‘Kern verdienmodel ligt binnen boerenbedrijf zelf’

Foto: ANP
Verbreding en bedrijfsvergelijking zijn belangrijke pijlers voor het verdienmodel van boerenbedrijven.Er is het afgelopen jaar heel wat gesproken over het verdienmodel voor kringlooplandbouw. Zoals al bleek met het rapport van de Commissie Maij, is een passend verdienmodel cruciaal om een transitie naar kringlooplandbouw te kunnen maken. Op de valreep van 2020 was daar het idee van het Farmer Friendly-keurmerk dat veel geld zou moeten opleveren (€ 1,2 miljard). Maar de ‘opleverdatum’ daarvan is inmiddels verlopen met nul resultaat. Het blijft lastige materie.Steeds meer boerenbedrijven met neveninkomstenOnlangs kwam er een onderzoek van het CBS uit, waaruit blijkt dat steeds meer boerenbedrijven extra inkomsten halen uit een neventak. 22.000 bedrijven, ofwel vier op de tien boeren, slaagt erin inkomsten uit verbreding te halen. De afgelopen jaren is het aantal bedrijven met neveninkomsten jaarlijks met circa 12,5% gestegen. Dat is best stevig en duidt er volgens mij op dat we echt een stuk beweging in de sector zien.Verbreding groeit niet alleen, maar het lijkt ook meer op te leveren. Bijna 20% van de bedrijven met verbreding ontleende er in 2020 meer dan de helft van zijn inkomsten aan. In 2016 gold dat nog maar voor 8% van de bedrijven. Doen de verbreders het goed wat betreft hun nevenactiviteiten, of doen ze het maar matig met betrekking tot hun landbouwactiviteiten?De vraag is natuurlijk wel wat dit precies zegt: doen de verbreders het goed wat betreft hun nevenactiviteiten, of doen ze het maar matig met betrekking tot hun landbouwactiviteiten? Maar hoe dan ook, het wijst wel op beweging en verbreding van het verdienmodel.Wat me opvalt is dat 90% van de verbreders het zoekt in agrarisch natuur- en landschapsbeheer, huisverkoop en loonwerk. Daar zit ook stevige groei in. Verder is ook de productie van duurzame energie een sterke groeier. Opnieuw optimaliserenIk denk echter dat de kern van het verdienmodel binnen de bedrijven zelf moet liggen. Uit mijn eigen vak (economie) leer ik dat wanneer je situatie of beperkingen veranderen, dat je dan opnieuw moet optimaliseren voor het beste resultaat. Ik zie nogal wat zaken veranderen. Dat doet de vraag rijzen wat nu goed is om te doen. Moet het anders? Kan het slimmer?Moet je bijvoorbeeld wel gaan voor de laatste kilo’s melk? En als je wat minder melkt, wat betekent dat dan voor je dieren, het antibioticagebruik en je kosten? Kortom, wat zijn de beste praktijken en welke strategieën horen daarbij? En wat zien we daarin voor beweging, groei en verschuivingen? Ik vermoed dat daar voor de individuele ondernemer minstens zo interessante informatie voor het verdienmodel uit is te halen dan uit het CBS-rapport.BedrijfsvergelijkingIn Wageningen hadden we vroeger het vak ‘Bedrijfsvergelijking’. Dat vak gaf antwoorden juist op dit soort vragen. Dat soort inzichten hebben we hard nodig. Toen de docent ervan met pensioen ging, verdween volgens mij al snel ook dat vak. Ik betreur dat. Dynamische bedrijfsvergelijking verdient juist nu meer aandacht! Zeker als je ook nog je eigen spiegelbedrijf (vergelijkingsgroep) actief zou kunnen kiezen.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









