verder te onderzoeken.”Artikel gaat verder onder de foto.Een monsterzak met pootaardappelen komt binnen bij de keuringsdienst NAK. Afgelopen najaar is relatief veel pootgoed in klasse verlaagd vanwege virus. - Foto: NAKTest op virussenEen andere vraag is of de pootgoedsector afdoende test op virussen. In de nacontrole wordt alleen getest op het Y-virus, terwijl er elf aardappelvirussen zijn. Volgens de NAK komen de andere virussen zo sporadisch voor, dat ze niet meer standaard worden meegenomen in de nacontrole. Van der Vlugt vraagt zich af of het onderzoek naar virussen verbreed moet worden. “Bladrolvirus komt in Nederland weinig meer voor, door het gebruik van systemische insecticiden. Maar in Duitsland is een paar jaar geleden een bladrolvirus gevonden die geen of nauwelijks symptomen geeft in de aardappelplant. De sector zou kunnen overwegen of ze niet breder moet zoeken naar aardappelvirussen die moeilijk te herkennen zijn.”‘De aardappelsector moet op zoek naar andere bestrijdingsmethoden’Minder mogelijkheden bestrijding luizenDe ziektedruk door virussen kan sterk stijgen, blijkt uit de nacontrole door de NAK. Maar de akkerbouwers hebben steeds minder mogelijkheden de luizen te bestrijden. De minerale olie 11-E is sinds 1 januari verboden. De toepassing van olie-H staat ter discussie, evenals het gebruik van neonicotinoïden en pyrethroïden om bladluizen te bestrijden. Van der Vlugt: “De aardappelsector moet op zoek naar andere bestrijdingsmethoden. Er is nog veel onbekend over het samenspel tussen de aardappelplant, het virus en de bladluis. We weten dat bladluizen een voorkeur hebben voor aardappelplanten die besmet zijn met Y-virus. Maar we weten niet hoe dat komt. Als we meer inzicht krijgen in de interactie, is wellicht een nieuwe bestrijdingsmethode tegen luizen te ontwikkelen.”Pootgoedsector pakt uitdagingen aan en mag niet verslappenDe pootgoedsector doet zijn uiterste best om de plantgezondheid op orde te houden.Er zijn diverse initiatieven voor, zegt Peter Berghuis, voorzitter van de LTO-werkgroep Pootaardappelen. “We willen ons goede imago behouden. Er loopt een Plan van Aanpak Aardappelmoeheid bij de Brancheorganisatie Akkerbouw, evenals een project over de meloidogyne-aaltjes. We zijn plannen aan het maken voor een nieuw project over erwinia.”KlasseverlagingenBerghuis denkt dat de vele klasseverlagingen in de nacontrole door virus een incident zijn. “In een jaar met een lagere luizendruk neemt het aantal klasseverlagingen door virus af. M. chitwoodi en M. fallax zijn lastige aaltjes om grip op te krijgen. Dus is een plan van aanpak gestart. De vele toetsingen op erwinia zorgen voor minder partijen die de ziekte kunnen verslepen.”AgricoBerghuis vindt niet dat de pootgoedteelt te intensief is. “In veel regio’s telen de meeste pootgoedtelers al jarenlang 1 op 3 pootaardappelen. Dat staat los van de ziektedruk.”Directeur Jan van Hoogen van handelshuis Agrico vindt de pootgoedteelt in Nederland intensief. “Dat is economisch een noodzaak. We moeten door teeltmaatregelen en teeltoptimalisatie, bijvoorbeeld met precisielandbouw, tijdig bijsturen op de bedreigingen die op ons afkomen. Met erwinia zijn we op de goede weg dankzij de bacterietoets. Dat voorkomt teleurstellingen en afkeuringen. Wat betreft chitwoodi en fallax leggen wij ons nog niet neer bij de mening van Brussel.”Handelshuis HZPCDirecteur Gerard Backs van handelshuis HZPC vindt de pootgoedteelt niet te intensief. “Met een extensievere teelt zijn lang niet alle problemen opgelost. Maar ik onderschrijf dat de sector uitdagingen heeft in plantgezondheid. Het is een permanente strijd. Door er hard aan te blijven werken, kun je de ziekten voorblijven. Het is als een bal tegen de helling opduwen. Je moet blijven duwen. Als je verslapt, rol je terug en duurt het lang tot je op het oude niveau bent. De sector doet wat hij moet en kan doen. Maar het mag niet verslappen.”

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Snel delen


Sectornieuwsbrief Akkerbouw


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.