Neergang Duitse varkensvleesindustrie zet door
De eens zo grote varkensvleesindustrie in Duitsland dreigt 40% te krimpen. Slachterijen ontkomen niet aan saneringen en gaan vermoedelijk ook niet massaal over op import van varkens uit Nederland.

De ontvangst en beoordeling van slachtvarkens bij de Duitse marktleider Tönnies Fleish, locatie Rheda-Wiedenbrück. - Foto: Tönnies Fleisch
De belangrijkste afzetmarkt voor Nederlandse slachtvarkens en biggen wankelt. Marktdeskundige Albert Hortmann-Scholten van de Landbouwkamer Nedersaksen schat dat de Duitse slachterijen dit jaar tussen de 42 en 44 miljoen varkens aan de haak krijgen. Dit betekent het achtste achtereenvolgende jaar van krimp. In 2016 werden in Duitsland bijna 60 miljoen varkens geslacht. Sindsdien gaat het rap bergafwaarts.
Duitse varkensvleesindustrie was succesmodel
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses










Grote Duitse slachterijen investeren zelf al jarenlang, het geld verdient aan de binnenlandse boer, in productiecapaciteit in het buitenland, hiermee hebben ze de productieverplaatsing naar het buitenland in gang gezet, en daarmee de binnenlandse producent klem gezet. Hier doen de Nederlandse agrobedrijven ook vrolijk aan mee. Op deze manier financier je als eenvoudige varkenshouder je concurrentie in het buitenland en raak je je afzetmarkten kwijt.Landen als Spanje die al in korte tijd van een zelfvoorzieningsgraad van 60 naar 180% zijn gegaan en waar de varkenssector nog eens 4 miljard wil investeren in groei van de sector, hebben geen vlees of biggen meer van Nederland nodig. Er vinden door investeringen in productiecapaciteit in de nieuwe varkenslanden gedaan door de (oa. Nederlandse) agribusiness, productie verplaatsingen plaats.