‘Nederland heeft de landbouw die het verdient’

Lucas Simons: ' Als je de uitkomst echt wilt veranderen, moet je de spelregels wijzigen"
Problemen waar de Nederlandse landbouw mee worstelt zijn niet uniek. Overal zie je dezelfde dynamiek, signaleert Lucas Simons. In de landbouw wereldwijd, maar ook in andere sectoren. Hij komt met een verrassende analyse én zicht op oplossingen. ‘Stop met naar elkaar te wijzen.’Nee, dit wordt geen klaagzang, integendeel. Lucas Simons is een ras-optimist die met veel flair problemen te lijf gaat – en dan het liefst nog hele grote, grensoverschrijdende, ingewikkelde kwesties. De landbouw kent problemen in overvloed. Lees de krantenkoppen er maar op na. Het lijkt maar niet te lukken om én duurzaam te worden én een goed inkomen te garanderen voor boeren én de consument tevreden te houden. Hoe komt dat? Als geen ander durft de ceo van NewForesight het aan om al die kwesties in één verband te brengen en ook nog met een oplossing te komen.Armoede onder de boerenSimons: “Vooropgesteld: er gaat heel veel goed, juist in Nederland! Het is een ongelooflijke prestatie dat zo’n klein landje wereldleider is op het gebied van voedselproductie en voedselveiligheid en inspanningen voor milieu. Dat is een pluim waard. En de uitdagingen waar de Nederlandse landbouw voor staat zien we ook elders – denk aan dierenleed, vermesting, verlies van biodiversiteit, schaalvergroting, en zelfs ook armoede onder de boeren. Zo zou 45% van de varkenshouders onder de armoedegrens leven. Daar scoren we dus niet veel beter dan een land als Ivoorkust met zijn cacaoboeren.”Lucas Simons (leeftijd) is oprichter en ceo van NewForesight, een consultancy bureau op het gebied van duurzaamheid en van SCOPEinsight, een bedrijf dat een systemen ontwikkelt voor het professionaliseren van boerenorganisaties. - Foto: NewForesightCacaosector niet duurzaamDe cacaoproductie in het Afrikaanse Ivoorkust en omliggende landen is bekend terrein voor Simons. Deze branche is in zijn ogen hét schoolvoorbeeld van een totaal onduurzame sector. Werkelijk alle negatieve factoren versterken elkaar. Armoede, kinderarbeid en slavernij, maar ook verlies van biodiversiteit en ontbossing. “Daar werken alle factoren dezelfde kant op.”Volgens Simons is er niet één schuldige aan te wijzen, zoals ‘de overheid’, ‘de boeren’ of ‘de multinationals’. “We zijn goed in naar elkaar wijzen. Maar ik stel een andere vraag: wat zijn de spelregels? Als je Monopoly speelt, is de uitkomst zeker: er blijft één winnaar over die alles heeft. Als we waar ook ter wereld voedsel produceren op deze schaal en op de manier van nu, dan is de uitkomst ook gegarandeerd: milieuverontreiniging, verlies aan biodiversiteit, armoede. Het zit in de spelregels. Ik zeg: Hate the game, don’t hate the players!”De cacaoproductie in het Afrikaanse Ivoorkust en omliggende landen is bekend terrein voor Simons. Deze branche is in zijn ogen hét schoolvoorbeeld van een totaal onduurzame sector. - Foto: ANP4 krachten bepalen het spel in de landbouwmarktSimons heeft zijn heel eigen analyse van problemen met duurzaamheid, armoede inbegrepen. Volgens hem spelen er 4 grote krachten die samen het spel bepalen. De eerste kracht is de markt. Waardeert die kwaliteit, of kwantiteit en lage prijs? “Veel landbouwmarkten draaien puur om bulkproducten, waarbij alleen de kostprijs telt.”De tweede kracht is de toegang tot de markt. Hoe moeilijk is het om mee te doen? In Nederland is de drempel hoog. Je kunt niet zomaar een boerenbedrijf beginnen. Elders is het: voor jou 10 anderen.‘Iedereen zit vast in hetzelfde spel. Daarom zeg ik: Hate the game, don’t hate the players!’De derde is de context van de productie. Is er een stimulerende of juist een tegenwerkende omgeving? In de EU is de context vele malen positiever dan in bijvoorbeeld Ivoorkust, waar je geen steun hebt, maar wel belasting. Daar staat tegenover dat veel veehouders in Nederland vinden dat ze weggepest worden, dat ze niet meer gewenst zijn.De vierde is hoe makkelijk je uit kunt stappen. De cacaoboeren in Afrika hebben geen alternatief, maar ook een Nederlandse boer kan niet zomaar stoppen.Simons: “Neem als voorbeeld de cacao in Afrika. Daar geldt alleen de laagste prijs, terwijl iedereen cacaoboer kan worden in een omgeving die niet functioneert. En je kunt niet weg! In zo’n situatie ontstaat concurrentie op armoede. Een spiraal naar beneden die niemand zelf kan doorbreken. Iedereen zit vast in het spel.”Simons’ 4 krachten die duurzaamheid bepalen:1.Wat waardeert de markt, kwaliteit of kwantiteit?2.Hoe makkelijk of moeilijk is het om mee te doen?3.Hoe stimulerend of belemmerend is de omgeving?4.Hoe makkelijk of moeilijk is het om uit te stappen?Marges naar beneden door schaalvergrotingIn Nederland is het wel op punten, maar niet totaal anders. Een open markt waar de laagste prijs telt, waar het niet makkelijk is