Maisoogst kan in Zuiden van start

Foto: Bert Jansen
De zeer vroege maisrassen of mais die eerder in het groeiseizoen weinig last van de droogte heeft gehad in het zuiden van het land, kan worden gehakseld.Dit blijkt uit de proefoogsten die Wageningen UR in opdracht van Agrifirm in Vredepeel (Limburg) uitvoert. Het goede weer in het weekeinde en het begin van de week zorgde voor opnieuw een stijging van de droge stof met 3 tot 5% ten opzichte van een week eerder. Het drogestofgehalte in de korrel lag afgelopen week bij de ultravroege en zeer vroege rassen boven de 50%. De gehaltes bij de middenvroege rassen liggen net onder de 50%. De drogestofgehaltes in de totale plant laten een vergelijkbaar beeld zien. De ultravroege en zeer vroege rassen komen al boven de 30% uit en de overige rassen blijven daar iets onder. Afrijping loopt een week voorOp het proefveld in Marwijksoord (Drenthe) zijn afgelopen week voor het eerst alle rassen bemonsterd. Het drogestofgehalte in de kolf bij Dairymais Ultravroeg liep met 7% op naar 44,3%. Het drogestofpercentage in de totale plant nam met 2% toe naar 28,3%. Het gemiddelde drogestofgehalte totaal ligt op 25,6%, in de kolf is dat gemiddeld 39,5%. Daarmee loopt de afrijping een week voor op vorig jaar. In vergelijking met het Zuiden loopt de afrijping van snijmais in het Noorden twee tot drie weken achter. Voor het eind van september zal er nog weinig mais hakselrijp zijn.Op beide proefvelden staat de mais er zeer goed bij. Grote mais met goede kolven geven het vooruitzicht van een ruime maisvoorraad voor de winter. Wel vragen verspreid in het land helmintosporium en builenbrand de aandacht.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









