Nog eens 15 opmerkelijke trends

Afbeelding: Canva en Lex Aalders
Van andere bewaarstrategie tot de komst van nieuwe biogasinstallaties en de opkomst van insecten; deze 15 trends zijn er ook nog!Lees hieronder 15 korte interviews.Akkerbouwers bewaren producten steeds preciezerBewaring van aardappelen en uien wordt preciezer: elke partij geven wat het nodig heeft voor een goed verkoopresultaat. Dat ziet Paul Hooijman van Delphy.Akkerbouwers kiezen voor meer droogcapaciteit in de aardappelbewaring. “Met versterkte ventilatie kan meer lucht door de bewaring worden verplaatst. Dat is gewenst, omdat met de huidige rassen vaker iets aan de hand is dan met het oude Bintje. En de weersextremen leiden tot meer kwaliteitsproblemen; natte oogsten brengen beschadigingen en rot naar binnen.”NieuwbouwHooijman merkt dat telers bij nieuwbouw van aardappel- en uienbewaring kiezen voor meer kleine bewaarcellen in plaats van één grote. Daarnaast is de kistenbewaring al jaren flink in opmars, hoewel in aanschaf 40% duurder dan een ‘gewone’ bewaarschuur. Naast kwaliteitswinst levert dit een enorme flexibiliteit in de afzet. “Je kunt vrachtauto voor vrachtauto verkopen, slechte partijen apart. Je voorkomt die grote variatie in een hoop.”Voor gemak en verbetering wordt geïnvesteerd in bewaarcomputers, smartphone-bestuurbaar.De laatste trend in uienbewaring is condens drogen. Dit neemt nog niet zo’n vlucht vanwege de kosten. “Met deze investering van enkele tonnen kun je altijd drogen. In combinatie met een kistenbewaring heb je het dan echt goed voor elkaar.”Paul Hooijman (51) is manager en senior adviseur bij onderzoeks- en adviesbureau Delphy in Dronten (Fl.). - Foto: DelphyVeredelingstrends versnellen met Crispr-CasVergroening, klimaatverandering, consumentenwensen en ontwikkelingslanden. In deze trends ziet Plantum-directeur Niels Louwaars een rol voor de plantenveredeling. De snelheid waarmee de veredelaars aan wensen tegemoet kunnen komen, hangt sterk af van technologische ontwikkelingen en de acceptatie daarvan. Zoals nu bij Crispr-Cas. “Ik verwacht dat de discussie in Europa tot een bredere acceptatie leidt”, zegt Louwaars vol vertrouwen. “Methoden als Crispr-Cas geven gehoor aan de roep om snel antwoorden te hebben op duurzaamheidseisen en het krimpende chemische middelenpakket.”Resistentie tegen droogteDe Nederlandse akkerbouw heeft hoe dan ook robuustere rassen nodig. Rassen die tegen droogte en zout kunnen enerzijds en wateroverlast anderzijds. Planten die ondanks onvoorspelbare omstandigheden goede opbrengsten halen. Hier wordt volop aan gewerkt, verzekert Louwaars, die ook ruimte ziet voor de trend gezondheid en beleving. “Kwaliteitseisen van consumenten, inclusief verhoging van gezondheidsbevorderende inhoudsstoffen in voedingsproducten, worden steeds belangrijker.”Louwaars ziet ook kansen om ’s lands mondiale positie in uitgangsmaterialen te combineren met voedselzekerheid in ontwikkelingslanden. “Landbouw in Afrika verbeteren, zodat de voedselzekerheid groeit.”Niels Louwaars (61) is directeur van Plantum, belangenorganisatie van de sector voor zaden en jonge planten in Gouda (Z.-H.). - Foto: PlantumBewijs mestaanwending praktisch en betaalbaar houdenIn 2019 is het zaak de vinger aan de pols te houden rond de bewijslast waar boer en loonwerker aan moeten voldoen bij het uitrijden van mest.Vorige maand maakte minister Schouten van LNV bekend dat de sleepvoetbemester toegestaan blijft, mits de gebruiker bijvoorbeeld kan aantonen dat de mest voldoende met water is verdund. Vanaf 2020 moet daarvoor digitale apparatuur zijn opgebouwd die een correcte manier van werken bewaakt, gekoppeld aan gps-positiebepaling.NIR-apparatuurOm te beginnen zal het al een klus zijn om alle belanghebbenden (machinefabrikanten, gebruikers en de controlerende overheid) het eens te laten worden over de specificaties