Maakt extensivering aardappelteelt duurzamer?

Foto: Henk Riswick
Een ruimere aardappelrotatie maakt de teelt niet automatisch duurzamer. Liever doordacht 1-op-3 dan op routine 1-op-5, zegt specialist Leendert Molendijk. Hij ziet meer in een brede benadering en maatwerkoplossingen.In het kort:Verruiming aardappelrotatie is qua aaltjes niet automatisch beterIntensiteit zetmeelteelt bedreigt duurzaamheidGroeiende areaal aardappelen vergroot de luizendrukEen ruime vruchtwisseling, minder aardappelen in het bouwplan, is geen haarlemmerolie. Het is niet de remedie tegen alle kwalen. Dat zegt Leendert Molendijk, onderzoeker van Wageningen University & Research. In Lelystad houdt hij zich bezig met onder meer plantparasitaire aaltjes.1-op-3-teelt roofbouw?De vraag was of een ruimere rotatie van aardappelen in het akkerbouwplan voor de teler op den duur financieel beter zal uitpakken. Dus of over de hele linie op de langere termijn 1-op-4 of 1-op-5 aardappelen in het bouwplan niet meer kilo’s en een betere kwaliteit zullen opleveren dan 1-op-3. Ook was de vraag of een intensief bouwplan met aardappelen op den duur niet de bijl aan de wortel is van een duurzame aardappelteelt op de langere termijn. Die laatste vraag is dan weer ingegeven door het feit dat de fritesindustrie in met name Nederland en België alsmaar blijft uitbreiden en de vraag naar aardappelareaal dientengevolge groeit.In welke mate is met 1-op-3-teelt sprake van roofbouw, wordt er een hypotheek op de toekomst genomen? Een teler met 160 hectare aardappelen in Zuid-België tegen de Franse grens vertelde aan paar jaar geleden dat hij zijn aardappelteelt had verruimd naar 1-op-5, zodat ‘mijn kinderen over 20 jaar ook nog een goed te bewaren kwaliteitsaardappel kunnen telen’. Tekst gaat verder onder de grafiek Dit jaar is volgens het CBS 167.611 hectare poot-, consumptie- en zetmeelaardappelen geteeld. Dat is het grootste aardappelareaal sinds 2001 en een groei van 8% in tien jaar. Het akkerbouwareaal in Nederland is volgens CBS vanaf het jaar 2000 met 20% afgenomen. Intensief of extensief bouwplanIn Zeeland op het akkerbouwbedrijf Koninklijke Maatschap Wilhelminapolder overweegt directeur Vincent Coolbergen of het bouwplan niet wat extensiever zou moeten zijn voor behoud van rendement op de lange termijn. De aardappelrotatie op de Wilhelminapolder is iets ruimer dan 1-op-4. Coolbergen meent dat die misschien nog wel iets ruimer zou kunnen.Maar de intensiteit van het bouwplan aardappelen is niet het eerste waar hij naar kijkt. “Ik denk na over de suikerbieten. Wat is het prijsperspectief voor de komende 5 à 10 jaar? Als je het huidige bietensaldo afzet tegen dat van een goed gewas tarwe, dan ga je je afvragen waarom je met bieten zo’n enorme aanslag pleegt op de structuur van de grond.”Overigens ziet Coolbergen dat bij een intensief bouwplan helemaal geen sprake hoeft te zijn van onbalans. “Op Flakkee zie je wel weer dat alles is afgestemd op een intensieve teelt. Ze zorgen daar goed voor grond, drainage, aanvoer van organische stof, groenbemester. Ik vind dat Flakkee goed omgaat met de balans. Je ziet dat ze daar erwten zaaien in plaats van tarwe om daarna een goede groenbemester te kunnen hebben. Dat is een goede aanpak.” Tekst gaat verder onder de foto‘s
