Mengteelt veldbonen en graan: wat is de potentie?

Foto: Ruud Ploeg
De mengteelt van veldbonen en granen staat in de kinderschoenen, maar wat is de potentie nu een gunstige politieke wind waait?De biologische mengteelt van veldbonen en granen is met zo’n twintig telers en veehouders – waarvan elf in projectvorm – nog zeer kleinschalig, maar eiwittransitie staat steeds nadrukkelijker op de agenda. Er is een groeiende vraag naar gentech-vrije eiwitgewassen. Veldbonen rukken daarbij – in tegenstelling tot soja – op in het bouwplan. Van ruim 400 hectare in 2016 tot bijna 1.100 hectare in 2020, blijkt uit cijfers van statistiekbureau CBS. De mengteelt van veldbonen en tarwe heeft hierin een groeiend aandeel.Lees verder onder de grafiek, foto’s en kadersHet veldbonenareaal schommelde tussen de jaren 2005 en 2015 lange tijd rond de 300 tot 350 hectare. De laatste jaren groeit het areaal echter hard. Verreweg de meeste veldbonen worden in Groningen geteeld; bijna 30% van het totaal. Op ruime afstand volgen Noord-Brabant en Zeeland.“Mengteelt is wat in de vergetelheid geraakt door goedkope soja-import, voldoende mest en specialisatie van bedrijven”, zegt Boki Luske van het Louis Bolk Instituut. “Daarbij is de keten ingericht op monoteelten, grote volumes en uniformiteit. Deze kleine mengteelt begint dus met een achterstand. We moeten pionieren en verder veredelen met de juiste rassen.”Daarbij heeft de combinatie van bonen en granen één groot voordeel voor het graan: door de veldbonen neemt het eiwitpercentage in het graan met gemiddeld 2 tot 4 procentpunt toe. Het gevolg: een goede bakkwaliteit.Lees onderaan dit artikel hoe deze veehouders de mengteelt ervaren:➤ Bioveehouder Verschure ‘Rendement in korte keten haalbaar’
➤ Veehouder Buijs: ‘Mengteelt goede verzekeringspolis’Zaaien van mengteelt luistert nauwDe mengteelt van veldbonen en granen is relatief makkelijk, maar het zaaien vraagt aandacht. Beide gewassen worden gelijktijdig gezaaid; suboptimaal of in twee werkgangen.“Als je in een zaaibak mengt, is in een winterteelt 9 centimeter een mooie zaaidiepte, diep genoeg om uitwintering of vogelschade tegen te gaan. In de zomerteelt is 5 à 7 centimeter voldoende”, zegt productmanager akkerbouw Martijn van Overveld van Limagrain. “Op zwaardere grond kun je ook voor een schijvenzaaimachine kiezen. Dan zaai je bonen op 12 centimeter diepte en graan op 5 centimeter.”In een zomermengteelt is de vuistregel dat je ongeveer een derde van het graan van een monoteelt inzaait om een goede bakkwaliteit te bewerkstelligen. De rest bestaat dan uit veldbonen. Het afrijpmoment voor de twee gewassen weegt ook zwaar. Luske: “De juiste raskeuze is een zoektocht. Kies in ieder geval voor laat afrijpende tarwerassen.”Van Overveld: “Biorassen die goed zijn voor de bakkwaliteit, zijn niet per se goed voor de traditionele windmolen. Je hebt rassen nodig waarvan het meel niet aan de molensteen blijft plakken, waarbij je de bakkwaliteit via de mengteelt met veldbonen opkrikt.”
Een moderne, elektrisch aangedreven molen waar het meel gemaakt wordt. Op de voorgrond controleert Verschure het bio-graan in de kisten. Dit is nog een monoteelt. De mengteelt van granen en veldbonen moet hij eerst bemonsteren en controleren op bakkwaliteit. - Foto's: Ruud PloegLinks is de groene pletter met daarachter de ronde molensteen te zien. Verschure zet een zak klaar die kan worden gevuld met meel.Dit zijn de voordelen van mengteeltVeldbonen en granen versterken elkaar en de mengteelt heeft als voordeel dat er veel gestapelde effecten zijn. Stikstofmobilisatie en -benutting is er een van. Luske: “Graan haalt vrije stikstof uit de bodem, waardoor de veldboon harder moet werken om zichzelf van stikstof uit de lucht te voorzien dankzij Rhizobium-bacteriën in wortelknolletjes. Ook zorgt deze mengteelt voor een uitbundige bloei met veel bestuivers én terugkerende vogels zoals de gele kwikstaart.”Andere voordelen zijn:lage bemesting;beter verdeelde beworteling in de bodem; veel lagere ziektedruk; bodemverbetering (gunstig voor de vruchtwisseling); nalevering van stikstof voor het volggewas;snel sluitend gewas met daardoor lagere onkruiddruk en minder faunaschade;risicospreiding. “Deze voordelen maken de combinatie van veldbonen en graan tot een interessant strategisch gewas”, aldus Van Overveld.Meerkosten een van de nadelen van mengteeltNadelen zijn er ook. De afrijping van bonen en granen is nog altijd niet synchroon, de praktijkkennis is onvoldoende, de mechanisatie moet er zijn en opbrengsten zijn nog te laag. Ook geeft een mengteelt na de oogst meerkosten vanwege het scheiden en bemonsteren.De nadelen leiden ertoe dat bonen en graan vooralsnog vooral als bioveevoer eindigen. Daar zijn resultaten bemoedigend: 80 tot 85% droge stof, ruim 1.200 VEM (zeer energierijk) en 110 tot 130 DVE. Het eiwitpercentage neemt daarbij flink toe, zo blijkt uit cijfers van Limagrain.Resultaten van proeven met mengteeltHet Louis Bolk Instituut heeft in 2018, 2019 en 2020 onderzoek gedaan naar mengteelten zoals veldbonen en granen. Dit gebeurde op biologische proefvelden. Ook zijn ervaringen op praktijkbedrijven gevolgd; op één uitzondering na biologisch. Een precieze inventarisatie van de praktijkopbrengsten ontbreekt nog. Proefveldcijfers zijn wel bekend.