voor zulke apparatuur – waarbij de werkbaarheid en de betaalbaarheid voorop moeten staan. Maar daarnaast, zo stelt Theo Vulink van Fedecom, zou je de brief zo kunnen lezen dat ook op alle andere mestaanwendingsmachines zo’n bewakingseenheid moet komen. Misschien wel inclusief NIR-apparatuur die de samenstelling (droge stof en gehalten) van de mest bepaalt. Dat zou de kostprijs van bemesten aanzienlijk kunnen opdrijven. Prioriteit voor de mechanisatiesector de komende maanden is daarom helder te krijgen wat het ministerie precies van plan is, en erop in te zetten dat dit in de praktijk haalbaar zal zijn.Theo Vulink is Branchemanager bij Fedecom, belangenbehartiger voor bedrijven in de landbouwmechanisatie. - Foto: Jan Willem SchoutenMeer beestjes in de bodem door niet ploegenMet de verkoop van zijn ploeg heeft Johan van Beek in Zuidland de kerende grondbewerking definitief achter zich gelaten. Hij ploegt niet meer.Als belangrijkste reden om met ploegen te stoppen, noemt Van Beek het verschijnsel dat populaties van stengel- en vrijlevende aaltjes groeiden, hoewel zijn vader en opa nooit intensief geboerd hebben (1:2 tarwe, 1:4 aardappelen, 1:6 bieten en 1:12 uien). Van Beek klepelt nu vanaf eind oktober voorop de trekker de groenbemester en hij trekt in dezelfde werkgang met een woeler en vastetandcultivator de grond achter de trekker 25 centimeter diep los. In het voorjaar is het dan een kwestie van de laatste plantenresten doodspuiten, een poot- of zaaibed maken en dan planten of zaaien. Voor komend seizoen voor de bieten heeft Van Beek een schijvenzaaier aangeschaft om minder last van plantenresten te hebben.Geen dip in de opbrengst“Tja, en wat levert het op? Goeie vraag. Moeilijk te zeggen, ik doe het nu pas 5 jaar. In ieder geval vind ik het natuurlijker aanvoelen dan een kaarsrecht geploegd perceel zwart blinkende klei. In ieder geval geen dip in de opbrengsten. Ik zie meer beestjes in de bodem, wormen, torretjes. En het land blijft droger, geen plassen meer.” En de aaltjes? “Dat is moeilijk te zeggen, dat probleem los je niet direct op.”Johan van Beek (39) is akkerbouwer in Zuidland (Z-.H.) Zijn bedrijf omvat 90 hectare kleigrond van 20 tot 50 procent afslibbaar en 2 à 3 procent organische stof. - Foto: Roel DijkstraAkkerbouwers plannen hun bietenareaal scherper“Akkerbouwers in het noordoostelijk zand- en dalgrondgebied zaaiden altijd vrij ruim suikerbieten omdat het saldo van surplusbieten al snel hoger was dan dat van graan.” Teeltadviseur Roelof Naber van Delphy merkt dat nu het sentiment onder telers als gevolg van de verwachte lagere suikerprijzen anders is.Telers gaan hun bietenareaal weer scherper plannen. Waar eerder een perceel voor het gemak vol gezaaid werd met bieten, wordt er nu voor gekozen om toch maar niet boven de toewijzing uit te zaaien. Bovenop de lagere toewijzing zal het bietenareaal daarom nog wat extra krimpen.Schade droogteHet grootste deel van de telers kiest ervoor om in plaats van bieten graan op het vrijgekomen areaal te zaaien. Telers die al andere gewassen dan zetmeelaardappelen, suikerbieten en graan in het bouwplan hebben – zoals uien, cichorei of peen – kiezen er vaak voor om het vrijgekomen areaal met zo’n gewas te vullen.Afgelopen teeltjaar was volgens Naber een groot drama voor de noordoostelijke akkerbouw. Door het hoge percentage van ‘coöperatieve’ gewassen is de schade door de droogte niet in de prijs gecompenseerd. De adviseur merkt dat ondernemers zich mede door de ervaring in 2018 oriënteren op structurele veranderingen in de invulling van het bouwplan.Naam: Roelof Naber. Bedrijf: Delphy. Functie: Manager Team Akkerbouw Noordoost. - Foto: Roelof NaberMonoculturen verliezen populariteit in de toekomstSteeds meer onderzoek gaat uit naar alternatieven voor monoculturen – zoals strokenteelten – en de omvang van landbouwmachines staat ter