Aardappeloogst in Noord-Holland. In een goed doordacht bouwplan met ook aandacht voor de bodem hoeft een 1-op-3 rotatie ook op termijn geen probleem te zijn. - Foto: Henk RiswickAardappelen laden voor de frites industrie in Flevoland. De alsmaar groeiende verwerkingscapaciteit in Nederland en België maakt dat er behoefte blijft aan meer aardappelareaal. - Foto: MissetBeter doordacht 1-op-3Terug naar wat verruiming van de aardappelrotatie kan brengen. Is dit een route die meer akkerbouwers zouden moeten volgen? “Nee”, zegt Molendijk, “wat mij betreft kun je beter heel doordacht 1-op-3 in het bouwplan hebben dan op routine 1-op-5. Routinematig is dan met te weinig oog voor resistenties en voorvruchten. Op zich is aardappelmoeheid een groot knelpunt, maar als je daar via vruchtwisseling van af wilt komen, dan moet je 1-op-8 gaan telen. In de biologische akkerbouw zie je 1-op-6. Maar ga je als gangbare akkerbouwer zo extensiveren dan is dat niet rond te rekenen.”Welk tussengewas bij welk bouwplan?Waarbij Molendijk dan ook de vraag opwerpt welke tussengewassen je dan zou moeten kiezen. “Als je gaat verruimen van 1-op-3 of 1-op-4 naar 1-op-5, wat zet je er dan tussen, tulpen, een boomkwekerijgewas? Maar dat gebeurt nu ook al. Land wordt al in een 1-op-6- of 1-op-8-rotatie verhuurd voor tulpenland. Daar is niet altijd meer vraag naar. Er is niet meer afzet voor die extra tulpen. Waar je dan op uitkomt, is de aloude zoektocht naar een goed salderend gewas. Als je eiwitgewassen voor de Nederlandse markt zou gaan telen, ga je de concurrentie aan met wat er in Rotterdam wordt aangevoerd.”Minder kans op virus door graszaad, groenbemester en kunstgras uit het bouwplan te halenEn qua aaltjes is verruiming van de aardappelrotatie niet automatisch een verbetering. “Het gaat behalve om aardappelaaltjes ook om polyfage aaltjes, die verschillende gewassen als waardplant hebben en die ook aardappelen aantasten. Meer graan met grasgroenbemester maakt de situatie niet per se beter. Graan is lastig qua Pratylenchus penetrans, omdat het tussengewas er een goede waardplant voor is. Ik was trouwens gisteren op een bijeenkomst in de Wieringermeer over virusproblematiek in pootgoed. Die is verkleind door graszaad en groenbemester en kunstgras uit het bouwplan te halen. Dan heb je veel minder last van trichodorus, die dat virus overbrengt. Dat zijn wel verbeteringen.”Geslaagde proef met inundatieIn de Wieringermeer ging het om het effect van een proef met inundatie – het perceel onder water zetten – op het chitwoodi-aaltje. Die maatregel blijkt zeer effectief. “Bij Wageningen UR is in het onderzoek verruiming van de aardappelrotatie niet aan de orde. Ook niet in de redelijk experimentele Proeftuin Agroecologie & Technologie, waarin strokenteelt, agroforestry en dergelijke aan de orde komen.”Groeiend areaal stuwt virusdreiging opPootaardappelen kunnen in 2020 weer veel last krijgen van virus, net als in 2018 en 2019. Terwijl de luizenbestrijding steeds lastiger wordt voor de telers. Het groeiende areaal aardappelen speelt hierbij een rol.
Pootgoedtelers kunnen in 2020 weer een hoge virusdruk verwachten. Dat komt doordat het pootgoed dit jaar veel last had van virus. De keurmeesters van keuringsdienst NAK zagen vanaf begin juni virusaantastingen. De top werd bereikt in de derde week van juni (week 25) met bijna 4.000 waarnemingen van virus. Dat is twee keer zoveel als de top in 2018, dat ook al een virusjaar was.
Er is een aantal oorzaken voor de hoge virusdruk in 2019. Allereerst was 2018 een droog jaar. Dan zijn virusaantastingen in een aardappelgewas minder zichtbaar, zodat besmette planten blijven staan. Dat was te zien in de nacontrole van 2018, die leidde tot 25% klasseverlaging. Daardoor zijn in het voorjaar van 2019 meer virusbesmette pootaardappelen gepoot.
