Kamer worstelt met verschillen bij sectoraanpak mestbeleid
Fracties in de Tweede Kamer worstelen met de voorgestelde sectorale mestproductieplafonds en de verschillende afromingspercentages waar veehouders mee te maken krijgen. Of het tot veranderingen van het voorstel zal leiden, is nog uiterst onzeker. De Tweede Kamer debatteert maandag over het wetsvoorstel van landbouwminister Femke Wiersma.

Femke Wiersma, minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur tijdens het wekelijkse vragenuur in de Tweede Kamer. Foto: ANP
Om aan de Brusselse regelgeving te gaan voldoen en om de druk op de mestmarkt te verlichten, besloot Wiersma om de sectorale mestproductieplafonds niet allemaal evenredig te verlagen, maar hierbij rekening te houden met het verwachte effect van de beëindigingsregelingen in het kader van de stikstofaanpak. Daarvoor hebben zich relatief veel varkens- en pluimveebedrijven aangemeld, waardoor deze sectoren relatief meer worden gekort in hun productieruimte dan de melkveehouderij.
Wiersma heeft daarnaast een verschuiving aangebracht in de afromingspercentages bij de handel in dierrechten, waarbij de melkveehouderij te maken krijgt met 30% afroming, varkenshouderij 25% en de pluimveehouderij 15%. De varkens- en pluimveehouderij keuren de voorstellen van Wiersma af. Ze vinden het onterecht dat ze op deze manier moeten bijdragen. Dit ook terwijl de sectoren al fors krimpen en in geval van de pluimveehouderij niet bijdragen aan het mestplaatsingsprobleem.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses










Afromen van pluimveerechten is een absurde maatregel voor het beoogde doel. Als het verlagen van het fosfaatplafond voor pluimvee betekent dat de plafonds voor vloeibare mest minder omlaag gaan, dan heeft deze maatregel een averechts effect. De mestdruk op de Nederlandse bodem is dan namelijk groter. Dit komt omdat pluimveemest niet op de Nederlandse bodem terechtkomt en vloeibare mest zoveel als mogelijk. Het doorzetten van dit slecht doordacht plan getuigt van ondeskundigheid bij de beleidsmakers. Ik hoop dan ook dat alle belangenbehartigers in Nederland (agrarisch en natuurgezind) hun energie inzetten om de rekensommetjes nog eens voor te leggen aan de beleidsmakers.