Knelgeval: minister, wat had ik anders moeten doen?

Foto: ANP
Er zijn melkveehouders die door de invoering van het stelsel van fosfaatrechten in een lastige financiële positie terechtkomen, maar dat betekent nog niet dat de minister die veehouders tegemoetkomt. Het College van Beroep voor het bedrijfsleven behandelde woensdag 21 november 7 zaken van individuele melkveehouders die in de knel raken door het fosfaatrechtenstelsel.De 5 advocaten van de 7 melkveehouders betoogden dat de invoering van het stelsel van fosfaatrechten in deze gevallen zo diep ingrijpt, dat dit redelijkerwijs niet van een ondernemer gevraagd mag worden. De overheid moet over de brug komen vinden ze: in fosfaatrechten of in geld. Er was een melkveehouder die dusdanig in de knel komt, dat hij moet interen op zijn vermogen en dat bedrijfsovername door zijn 2 zoons nog amper mogelijk is. Er was een veehouder die alle vergunningen rond had, maar de staluitbreiding niet op de peildatum gereed had.Minister geeft geen strobreed toeDaarnaast was er een veehouder die door ziekte lange tijd niet in staat was om zijn bedrijf te ontwikkelen. En een boer die alle voorbereidingen had getroffen voor een uitbreiding, maar op de peildatum geen melkvee had. Schrijnend voorbeeld was dat van een Twentse melkveehouder wiens echtgenote is overleden. Hij besloot na het overlijden van zijn vrouw de varkenstak te beëindigen en te kiezen voor de melkveehouderij. Dat kon hij arbeidstechnisch beter behappen.De minister geeft echter geen strobreed toe, in geen van deze gevallen, maakte advocaat Jean Paul Heinrich duidelijk.Voortzetting van bedrijfIn het geval van de Twentse melkveehouder was er volgens de landsadvocaat wel veel tijd voorbij gegaan tussen het moment van overlijden van de vrouw (2010) en het besluit om over te schakelen naar de melkveehouderij (2012). Als je vrouw overlijdt, heb je wel andere problemen dan te besluiten over hoe je je bedrijf voortzetDe veehouder stond op: “Als je vrouw overlijdt, heb je wel andere problemen dan te besluiten over hoe je je bedrijf voortzet. Ik moest kinderen van 2, 4 en 6 jaar verzorgen, ze naar school brengen en halen. Mijn broer en zwager hielden het bedrijf gaande. Na een jaar ben ik pas gaan nadenken over mijn bedrijf. Wat had ik anders moeten doen?”Dat hij gekozen heeft voor de melkveehouderij, was volgens de minister vooral uit bedrijfseconomische motieven – een besluit dat paste in de trend van die tijd. Ja, logisch, betoogde advocaat Esther Wijnne-Oosterhoff. Je kunt een ondernemer niet verwijten dat hij bij zo’n besluit ook bedrijfseconomische argumenten meeweegt.‘Ook strafrechtelijk in de knel’Toen na een 4 uur durende zitting voorzitter Eggeraat van het College van Beroep voor het bedrijfsleven zei dat het college op zijn vroegst op 9 januari volgend jaar uitspraak doet, sprong een melkveehouder op. “Met dat besluit maakt u dat deze melkveehouders allemaal ook nog strafrechtelijk in de knel komen.” Een uitspraak op deze termijn voor dergelijk complexe zaken is nog best snelEggeraat antwoordde: “Het systeem waarvoor de wetgever heeft gekozen, dat is de keuze van de wetgever. Dat kunnen wij niet corrigeren door haastwerk af te leveren. Bovendien is een uitspraak op deze termijn voor dergelijk complexe zaken nog best snel.”
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









