‘Liefst een pleegzeug’

Foto: Michel Zoeter
Als we naar 40 gespeende biggen gaan, komen kunstmelk en moederloze opfok meer in zicht, vindt columnist Lydia Relou.De biggenproductie in de zeugenhouderij blijft nog steeds stijgen. De zin ‘40 is het nieuwe 30’ kwam ik laatst al ergens tegen. Zoveel biggen spenen bij een zeug, zou dat haalbaar zijn? We weten allemaal dat het steeds lastiger wordt om alle biggen bij de eigen zeug te spenen. Laat staan wanneer het aantal levend geboren biggen per zeug nog steeds blijft toenemen. Ook ik herken dit fenomeen. Nu de TN70-zeug binnen ons bedrijf de overhand begint te krijgen, is goed te zien dat deze zeug de potentie heeft om veel biggen te werpen. Maar deze biggen gezond grootbrengen is daarbij ook wenselijk. Voeding, fokkerij, klimaat, huisvesting en een deskundig oog van de verzorger zijn allemaal factoren die daar invloed op hebben. Omdat er met regelmaat meer biggen geboren worden dan de zeug kan grootbrengen, zijn andere oplossingen soms nodigOmdat er met regelmaat meer biggen geboren worden dan de zeug kan grootbrengen, zijn andere oplossingen soms nodig. Er worden verschillende strategieën toegepast om ervoor te zorgen dat zoveel mogelijk biggen de eindstreep behalen. Zo werkt de een met pleegzeugen, de ander met moederloze opfok of er wordt gebruik gemaakt van een automatisch voersysteem met kunstmelk. Topconditie, goede uierkwaliteit én moedereigenschappenIk ben voorstander van het werken met pleegzeugen. Bijna wekelijks worden er binnen ons bedrijf pleegzeugen gemaakt. Of dit een succes wordt, is afhankelijk van verschillende factoren. De belangrijkste daarvan is biestopname. Biggen die overgelegd worden naar pleegzeugen, dienen voldoende biest te hebben opgenomen. Daarnaast is het van belang een geschikte zeug te selecteren. Een topconditie, goede uierkwaliteit en goede moedereigenschappen zijn een pré. Wat ik verder nog van belang vind, is het cyclusnummer van de zeug. De jongste zeugen, de eerste- en tweedeworpsdieren, presteren naar mijn mening het beste als pleegzeug. Wanneer dit alles klopt, is een zeug geschikt als pleegzeug.‘Gevoelsmatig denk ik dat het grootbrengen bij een zeug dan ook het beste is voor een big’Selecteren van de zeugen en het verplaatsen en overleggen van de biggen vergen extra arbeid. Maar het levert uiteindelijk bij het spenen kwalitatief goede biggen op. Wanneer de mogelijkheid er is om biggen groot te brengen bij een zeug, heeft dat de voorkeur. Ondanks de extra arbeid en het bezetten van meer kraamhokken biedt de pleegzeug meerwaarde. Echter, niet bij ieder bedrijf past deze manier van werken. Soms ligt het meer voor de hand om biggen moederloos op te fokken of gebruik te maken van bijvoorbeeld een cupsysteem. Systemen met kunstmelk zijn goed om biggen bij te voeren, maar nog altijd geen vervangers van zeugenmelk. En het moederloos opfokken is maatschappelijk wat lastig te verantwoorden. Gevoelsmatig denk ik dat het grootbrengen bij een zeug dan ook het beste is voor een big. Maar goed, als we in de toekomst kijken en wie weet ooit richting die 40 biggen zullen gaan, is een combinatie van kunstmelk, moederloze opfok en het maken van pleegzeugen misschien wel het meest voor de hand liggend.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









