Melkveehouder investeert in machinepark

Een deel van met name de grotere melkveebedrijven kiest ervoor de mechanisatie in eigen handen te nemen. Ze haken daarbij in op ontwikkelingen bij loonwerkers en het eigen personeelsbeleid. Ook kunnen andere redenen gelden.

Laatst bijgewerkt:
Er zijn verschillende redenen dat een deel van de melkveehouders mechanisatie in eigen neemt. Het kan zijn dat er geen loonwerker meer in de buurt zit of dat de ondernemer niet afhankelijk wil zijn.

Er zijn verschillende redenen dat een deel van de melkveehouders mechanisatie in eigen neemt. Het kan zijn dat er geen loonwerker meer in de buurt zit of dat de ondernemer niet afhankelijk wil zijn.


De keuze tussen het inzetten van de loonwerker of investeren in eigen machines is van alle tijden. De laatste jaren komen er vaker berichten van melkveehouders die zelf weer investeren in het machinepark. John van Spijk, verkoopleider bij Abemec, ziet wel interesse bij grote melkveehouders maar vindt een trend een groot woord. “We zien het wel vaker in de weidegebieden waar een loonwerker stopt. Er stoppen meer loonbedrijven door onzekerheid, hoge kosten, lage verdiensten en de beschikbaarheid van personeel. In met name de grasoogst is het rennen of stilstaan dus lastig te plannen.” Abemec levert zowel aan loonwerkers als veehouders en heeft dus zicht in de onderlinge verhoudingen.

Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

Veel loonwerker zijn er ander werk bij gaan doen

Van de 1.900 Cumela-leden zijn er nog circa 1.200 die in meer of mindere mate agrarisch loonwerk doen. De landelijke omzet vorig jaar bestaat naar schatting voor 30% uit landbouwwerk (agrarisch loonwerk en meststoffendistributie) en 70% niet-landbouwwerk (grondverzet en cultuurtechniek). De totale loonwerkbranche bestaat naar schatting uit zo’n 3.000 bedrijven.

Tussen bedrijven zitten grote verschillen. Sommigen doen bijna volledig agrarisch, anderen doen er agrarisch bij voor een paar klanten. Ook heeft een deel zich gespecialiseerd met name met weidebouw.
De afgelopen decennia hebben veel loonwerkers er werk bijgenomen buiten de directe landbouw. Tijdens de wintermaanden kunnen ze op die manier personeel aan het werk houden. Ook geeft het een stuk risicospreiding. De locatie van het bedrijf is een bepalende factor. Vlakbij stedelijke gebieden geeft andere mogelijkheden dan midden in het landelijk gebied. Het geeft ook voordelen: trekkers maken dan meer uren en specifieke machines zijn in elkaars branche te gebruiken. Bijvoorbeeld voor grondverzet op een agrarisch bedrijf of een zaaimachine bij een grondwerkklus.

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Snel delen


Sectornieuwsbrief Rundveehouderij