om boer te worden, waar de omgeving kritisch is en waar je niet uit kunt stappen. “Daar is maar één keus: schaalvergroting, mikken op efficiency. Dus gaan marges naar beneden. Zo krijgen we in Nederland de sector die we verdienen.”4 fases om tot oplossingen te komenVolgens Simons is dit krachtenspel niet uniek voor de landbouw, maar is het herkenbaar in alle sectoren. Makkelijke oplossingen zijn er niet, volgens hem. “We moeten verschillende fases door. Eerst heb je fase 0, de ontkenning. Dan willen mensen nog niet inzien dat er een probleem is. Ontstaat dat besef wel, dan kom je in de babyfase (1).” Kenmerkend hiervoor is een veelheid aan projecten. Technische oplossingen. “Maar was het maar zo simpel, dit is symptoombestrijding.”Dan wordt duidelijk dat er wel veel geld is uitgegeven, maar zonder veel impact. Vervolgens komt de markt in beeld. Dit is de puberfase (2). “Nu komen er keurmerken en labels. Bio, fair trade, weidemelk, scharrelei. Iedereen concurreert op: kijk mij eens duurzaam zijn. Zo hebben we nu 15 standaarden in de snijbloemen en 52 in de vis. Je ziet dit trouwens ook in de duurzame bouw, bij auto’s en overal. Deze fase is heel belangrijk, maar lost het probleem nog niet echt op.”‘Plan FrieslandCampina voor regulering van aanbod getuigt van grote wijsheid en leiderschap’Koppen bij elkaar: volwassen wordenDan komt het moment dat de sector de koppen bij elkaar steekt. Dit is de jongvolwassen fase (3). “Hoe zou een oplossing eruit zien? Wat verwachten we van de overheid, van ngo’s, van bedrijven? Dan komt er overleg.” Volgens Simons zitten veel sectoren in deze fase. “Denk aan koffie, vis, cacao, palmolie, overal ontstaan grootschalige platforms waarin men afspreekt: we gaan het zó doen. In Nederland is het geprobeerd met de Kip van Morgen, maar dat is gestrand op de mededingingsregels. Maar er zijn meer initiatieven, denk aan het Verbond van Den Bosch, Foodnexus, de Transitiecoalitie. Nederland is klaar om van fase 2 naar 3 te gaan. Maar dat vraagt wel facilitering en leiderschap.”Koeien gaan in het voorjaar voor het eerst weer de weide in. Simons: “Nu komen er keurmerken en labels. Bio, fair trade, weidemelk, scharrelei. Iedereen concurreert op: kijk mij eens duurzaam zijn."Melkreguleringsplan FrieslandCampinaOok het melkreguleringsplan van FrieslandCampina past volgens Simons in deze fase. Hij juicht het dan ook van harte toe. “Ik vind het getuigen van grote wijsheid en leiderschap als je voorziet dat er overproductie komt, en dan van te voren ingrijpt. Een heel slimme zet.”Het einde van de cyclus is fase 4; volwassenheid. “Dan wordt het nieuwe werken het nieuwe normaal. Dan moet iedereen mee. Een voorbeeld is de LED-revolutie in de verlichting. Maar denk ook aan de legbatterij die in de EU is uitgebannen. Dat is het nieuwe normaal.”Simons’ 4 fases van ontwikkeling naar duurzaamheid:(0.)Ontkenning1.Baby: ongericht projecten opzetten, focus op technologie2.Puber: oerwoud aan keurmerken3.Jongvolwassen: koppen bijelkaar, gezamenlijke sectorbrede aanpak4.Volwassen: het nieuwe normaal‘Stop met wijzen’Vraag is natuurlijk: leuke analyse, maar wat kun je hier mee als je een boerenbedrijf hebt en meedoet aan dat spel waarvan de regels buiten jou om bepaald zijn? Simons: “Ik ben niet zo gevoelig voor het argument dat dingen ‘over je hoofd heen gebeuren’. Je kunt wel degelijk wat doen. Organiseer je! Hou op met naar elkaar te wijzen en te zeggen: de ander heeft het gedaan.”Volgens Simons moet Nederland af van het spoor van kostprijsleiderschap naar kwaliteitsleiderschap. “We moeten benoemen welke kwaliteit we willen herkennen en erkennen. Waar staat made in Holland voor? Voor goed, smaakvol, kwalitatief, duurzaam, goed voor het land en voor de boeren. Wie zijn de boeren van de toekomst die daaraan kunnen voldoen, en wie niet? Niet alle boeren zullen boer blijven, de kiloknallers misschien maar niet meer...”“Zonder doel is een sector hulpeloos verloren, want dan kun je alleen maar op prijs concurreren. Maar als we solution engineers kunnen worden voor andere landen, hebben we een gigantische markt te pakken. Met technologie, organisatievermogen, een nieuwe rol voor de overheid. Ik zie daar alleen maar kansen, als we ons zelf organiseren.”Lucas SimonsLucas Simons is oprichter en ceo van NewForesight, een consultancy bureau op het gebied van duurzaamheid en van SCOPEinsight, een bedrijf dat een systemen ontwikkelt voor het professionaliseren van boerenorganisaties.Hij zette het keurmerk Utz Certified op, het grootste certificeringsprogramma voor duurzame koffie en cacao. Simons werkt in opdracht van bedrijven, NGO’s en overheden. Hij is auteur van het boek ‘Changing the Food Game’.Zaterdag 12 mei a.s. spreekt Simons op de slotbijeenkomst van de debatcyclus ‘It’s the food, my friend…’ in de Rode Hoed in Amsterdam.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









