Nitrificatieremmer op gras alleen zinvol bij juiste omstandigheden
Heeft een nitrificatieremmer zin op grasland? Tot dusver overtuigt wetenschappelijk onderzoek in Nederland niet. Op uitspoelingsgevoelige zandgronden bij een lage temperatuur en veel vocht kan het 4% meer gras en 10% extra eiwit opleveren.

Bij steeds lagere bemestingsniveaus kan de meerwaarde van nitrificatieremmers toenemen. Op grasland leveren nitrificatieremmers het meeste voordeel op bij toepassing in drijfmest vroeg in het seizoen (februari, maart en april). Foto: Jan Willem Schouten
Door nieuwe mestwetgeving mogen boeren minder dierlijke mest uitrijden. In nutriënten verontreinigde gebieden (NV-gebieden) geldt zelfs een 20% lagere totale stikstofgebruiksnorm. Het komt steeds meer aan op beperken van stikstofverliezen in het groeiseizoen. Toevoeging van nitrificatieremmers aan meststoffen is daarbij een optie. Deze remmers vertragen de omzetting van ammonium naar nitraat door Nitrosomas-bacteriën in de bodem. Ze inactiveren deze bacteriën tijdelijk. Stikstof zit in mest(stoffen) als nitraat (NO3-), ammonium (NH4+), ureum (CH2N2O) of organisch gebonden stikstof of combinaties hiervan. Gras kan stikstof opnemen in nitraat- of ammoniumvorm. Een gewas neemt nitraat makkelijk op, maar bij veel neerslag is nitraat gevoelig voor uitspoeling. Ureum is niet direct opneembaar door het gewas, maar wordt in de bodem snel omgezet in ammonium (met kans op vervluchtiging naar ammoniak). Vervolgens zetten bacteriën het om in het makkelijk opneembare nitraat.
Lees verder onder het kader
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









