‘Mobiele melkrobot uitkomst in uiterwaarden’

Foto: Henk Riswick

Foto: Henk Riswick


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

Uiterwaardengrond is perfect om er biologisch koeien te weiden en melken, maar ligt niet bij de stal. Met een verplaatsbare melkrobot kan het toch.De nieuwe ligboxenstal van maatschap Groeneveld doet meer dienst als opslag dan als huisvesting voor koeien. Ook ontbreekt een melkstal. Herbert Groeneveld heeft alleen droge koeien thuis in de oude ligboxenstal. De 66 melkkoeien blijven de hele zomer op enkele kilometers van de boerderij in de uiterwaarden van de Maas, waar hij het merendeel van zijn grasland heeft liggen. Tot 2012 molk hij daar met een 2x3-stands doorloopmelkwagen. De koeien volledig op stal houden is geen optie voor een biologisch bedrijf.Fijne grondGroeneveld las in 2008 over de mobiele melkrobot op proefbedrijf Zegveld en meldde zich voor een projectgroep, hij zag er zijn redding in. “Met zo’n robot op wielen kon ik de koeien weiden en melken in de uiterwaarden, en in de winter zou hij mooi op de plek van de melkstal kunnen staan. Maar voor een biologische boer met maar 35 koeien kon die investering van geen kant. Er moest subsidie bij.”Beweeg over het icoon voor meer bedrijfsinformatie.
Groeneveld kreeg advies en schreef een plan ‘blijven melken in de uiterwaarden’, waarmee hij POP-subsidie voor innovatie binnenhaalde. “Ik was altijd geïnspireerd om te blijven melken in de uiterwaarden. De zavelgrond is vruchtbaar en kalkrijk. Het levert smakelijk gras waar je goed van melkt. En makkelijk te bewerken. Als er te veel onkruid komt kan ik het frezen en inzaaien, zonder ploegen. Voor biologisch melken is die uiterwaardengrond ideaal.”Hij kan in geuren en kleuren vertellen over het bedenken en bouwen van de mobiele installatie in 2010 en 2011. De 3,40 meter brede en verrijdbare container is gemaakt door twee inventieve constructeurs die ook baggerboten bouwden. “Alles moest een plek krijgen: de melktank, watertank, een boiler, krachtvoerbunker, stroomvoorziening en alle kabels en leidingen. En het klopte op millimeters nauwkeurig.” Simpele dingen werden ineens ingewikkeld, zoals de krachtvoervoorraad bijvullen in het land. Het moet vanaf de servicewagen omhoog worden gevijzeld. Techneuten van een bedrijf voor voersystemen kwamen met een ‘opduwende’ voervijzel die dat simpel oplost.In de verrijdbare unit zit alles om de VMS te laten functioneren: water en krachtvoervoorraad, melktank, boiler en een vuilwatertank. Bij het uiterwaardenland zijn drie vaste plekken met verharding en stroom waar de robot kan staan. - Foto's: Henk RiswickStroomkabelMet een generator zouden de brandstofkosten hoog zijn. Groeneveld heeft drie vaste plekken met verharding voor de robotunit. Hij heeft daar op eigen kosten kabels van elk enkele honderden meters naartoe getrokken vanaf de hoofdleiding langs de Maasdijk. Hij kon het ontwikkelen en bouwen van de mobiele unit geheel financieren met de subsidie. De kosten voor het bouwen van een vergelijkbaar systeem zouden nu op een ton komen, denkt hij. Dat is dus bovenop de aanschaf van de VMS van DeLaval.Met zijn ‘servicewagen’, gemaakt van een opraapwagen, rijdt Herbert over de dijk naar de koeien, anderhalve kilometer verderop. Hij parkeert de wagen met daarop een melktank en een krachtvoerbak op de verharding naast de mobiele robot. De koeien komen nieuwsgierig kijken. Hij vult met een pomp de watertank van de robot. Met dezelfde tank kan hij de melk van de robot naar de stal brengen, of de vuilwatertank met reinigingswater van de robot afvoeren.De ‘servicewagen’ voor het aanvullen van water en brokken bij de robot en melktransport naar de boerderijtank.Herbert neemt de tijd om de robot te controleren en de melkstand schoon te spuiten. Vroeg in de morgen en aan het eind van de middag zijn de vaste momenten om naar de koeien te gaan. Vier keer per week komt er ’s morgens vroeg een oud-veehouder die dit als vrijwilliger voor hem doet. Beide keren zoeken ze de attentiekoeien op en halen die zo nodig naar de robot. “De koeien zijn mak, ze laten zich goed meenemen.” Hekken om koeien te separeren heeft hij ooit aangeschaft, maar blijken overbodig. Een tochtige koe zet Herbert in de robot. Hij insemineert die dan via een luikje aan de achterkant van de melkstand.Makkelijk weidenGroeneveld heeft aan de ene kant van de dijk 11 hectare natuurpacht en 4 hectare eigendom, waarbij de robot op twee verharde plekken kan staan, zodat het te beweiden land eromheen ligt. Aan de andere kant van de dijk is nog eens 14 hectare gewoon grasland met een robotplek. “Het uiterwaardenland loopt af naar de Maas en er zijn geen sloten. Als er goed gras is pas ik stripweiden toe. Ze krijgen dan dagelijks een verse reep gras die uitloopt tot bij de robot, zodat ze daar goed naartoe kunnen lopen.”Voorin de stal is een grote, lege plek. Daar staat ’s winters de verrijdbare unit met de robot.Als daarvoor te weinig gras is, of de dieren te ver weg komen te staan, voert hij ’s nachts bij met kuilgras. “Anders komen ze in het donker niet naar de robot. Door het voer bij de robot blijven ze in de buurt, dan is het aantal melkingen best op peil.” Herbert haalt in de zomer gemiddeld 2,1 tot 2,5 melkingen per dag. In de winter is dat iets hoger, tot 2,7.Jonge vaarzen zijn eerst bij elke verplaatsing van de robot even onwennig en die moet hij dan wel eens ophalen. “Ik zet de robot altijd op het noorden, zodat de zon er niet in schijnt. En het moet altijd op dezelfde manier. Doe je het ineens anders, dan moeten de koeien eerst weer wennen.”

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Lees meer over


Snel delen


Sectornieuwsbrief Rundveehouderij


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.