‘Minder leiderschap, meer meesterschap – een pleidooi vanuit de landbouw’

leiders bestaan bij de gratie van volgers. In een tijd van complexe opgaven hebben we geen behoefte aan meer leiders, maar aan vakmensen met visie en veerkracht. Foto: Henk Riswick
In de land- en tuinbouw wordt vaak gesproken over ‘leiderschap’. Over trekkers van verandering, bestuurders aan het roer, mensen die het voortouw nemen. Maar is leiderschap werkelijk het antwoord op de uitdagingen van deze tijd? Of is het tijd voor een andere blik – een paradigma-shift – waarin we de focus verleggen van leiderschap naar meesterschap?
Historisch gezien ontstond leiderschap uit de behoefte aan ordening en sturing. Maar in de praktijk van vandaag – zeker in de agrarische sector – zien we dat mensen zichzelf prima kunnen organiseren. In coöperaties, studiegroepen en gebiedsprocessen staan boeren en tuinders vanzelf op om verantwoordelijkheid te nemen. Niet omdat iemand dat oplegt, maar omdat zij de intrinsieke motivatie voelen om hun vak én hun leefomgeving beter te maken.
Daar schuilt de ware kracht van deze sector: niet in hiërarchisch leiderschap, maar in het dagelijks meesterschap van mensen die hun vak verstaan. Mensen die willen leren, experimenteren, fouten maken en verbeteren. Die niet wachten op instructies van bovenaf, maar zelf initiatief nemen – voor hun bedrijf, de bodem, de biodiversiteit en de samenleving.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