discussie. Strokenteelten kunnen ziekteverspreiding verkleinen, biodiversiteit herstellen en bodemverdichting afremmen. Volgens Marcel van der Voort van Wageningen University & Research is lichte, geautomatiseerde mechanisatie de oplossing in de huidige landbouw. Hij benadrukt het belang van een goede bodemgezondheid. “Bodemverdichting wordt voornamelijk veroorzaakt door zware landbouwmachines. De mechanisatie is momenteel maatgevend voor de grootte van percelen, terwijl dat omgekeerd moet zijn: kleinere en lichte geautomatiseerde machines die kleinere percelen bewerken.” Volgens de WUR-onderzoeker verkleint schaalverkleining ook de kans op ziektes: “De continuïteit van het gewas wordt onderbroken, waardoor ziekteverspreiding biologisch tegengehouden wordt.”WeerextremenDaarnaast spelen klimaatverandering en weerextremen een steeds grotere rol. Afgelopen jaar was het extreem droog, terwijl de twee jaren ervoor extreem nat waren. “We moeten anticiperen op weerextremen: een gezonde bodem, afwisseling in gewassen, en lichtere machines zijn stappen in de goede richting. Mengteelten zijn ook een oplossing, maar vanwege de complexiteit en arbeid financieel niet interessant.”Onderzoeker Marcel van der Voort van de WUR bij een gasopwaardering. - Foto: Jiri BullerMeer selectie op vleesvee met grote bekkenmaatSteeds meer vleesveebedrijven werken mee om de bekkenmaten van Verbeterd Roodbont (VRB) en Belgische witblauw (BWB) koeien vast te stellen. In 2014 zijn Belgisch Witblauw Stamboek, het stamboek Verbeterd Roodbont en LTO Nederland het project Bewust Natuurlijk Luxe gestart. Doel is om binnen 15 à 20 jaar meer natuurlijke geboortes van de rassen te realiseren. Het project wordt gefinancierd door de stamboeken BWB en VRB, LTO Nederland, CRV en het ministerie van Economische Zaken.Groei bekken“22 centimeter in hoogte en 17 centimeter in breedte is een goede bekkenmaat”, aldus vleesveehouder Jan Tupker. Het bekken van een koe blijft groeien. Alleen koeien ouder dan 2 jaar kunnen worden gemeten. “Wij hebben een natuurlijk geboorteaandeel van 40%. Als je bijvoorbeeld veel vaarzen hebt, dan daalt dit percentage. Zij kalven nou eenmaal moeilijker af.” Tupker verkoopt wel eens een stier aan andere fokkers. “We zijn wel eens met een stier naar de ki geweest. Die werd afgekeurd omdat de genen toen niet interessant genoeg waren.”Wageningen UR gaat de cijfers van het project onderzoeken. Veehouders en LTO wachten hierop. Ki-organisaties hebben stierenkaarten gepresenteerd met aanbevolen stieren. Deze kaart kwam vorig jaar voor het eerst.Jan Tupker uit Baarn (U.) heeft een vleesveebedrijf met Belgische witblauw zoogkoeien. Hij fokt al jaren op een brede bekkenmaat voor meer natuurlijke geboortes. - Foto: Kastermans studioCommercieel vaccin tegen AVP in 2023Er ook een positieve kant aan de uitbraak van Afrikaanse varkenspest (AVP) onder wilde zwijnen in België.Nu is het voor nog meer landen duidelijk geworden dat het virus een acuut probleem is en dat het belangrijk is om voorbereid te zijn. Fernando Rodríguez: “Voor een goede bestrijding zijn offers nodig. Dat kon je zien in Spanje, in de jaren tachtig en negentig. Lang was er niet genoeg geld. Toen men dat eenmaal doorhad, kwam er een duidelijke focus, samenwerking en geld en op die manier hebben we het virus uitgeroeid in 1995.”Uitbraken in ChinaEr is volgens Rodríguez een belangrijk verschil tussen de huidige uitbraken in Azië en Europa. “In China is het virus niet onder controle en verspreidt het zich op boerderijen. Daar moet men wennen aan de aanwezigheid van AVP de komende jaren. In de EU zit het vooral in wilde zwijnen. Ik heb er vertrouwen in dat het onder controle wordt gehouden en dat het virus niet ontsnapt naar andere landen.”Rodríguez is al lang bezig met een virus tegen AVP, samen met een Amerikaanse groep. “We werken aan prototypes van