‘Niks leukers dan een kalf schetsen’

Foto: Henk Riswick

Foto: Henk Riswick


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

Melkadviseur Jan Hooikammer van coöperatie CZ Rouveen gaat met pensioen. Hij begon als melkmonsternemer en kalverschetser. Nu geeft hij advies over melkkwaliteit en duurzaamheid. In gesprek met een gedreven zuivelman die de melkbussen nog heeft meegemaakt.Natuurlijk, hij kent alle melkveehouders van zuivelcoöperatie CZ Rouveen. Dat zijn er 250 en bij allemaal komt hij in de stal. Hij is officieel adviseur veehouderijzaken; vroeger stond er op zijn loonstrookje ‘algemene boerenbegeleider’. Vindt hij eigenlijk een mooiere omschrijving. Jan Hooikammer (65) gaat met pensioen na 45 jaar in dienst te zijn geweest van zijn coöperatie. Die heette bij zijn aantreden in 1972 nog De Kleine Winst. Toen hij begon, waren er in de 2 buurdorpen Rouveen en Staphorst nog 4 melkfabrieken. De 3 andere heetten De Vlijt, Ons Belang en De Nijverheid. Ze zijn in de loop van de jaren samengevoegd. CZ Rouveen is nu een van de kleine zuivelfabrieken in het land, maar haar kazen zijn wereldwijd befaamd.Man van cijfers en getallenHooikammer is een man van cijfers en getallen. In 1987 bijvoorbeeld stonden er op zijn lijst 103 boeren, met bij elkaar ruim 3.100 koeien. Per bedrijf 30 koeien en daarmee konden de veehouders het prima redden. In die tijd zetten nog tientallen boeren melkbussen aan de weg, het was de tijd van de kalverschetsen. Lang voor de oormerken. Nog steeds weet hij bij elk tanknummer de naam van de veehouder en het bijbehorende adres. En de naam van de vorige leverancier met dat nummer. Wat hem betreft hoeft zijn geheugen voor getallen niet in het artikel te staan. Veel belangrijker is dat hij de mensen kent. Hij is er altijd bij, bij rouw en trouw. Als hij een rouwkaart krijgt, gaat hij naar de begrafenis. Hoort erbij. Loopbaan van HooikammerDe loopbaan van Hooikammer is ooit begonnen met het nemen van melkmonsters. Hij was nog maar 13 jaar. Een paar jaar later vroeg de melkfabriek of hij kalveren wilde schetsen. Er moest een achterstand worden weggewerkt. Erg leuk werk. Na zijn diensttijd trad hij officieel in dienst bij de coöperatie. In die jaren had elke zuivelonderneming nog een eigen fok- en controleorganisatie. De laatste tijd gaat het in zijn werk vooral om melkkwaliteit en duurzaamheid.Een man met zo’n lange historie in de zuivel kan mooie verhalen vertellen. Jarenlang heeft hij elke maandagochtend tussen 4 en 8 uur de zuurtegraad van de aangevoerde bussenmelk gecontroleerd. Dat gebeurde met een speciaal apparaat en alcohol van 69%. Als de melk schiftte, gingen alle bussen van de leverancier linea recta terug naar de boer die zijn melk in het weekeinde onvoldoende had gekoeld. Met een geel formulier waarop stond ‘uw melk is ongeschikt voor verwerking’. Dat formulier werd er vaak snel afgehaald door de betreffende veehouder. Uit schaamte voor de buren.Quotering en duurzaamheidsprogrammaHij heeft de invoering van de superheffing in 1984 meegemaakt. De meesten van zijn boeren hadden dat niet zien aankomen. Hun quotum was klein en dat bleef hen jarenlang achtervolgen. Hij was er ook bij toen de quotering verdween. Nu hebben we de fosfaatquota, de geschiedenis herhaalt zich. Weer praat hij met knelgevallen. De kalverschetser van vroeger is inmiddels adviseur. De gesprekken in de stal gaan vaak over klimaat, energie en weidegang. Zijn coöperatie heeft een eigen duurzaamheidsprogramma. Leveranciers vragen hem hoe zij voldoende punten kunnen halen voor een halve cent extra per liter melk. Nieuwe eisen zijn nodigHooikammer snapt dat boeren er moeite mee hebben dat er elk jaar eisen bij komen. Toch moet dat, zegt hij. De coöperatie moet mee in de vaart der volkeren, afnemers voeren steeds meer inspecties uit. Om afzet te behouden, moet de kwaliteit van de melk verder omhoog. Er is geen andere weg, zegt hij.Hij kent zijn boeren. Dat is het mooiste van zijn werk. Daar kleeft soms ook een nadeel aan. Het is zijn taak om – als de kwaliteit van de melk langdurig onder de maat is – te vertellen dat toch echt actie nodig is. Hij kent de betreffende producent van haver tot gort. Dan is het lastig om zoiets te vertellen. Op dat moment is hij jaloers op zijn collega’s bij grotere zuivelfabrieken die de boeren niet persoonlijk kennen. Maar dat gevoel heeft hij verder nooit.

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Lees meer over


Snel delen


Sectornieuwsbrief Rundveehouderij


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.