Nieuw varkenssyndroom in heel Nederland waargenomen
Een nieuw varkenssyndroom met uitpuilende ogen en huidproblemen komt op steeds meer bedrijven voor. Vooral jonge biggen kunnen groeiachterstand oplopen.

Jonge biggen met symptomen, veroorzaakt door het syndroom. Foto: Royal GD
Een nieuw varkenssyndroom, dat twee jaar geleden voor het eerst opdook in Nederland, blijkt een wijdverspreid euvel. Het syndroom wordt in verband gebracht met een variant van het parvovirus, vergelijkbaar met een type dat in 2012 in vossenuitwerpselen voorkwam.
Royal GD maakte medio 2025 melding van het syndroom. Het was al sinds eind 2024 aanwezig en werd gekenmerkt door uitpuilende ogen en een rode, kale en gerimpelde huid. Het is niet dodelijk. Destijds is het op zo’n 50 bedrijven aangetroffen. Tijdens het Europese symposium voor varkensdierenartsen (ESPHM), afgelopen mei in het Italiaanse Florence, kwam GD met een update over het syndroom. Het is nu op een groeiend aantal varkensbedrijven in Nederland aangetroffen. Namens een grote groep dierenartsen vatte Tijs Tobias van GD de tot nu toe behaalde resultaten samen.
Diverse symptomen
Het syndroom wordt omschreven met een combinatie van verschijnselen als exoftalmie, erytheem en/of alopecia. Exoftalmie verwijst naar het uitpuilen van de oogbollen – soms in één oog, vaker in beide ogen, aldus Tobias. Erytheem verwijst naar roodheid van de huid en alopecia betekent haaruitval. Hij noemde ook een gerimpelde huid. Soms zien dierenartsen een verdikte nek en ogenschijnlijk strabisme, oftewel scheelzien.
Het syndroom kan voorkomen bij tot wel 80% van de biggen in de helft van alle worpen. Soms zijn de percentages lager. Het kan opduiken bij varkens van alle leeftijden, maar vooral jonge biggen lijden aan het syndroom, met een groeiachterstand tot 2 kilo op 10 weken. Uitbraken van het syndroom duren doorgaans drie maanden tot een halfjaar. De directe uitval is laag; de gevolgen zitten ’m meer in speendiarree, verlies van uniformiteit en uiteindelijk de verkoop van biggen van lagere kwaliteit. Tobias kon geen gemeenschappelijke of specifieke risicofactoren melden die het opborrelen van het syndroom kunnen versnellen.
Verband met parvovirus
Hoewel tot op heden niet duidelijk is hoe het virus precies de verschijnselen veroorzaakt, toonde hij wel bewijs dat dit virus linkt aan het nieuwe syndroom. Veel organen van getroffen varkens bleken virus-DNA te bevatten, maar dat is nog niet bevestigd door duidelijke en consistente histopathologie. Dat onderzoek moet nog worden gedaan.
Een vergelijkbare stam van het virus komt uit 2012 en werd gevonden in vossenuitwerpselen. Volgens Tobias is die associatie met vossen enigszins misleidend, want de drager van het virus was een dier dat mogelijk door de vos is opgegeten.
Tobias sloot af met een oproep aan dierenartsen in heel Europa om alert te zijn op soortgelijke klinische verschijnselen. Hij citeerde Johan Cruijff: “Je begint het pas te zien als je het doorhebt.” Volgens hem kan het niet zo zijn dat het virus beperkt zou zijn gebleven tot Nederland.