Een andere oorzaak van de hoge virusdruk in 2019 is dat de NAK al vroeg in het jaar veel luizen telde. Het aantal luizen, de soort luizen en de mate waarin ze virus overdragen, wordt uitgedrukt in de vectorendruk. Die begon eind april al op te lopen, blijkt uit gegevens van de NAK. Dat is drie weken eerder dan in voorgaande jaren. Daardoor was er al vroeg in het groeiseizoen een hoge vectorendruk, waardoor veel pootgoed een virusbesmetting opliep. De NAK verlaagde tijdens de veldkeuring dan ook maar liefst 2.500 hectare pootgoed in klasse vanwege te veel virusbesmette planten. In voorgaande jaren was dat niet meer dan 700 hectare.
Nacontrole
De virusdruk wordt nog eens versterkt doordat het totale areaal aardappelen in Nederland groeit. Dat vergroot de kans dat luizen virusbesmette planten aanprikken, in de gewassen of in aardappelopslag.
De virusdruk neemt dus toe, terwijl de pootgoedtelers steeds minder mogelijkheden hebben de luizen onder de duim te houden. Sinds 2019 zijn al de luizenmiddelen Actara (werkzame stof: thiametoxam) en Chess (pymetronzine) verboden. Na 2020 verdwijnt ook nog Calypso (thiacloprid). Er blijven luizendoders over, maar wel weinig die al vroeg in het groeiseizoen inzetbaar zijn.Volumekrimp niet navenantOverigens moet gezegd dat áls het areaal aardappelen door bouwplanverruiming zou dalen, dat de krimp van het geproduceerde aardappelvolume niet navenant hoeft te zijn. Als er überhaupt al sprake zou zijn van minder tonnen. Uit berekeningen van Aeres Hogeschool blijkt dat als de rotatie zou verschuiven van 1-op-3 naar 1-op-4, de productie per hectare met 15% zou moeten stijgen. Bij een 1-op-4-rotatie neemt het consumptieareaal af van 76.200 hectare tot ongeveer 71.300 hectare. Om dan toch 4 miljoen ton consumptieaardappelen te produceren, moet de hectareopbrengst stijgen van 52,5 ton tot gemiddeld 56,1 ton. Lector Aardappelketen Peter Kooman bij Aeres acht dat geen onoverkomelijke opgave.Teelt zetmeelaardappelen geval apartAnders is het in de zetmeelaardappelen. Daar is 66% van het areaal 1-op-3 of intensiever. Bij verruiming naar 1-op-4 daalt het gezamenlijk teeltareaal van 44.000 hectare naar zo’n 31.000 hectare. Voor de compensatie hiervan moeten ze een gemiddelde opbrengst realiseren van 61,2 ton per hectare. Nu ligt het gemiddelde nog onder de 45 ton.In die zin is de teelt van zetmeelaardappelen een geval apart. In een recent interview in Boerderij noemt Avebe-directeur Bert Jansen de intensiteit van de teelt, als het gaat om duurzaamheid van de 1-op-2 teelt, een bedreiging. “Een nauwe gewasrotatie heeft risico’s, onder meer ten aanzien van bodemgebonden ziekten en plagen.” Behalve dat Avebe zoekt naar nieuw areaal over de grens in Duitsland, mikt de coöperatie ook op verlaging van de milieu-impact bij gelijktijdige verhoging van de opbrengst. Het gaat dan ook om betere rassen.‘Extensivering geen langetermijnoplossing’Leendert Molendijk demonstreert een soort professionele irritatie als het gaat om extensivering om duurzaamheidsproblemen op te lossen. “Eigenlijk, als ik nu weer hoor over intensief versus extensief, dan denk ik: O jee, daar gaan we weer. Iedere tien jaar komt het onderwerp wel een keer voorbij. Misschien zit ik al te vol met oordelen. Ik laat me graag verrassen. Maar extensivering als langetermijnoplossing, daarvan zeg ik: vergeet het maar. Een integrale aanpak, waarbij het hele bedrijf systematisch wordt doorgelicht en die maatwerkoplossingen biedt, daarin zie ik veel meer heil.”Medeauteur: Jan Engwerda
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









