‘Minder trammelant met nationale aanpak IBR en BVD’

Foto: Ronald Hissink
Na een flinke aanlooptijd moet de nationale aanpak van IBR en BVD op 1 januari 2018 van start gaan. Daarmee moet Nederland een betere exportpositie krijgen.Met de brief van de staatssecretaris aan de Tweede Kamer, waarmee aangekondigd wordt dat het ministerie van EZ een AMvB voorbereidt, komt de start van de nationale aanpak IBR binnen handbereik. IBR is in het kader van Europese regelgeving een officiële dierziekte. Op het moment dat een lidstaat hiermee aan de slag gaat, zal goedkeuring voor het bestrijdingsprogramma van Brussel nodig zijn. Dat betekent dat de overheid de eindverantwoordelijkheid heeft in de aanpak. De sector is en blijft nauw betrokken bij de verdere ontwikkeling van het programma.Ook werk maken van aanpak BVDTegelijkertijd hebben we ook vanuit de stuurgroep, waarin alle partijen uit de rundveehouderij en het ministerie zijn vertegenwoordigd, aangekondigd dat ook de aanpak BVD opgepakt wordt, vooralsnog privaat via leveringsvoorwaarden van de zuivelondernemingen. Hier is dus de verdere ontwikkeling van het programma aan de sector.Vleesveesector stimuleren om ook mee te doenNa een lang voorbereidingstraject gaat het er nu echt van komen. Het was al die tijd niet de vraag of we aanpak van IBR en BVD willen, maar vooral hoe we het gaan organiseren, hoe het programma eruit moet zien en hoe we kunnen realiseren dat iedereen mee gaat doen. Dit laatste is van belang om vrij te kunnen worden van beide ziekten. Na de opheffing van de productschappen was dit vooral voor BVD een behoorlijke zoektocht en ik realiseer me dat we dit nog niet helemaal rond hebben. Maar alles overwegende hebben alle sectorpartijen in de stuurgroep uitgesproken dat we ook met BVD een start moeten maken. Weliswaar starten we zonder regelgeving van de overheid, maar mogelijk verandert dat in de komende jaren. Brussel bekijkt komend jaar opnieuw de lijst van Europese dierziekten, waarbij het goed mogelijk is dat BVD ook op die lijst komt. Veel landen zijn immers al vrij van BVD of onderweg dat te worden. De staatssecretaris heeft aangegeven op dat moment het instellen van regelgeving opnieuw in overweging te zullen nemen. Vooruitlopend daarop zal de vleesveesector gestimuleerd worden ook deel te nemen. Het openhouden van afzetmogelijkheden zal een belangrijke drijfveer zijn voor vleesveehouders. Beloning zal gezondere veestapel zijnMooi dat het nu zover is. De investering zal resulteren in een gezondere veestapel. Prettig voor de dieren, maar ook voor de boer. Zieke dieren kosten arbeidsvreugde, onnodig geld en medicijnen toedienen is niet iets waar je als boer blij van wordt. De reacties van veehouders zijn in het algemeen dan ook positief en het is mooi dat al veel rundveehouders gestart zijn en dat hun veestapel vrij of onverdacht is.Het streven is om rond 1 januari 2018 van start te gaan. Terwijl ik dit opschrijf, realiseer ik me dat er nog veel zaken georganiseerd moeten worden, om de start tot een succes te maken. Immers: een goed begin is het halve werk. De komende maanden is alle aandacht hierop gericht.‘Voor onze veehouders is vooral van belang dat we een veestapel krijgen met minder trammelant’Door de aanpak hebben we straks in Europa weer een volwaardige positie. We hebben een voorsprong als het gaat om Leptospirose, Para TBC en Salmonella, en met de aanpak van antibiotica zijn we een voorbeeld voor Europa. Met de aanpak van IBR en BVD bouwen we deze voorsprong verder uit. Dat is ontzettend belangrijk voor onze exportpositie. Maar voor onze veehouders is vooral ook van belang dat we een veestapel krijgen met minder trammelant; goed voor het werkplezier en inkomen. Dat is wat we als veehouders willen.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