vaccins gebaseerd op verzwakte levende virussen. In experimenten werken deze zeer goed. Het testen kost heel veel tijd. In 2019 is het vaccin nog niet commercieel beschikbaar, maar we liggen op koers voor 2023.”Naam: Fernando Rodríguez. Functie: Directeur CReSA, diergezondheidsprogramma van IRTA in Spanje en expert op gebied van ontwikkeling van AVP-vaccin. - Foto: Vincent ter BeekAanpak BVD en IBR uitdaging voor vleesveesectorMet ingang van 1 januari is de verplichte bestrijding van BVD en IBR gestart voor de vleesveehouderij. Het grootste probleem is volgens Wouter Hartendorf de verdeeldheid van zijn sector: “We zijn een kleine sector zonder brancheorganisatie. We doen als vakgroep ons best, maar het is lastig alle veehouders in de kruiwagen te houden. Al is de financiële tegemoetkoming op het GD-abonnement wel positief.”Wat ergert de vleesveehouderij het meest aan de aanpak? “De zuivel bepaalt het nu en die is vooral met het eigen belang bezig. Veel vleesveebedrijven zijn onbewust al vrij, maar moeten nu de portemonnee trekken en zijn daar dus niet blij mee.” De zuivel werk met tankmelkmonsters en de vleesveehouder moet bloed tappen.Verplicht bloed tappenEen praktisch probleem waar de vleesveehouderij tegenaan loopt, is het toch weer verplicht bloed tappen van dieren uit het buitenland. “In België en Duitsland zijn ze al veel verder. Je krijgt als koper de certificaten BVD- of IBR-vrij en toch moet je nog bloed laten tappen omdat de buitenlandse certificaten niet erkend worden. Zie je het voor je, bloed tappen bij een twee jaar oude fokstier? Als je een IBR-vrijcertificaat hebt in Nederland heeft dat in het buitenland geen waarde.”Wouter Hartendorf (37) is vleesveehouder in Santpoort-Zuid (N.-H.) en is voorzitter van de LTO-vakgroep Vleesveehouderij. - Foto: Cor SalveriusOptimistisch over proeven met peilgestuurde drainageVeenweideboer Elmer Kramer uit Assendelft (N.-H.) ziet de resultaten van de peilgestuurde drainage positief in. Wel wijst hij erop dat er de komende jaren ervaring moet worden opgedaan in de techniek.Het verschil tussen de grondwaterstand met en zonder peilgestuurde drainage was afgelopen zomer op zijn bedrijf 30 tot 40 centimeter. “In juni begonnen de metingen. Toen hadden we eigenlijk al een achterstand omdat de grond al droog was”, aldus Kramer. Het plan is daarom om komende zomer met een grotere capaciteit te meten. Het experiment met de peilgestuurde drainage is onderdeel van het Innovatieprogramma Veen (IPV), een samenwerkingsproject van Water, Land & Dijken en Landschap Noord-Holland. In de polder bij Assendelft en bij onderzoekscentrum Zegveld lopen proeven met pompgestuurde onderwaterdrainage.Daling veenweidebodemIdse Hoving van Wageningen University & Research noemt de resultaten van de proeven overtuigend. Volgens hem is er meer besef bij veehouders dat het voor de toekomst van belang is dat de daling van de veenweidebodem moet stoppen. Kramer zegt te merken dat het onderwerp behoorlijk leeft. Dit komt volgens hem mede door de notitie van de provincie waarin de bodemdaling van de veenweidegebieden wordt besproken.Elmer Kramer uit Assendelft (N.H.) regelt de grondwaterstand op 15 hectare van zijn land met peilgestuurde drainage. - Foto: Innovatieprogramma VeenVeterinair belang I&R ligt in tracking en tracing“Ik begrijp wel dat er actie is ondernomen om de regels rondom identificatie en registratie (I&R) aan te scherpen. Echter: hoe dat in de praktijk precies ingevuld wordt, is iets tussen veehouders en overheid. Het is voor ons als veterinaire zorgaanbieders minder belangrijk. Voor ons staat voorop dat I&R sluitend is in het kader van tracking en tracing”, zegt Erwin Hoogland van de KNMvD.