‘Natuur en landbouw scheiden of integreren?’

Foto: Ronald Hissink
Vorige week hebben Hanna en ik een interessant bedrijfsbezoek gedaan. Niet met een excursie, maar met vrienden.Die vinden dat ik te veel op de toer van grote eenzijdige bedrijven zit. Een goede kennis van hun heeft een natuurinclusief bedrijf. Ze stelden ons voor daar eens te gaan kijken.Zo gezegd zo gedaan. Het werd een geslaagde boerenvisite. Niet alleen omdat het gezellige mensen waren, maar vooral ook omdat het bedrijf me erg meeviel.Hanna en ik waren er met een zeker vooroordeel heen gegaan. We verwachtten een wat oudere boer, bezig met afbouwen en die daarom een deel van het land gebruikt voor natuurdoeleinden. Om zo rustig de AOW te halen.We verwachtten een wat oudere boer, bezig met afbouwenNiets daarvan. We kwamen bij mensen van onze leeftijd, jonger zelfs, want zij zaten nog aan de goede kant van de vijftig. Ze verwelkomden ons op het erf van een moderne grote boerderij, met een nieuwe stal en een fraai huis ervoor. Er kwam een trekker aanrijden, een jonge vent stapte uit en stelde zich voor als de zoon en opvolger. Hij woont voorlopig in het dorp omdat zijn vriendin een goede baan heeft die ze niet wil opgeven.We vielen van de ene verbazing in de andereNa de koffie bekeken we het bedrijf. We vielen van de ene verbazing in de andere. Het bedrijf was ruim 120 hectare groot en was voor meer dan de helft Agrarische natuur. Er waren 150 koeien en de fosfaatplannen deden hun geen centje pijn. Ze hadden een prima melkopbrengst van even minder dan 10.000 kilo. Een robot molk de koeien, die in de wei liepen. Of bij regen naar binnen konden. Want dat deden ze. Terwijl bij ons de koeien bij regen zich verdringen voor de stal tot wij ze binnenlaten, konden deze gewoon in- en uitlopen. Sommigen lieten zich melken door de robot, anderen (nog) niet. Het waren mooie glanzende koeien, die supergezond leken.“Waarom kies je voor natuurinclusief en niet voor de volle 100 procent rationeel grasland?”, vroeg ik hem. Ook de grond voor natuur leek me van prima kwaliteit.Hij was duidelijk: “Ik vind dat we te ver zijn doorgeschoten op de weg van rationalisatie. De biodiversiteit van de grond is bijna verdwenen. Weidevogels worden zeldzaam. Daardoor verliezen we de gunfactor van de consument. Ik vrees dat er in de toekomst wettelijke maatregelen komen, die ons gaan sturen. Ik stuurt liever zelf.”‘Ik vrees dat er wettelijke maatregelen komen. Ik stuur liever zelf’De natuurgronden, met het zwaarste pakket, zijn voor hem een welkome aanvulling. Niet alleen voor het geld dat het opbrengt, maar ook voor het plezier in het boeren. Hij geniet van de vogels en de diversiteit van wat groeit en bloeit. “Je moet echter wel fikse oppervlaktes natuur hebben”, is hij van mening. ”Kleine perceeltjes en walkanten lossen niks op. De helft van je bedrijf natuur vind ik een goed uitgangspunt. Je bent dan van belang voor de natuur en je hebt een voldoende groot bedrijf om te runnen. Daarom wil onze zoon ook beslist boer worden. Maar dan wel op een bedrijf als het onze.”In de auto terug naar huis zeggen Hanna en ik niet zoveel. Ons rotsvast vertrouwen in grote bedrijven en een duidelijke scheiding tussen natuur en landbouw wankelt een beetje. We moeten er maar eens met Hans over praten.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