Op basis van 7 veldboonrassen en 3 tarwerassen (één populatie) noteerde het Louis Bolk Instituut in 2018 een hectareopbrengst van 3 ton tarwe (13% eiwit) en 3,5 ton veldbonen (30% eiwit). Maatgevend kan dit nog niet zijn. Onderzoekers denken dat telers – mits op tijd gezaaid – 6 tot 8 ton veldbonen van een hectare kunnen halen.
Volgens Boki Luske zijn die geschatte bio-opbrengsten te vertalen naar de gangbare mengteelt. Daar passen wel kanttekeningen bij. Biologische telers zijn gewend om met vlinderbloemigen in de vruchtwisseling hun stikstof op peil te houden. Ook zijn ze ingericht op mechanische onkruidbestrijding.
Voor gangbare boeren is inzet van herbiciden nog steeds de norm en dat is in een mengteelt lastiger. Sommige middelen werken alleen bij een C3-plant, andere juist bij een C4-plant. Dat betekent dat je het spuitregime moet aanpassen in een mengteelt van veldbonen en granen.Mengteelt kansrijker op overgangsgronden en in korte ketensDe mengteelt van veldbonen en graan vindt daarom nu vooral plaats op biologische melkveebedrijven, al dan niet in wisselteelt met akkerbouwers. Toch liggen er kansen voor biotelers. Die kansen liggen wel vooral in korte, lokale ketens. Een teler zal ook nooit een substantieel deel van zijn bouwplan voor mengteelt inrichten. Dat is qua rendement te risicovol.De juiste grondsoort is in ieder geval van belang. Telers op overgangsgronden hebben daarbij een streepje voor. Met een mengteelt kunnen zij immers hun risico’s spreiden. Ook op de Flevolandse klei – waar veehouders en telers vaak toch al samenwerken – is voorzichtige potentie. Hogere zandgronden zijn minder ideaal. Veldbonen zijn droogtegevoelig.Waarom mengteelt ook kansen biedt voor gangbare akkerbouwerVoor de gangbare akkerbouwer is een mengteelt van veldbonen en graan zeker mogelijk, maar lastiger, onder meer vanwege herbiciden en mestplaatsing. “Het kan wel, maar je moet de mengteelt als een uitdaging zien en er passie voor hebben”, aldus Luske. “De vruchtwisseling is nu zo verengd, maar er zijn meer smaken. En met deze mengteelt houd je de bodem goed op orde, je holt ’m niet uit. Het is ook een heel mooi gewas met oogstbaar product.” Daarbij aangetekend: gangbare mengteelt kan op termijn interessanter worden door een krimpend middelenpakket.Telers hebben meeste kans in niche-ketens; zelf opslaan, scheiden, bemonsterenAfzet is probleemHet grote probleem van de mengteelt is afzet. “Grote collecteurs zitten er niet direct op te wachten; voor hen zijn er weinig voordelen”, zegt Udo Prins van het Louis Bolk Instituut. “Al krijg je zonder kunstgrepen wel een hoger eiwitgehalte in tarwe en meer bakkwaliteit. Daar zit serieuze potentie. Maar je krijgt wel een gemengd product en dat betekent apart scheiden en bemonsteren en dus meer gedoe. Kleine collectoren willen dat maatwerk nog wel leveren, maar die zijn er niet veel.”Telers hebben daar ook de meeste kans, in niche-ketens. Prins: “Dan moet je als teler zelf opslaan, scheiden, schonen en bemonsteren. Bijvoorbeeld binnen een collectief. Dat vraagt om een extra inspanning.”‘Mengteelt waardevol maar niet realistisch’Grote afnemers zijn afhoudend. “De mengteelt is waardevol, maar niet realistisch”, zegt Aart den Bakker van Agrifirm. “De juiste bepaling van vochtpercentage en het ideale oogstmoment is zo lastig. Zijn bonen en graan tegelijkertijd rijp en welk gewas moet dan gedroogd worden om op 15% vocht uit te komen? Daarbij verschilt elk mengsel, hoe verwaard je dat? Voor de humane voedingsmarkt spelen bakkwaliteit, raszuiverheid en partijgrootte ook nog een rol.”
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









