‘Oproep tot eensgezindheid over levensduur koeien’

Foto: Henk Riswick
Derogatie en levensduur van koeien lijken weinig gemeen te hebben. Toch worden ze beide met regelmaat tegen het licht gehouden en aangepast waar nodig.Twee witte auto’s met een ministerielogo draaien ons erf op. Mannen stappen uit. Een NVWA-controle, verwacht ik. Op zoek naar tweelingen. Maar het blijken militairen. In een soort prins Bernhard senior Nederlands spreekt de leider mij aan. Ze hebben een gezamenlijke Nederlands-Duitse oefening en of ze op mijn erf mogen staan. “Als jullie maar niet weer 5 jaar blijven, is dat geen probleem”, leg ik de man uit. Ik was allang blij. Vorig jaar is de NVWA nog met de stofkam door ons hele bedrijf gegaan. Alles was in orde. Ik was dus niet bang voor een grootschalige I&R-fraude. Daarvoor is de derogatiecontrole al veel te streng. De derogatie die al weer binnen is. De minister en de standsorganisaties wekken graag de indruk dat het allemaal aan hen te danken is. Ik kan u alvast verklappen dat over 2 jaar de derogatie ook doorgaat. Derogatie heeft een lange levensduur. Afkalfleeftijd daalt welOver levensduur gesproken: in de rundveefokkerij was er onlangs het congres van de initiatiefgroep Fokken op Levensduur. Want levensduur gaat te weinig vooruit. De gemiddelde afvoerleeftijd is al een paar jaar stabiel op 5,6 jaar. Waar men aan voorbijgaat, is dat de afkalfleeftijd natuurlijk wel daalt.Vruchtbaarheid belangrijke afvoerredenWie YouTube wel eens afstruint, kan beelden vinden van veehouders die als tip geven de stierenkaart eens om te draaien. Erg onhandig als je het mij vraagt. Deze veehouder heeft veel oude koeien van stieren die onderop de kaart staan. En dat is logisch. Vruchtbaarheid is vaak een belangrijke afvoerreden en impopulaire stieren hebben meer spermatozoïden in een rietje. Vandaar dat ik graag proefstieren gebruik, want in die rietjes zitten er wel 20 miljoen. Minder nadruk op uier en benen, maar meer op klauwgezondheid, vruchtbaarheid en voerefficiëntie in NVI moeten leiden tot langere levensduur.LaatrijpheidWat mij tijdens de bijeenkomst verder opviel, is dat er veel waarde gehecht werd aan laatrijpheid. Hier moet op gefokt worden en de rustige doorontwikkeling van het dier betekent dat vaarzen het minste geven, schotten meer en koeien het meest. Kennelijk herkennen weinig melkveehouders dit als probleem. Ook op mijn bedrijf is er geen afvoer omdat er te weinig stijging is in de lactaties. Klauwgezondheid toegevoegdDe levensduur komt ook terug in de nieuwe NVI. Deze NVI is niet samengesteld door zelfbenoemde deskundigen, maar reflecteert de mening van 5.200 Nederlandse en Vlaamse veehouders (24% van alle veehouders). De veranderingen zijn ten eerste dat de inweging van beenwerk daalt, maar dat er klauwgezondheid is toegevoegd. De inweging van uier is minder en vruchtbaarheid meer. Daarnaast is voerefficiëntie toegevoegd met 5%. Tot zover allemaal begrijpelijke stappen. Laat de NVO-leden beginnen met stoppen met de TIP (Totaal Index Praktijk) die toch niemand gebruiktNu is het zo dat veehouders vaak de beste stieren gebruiken. Tenminste, dat blijkt uit de inseminatiecijfers. De goede fok- en proefstieren worden er moeiteloos tussenuit gepikt. Ik heb dus alle vertrouwen in de nieuwe NVI. Realistische steekproefDe initiatiefgroep Fokken op Levensduur riep op tot meer eensgezindheid. Een prima plan. Laat dan de NVO-leden beginnen met stoppen met de TIP (Totaal Index Praktijk) die toch niemand gebruikt en ook stoppen met het uitdelen van stierenkaarten met buitenlandse fokwaarden. Daar hebben we hier niets aan. Erken eenvoudigweg de NVI, die immers ook door hun klanten samengesteld is. En als 24% van de veehouders deelneemt, dan mag je spreken van een realistische steekproef.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