“I&R is voor ons belangrijk bij diergezondheid, dierenwelzijn, volksgezondheid en voedselveiligheid. In al deze facetten komt tracking en tracing terug. Meer concreet: I&R speelt een belangrijke rol in dierziektenprogramma’s als IBR en BVD. Als we vrij willen worden van deze ziekten moet de I&R sluitend zijn. En, laten we hopen dat het niet meer voorkomt, in geval van een uitbraak van zeer besmettelijke dierziekten als mond- en klauwzeer. Snel handelen en via tracking en tracing de oorsprong weten te herleiden is in belang van alle sectoren om een uitbraak zo snel mogelijk in te dammen en vervolgens te bedwingen. Een waterdichte I&R is dan echt essentieel.”Antibiotica“In het kader van voedselveiligheid gaat het meer om residuen van bijvoorbeeld antibiotica in melk of vlees. Bij bescherming van de volksgezondheid gaat het vooral over zoönosen. Dan hebben we het met name over salmonella en para-tbc.”Naam: Erwin Hoogland (45). Organisatie: Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde (KNMvD). Functie: Clustervoorzitter Landbouwhuisdieren. - Foto: Erwin HooglandEindelijk weer groei biogas; 10 vergisters onderwegTien nieuwe biogasinstallaties staan in de startblokken, zegt Hans van den Boom van Rabobank Nederland.De capaciteit stijgt met een kwart. Ze zijn goed voor een miljoen ton digestaat waarvan 700.000 mest en de rest coproducten. Het is voor het eerst in ruim vijf jaar dat er weer groei in deze kleine sector zit.SubsidieDe meeste installaties hebben hun eerste tienjarige subsidieperiode erop zitten, en zijn overgegaan naar de SDE+-regeling. Belangrijk is het benutten van de restwarmte die vrijkomt bij opwekking van stroom. “Verdere groei van de branche hangt vooral af van beschikbaarheid en prijs van cosubstraat.”Erg belangrijk is de kostprijs. Biogas is in vergelijking met wind en stroom een betrouwbare energiebron, maar in kosten per kilo vermeden CO2-uitstoot (het nieuwe criterium voor SDE-subsidie 2020) verliest het de slag van onder meer wind en houtstook.Groen gasDe beste kansen ziet Van den Boom dan ook in groen gas. “Dat rekent beter en kan een rol gaan spelen in transport en industrie.” Nadeel is dat er dan geen restwarmte is om het digestaat mee te verwerken. En juist de afzetkosten van digestaat zijn erg bepalend voor het financiële succes van een vergister. Toch hebben alle nieuwe installaties een vorm van mestbewerking, zodat het extra digestaat niet op de Nederlandse mestmarkt drukt.Hans van den Boom is al 12 jaar manager duurzame energie bij Rabobank Nederland. 'De sector is volwassen geworden'. - Foto: RabobankInsecten worden nieuwe speler in voedselsysteem“Ik verwacht dat de insectenkweek zich, als onderdeel van circulaire landbouw, verder ontwikkelt en daarmee een nieuwe speler wordt in ons voedselsysteem, dat verder moet verduurzamen”, aldus Albert van den Belt, directeur R&D bij Agrifirm. Agrifirm wil bijdragen aan een verantwoorde voedselketen voor toekomstige generaties en is daarom een samenwerking aangegaan met insectenkweker Protix.“Uit de samenwerking moeten nieuwe initiatieven voortkomen waarbij gebruik wordt gemaakt van door Protix geleverde ingrediënten uit insecten.” De initiatieven variëren van het ontwikkelen van concepten voor vleeskuikens, leghennen en varkens tot gerichte toepassingen voor een circulaire bodemverbeteraar. “We voeren proeven uit om te kijken of het substraat waar de insectenlarven in gekweekt zijn waarde heeft als meststof en naar functionele eigenschappen die de bodem- en plantgezondheid kunnen beïnvloeden”, aldus Van den Belt.Dierenwelzijn“Het gebruik van insecten sluit aan bij het natuurlijk gedrag van dieren. Daarmee wordt bijgedragen aan dierenwelzijn en heeft het mogelijk gunstige invloeden op dierprestaties. Daarnaast kunnen boeren die deelnemen aan de concepten rekenen op een bedrijfsvoering dichter bij de natuur met een hogere waarde voor hun producten.”Albert van den Belt is directeur R&D bij Agrifirm. - Foto: A
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









