‘Oma deed het beter dan huidige koeienboer’

Foto: Jan Willem Schouten
Melkveehouders focussen te veel op genetische verbetering en te weinig op verbetering van de omstandigheden op het bedrijf. Daardoor loopt de kalversterfte almaar op.Dat stelde jongveecoach Siert Jan Boersema op het Future Farming Dairy theatre tijdens de GFIA in Utrecht. Volgens Boersema loopt de kalversterfte nodeloos op. “De kennis bij melkveehouders over kalveropfok is groter dan in de voorgaande decennia. Er zijn nu wel meer koeien op het bedrijf, toch is 90% tot 95% van de huisvesting en het (voer)management nog gelijk aan tien jaar geleden. Oma deed het vijftig jaar geleden veel beter dan wij nu. Daarbij speelt aandacht en tijdsgebrek natuurlijk wel een rol.”Nieuwe voedingskennis te weinig ingezetNieuwe voedingskennis wordt volgens de jongveecoach te weinig ingezet in de praktijk. Het ruweiwitgehalte in het droogstandsrantsoen van de koe moet bijvoorbeeld minimaal 10% zijn. Als het daaronder komt, verslechtert de darmkwaliteit van het kalf, waardoor de opname van immunoglobuline IgG uit de biest aanzienlijk slechter verloopt. Een ruweiwitgehalte boven 14% geeft een duidelijk betere immuunstatus van het kalf bij de geboorte. Minstens vier dagen biestBiestverstrekking moet volgens Boersema minstens vier dagen zijn, terwijl veel veehouders er al na een of twee dagen mee stoppen omdat de immunoglobulines in biest maar 24 uur opgenomen worden uit de darm. De hoge energie-inhoud en het hoge gehalte aan lactoferrine en cortisol leiden tot algemene weerstand en versterken de opbouw van het immuunsysteem meer dan reguliere melk.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









