Kalveropfok en sterftecijfers in beeld

Foto: Henk Riswick

Foto: Henk Riswick


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

De introductie van onder meer KalfOK geeft veehouders inzicht in de resultaten van de kalveropfok over verschillende leeftijdsgroepen.De afgelopen 2 jaar verschenen verschillende kengetallen rondom kalversterfte in de media, die ook nog eens verschillend werden geïnterpreteerd. Tijd voor een eenduidig systeem van berekenen om kalversterfte te monitoren op bedrijfsniveau.Daarbij gelden 2 doelen: Het sterftepercentage moet wetenschappelijk onderbouwd zijn en voor veehouders te begrijpen. Inge Santman, werkzaam bij Royal GD, heeft samen met anderen beschreven hoe dat het beste kan. Het werk is recent gepubliceerd in Journal of Dairy Science en vormt nu de basis van de cijfers die berekend en gepresenteerd worden als het sterftekengetal in systemen als Koedata, KalfOK en Diergezondheidsmonitoring. Zo krijgt iedere veehouder zicht op de resultaten op bedrijfsniveau. In de Diergezondheidsmonitoring worden trends, ontwikkeling en resultaat van alle inspanningen zichtbaar.VoordelenDe nu gebruikte sterftekengetallen hebben 3 voordelen.De eerste is dat op eenduidige wijze cijfers worden berekend en gedeeld. De tweede is dat veehouders door de opdeling in leeftijdsgroepen zicht krijgen in welke groep zich de meeste problemen voordoen en welke trends zich afspelen op bedrijfsniveau en nationaal niveau. Ten derde is door de veehouder goed te volgen hoe kalversterfte zich ontwikkelt in de tijd en welke bewegingen daarin plaatsvinden op het bedrijf. Door verbanden te leggen kan dat in de toekomst via advisering op het primaire bedrijf tot actie leiden om verbeteringen door te voeren. Het resultaat daarvan is dan ook weer meetbaar.Score per kwartaalKalfOK geeft per kwartaal de score weer. Daarvoor worden kwartaalvakjes en rollende jaarscore gekenmerkt door een groene kleur als de resultaten binnen de 25% hoogst scorende bedrijven vallen. Een gemiddelde score betekent een witte kleur en als het mis gaat en het bedrijf hoort bij de 25% laagst scorende bedrijven dan wordt het vakje rood.De gemiddelden per kengetal worden ook in de tijd weergegeven. Onder meer worden de levende geboorten bijgehouden alsook de succesvol gestarte stier- en vaarskalveren tot en met 14 dagen; van 15 tot 56 dagen en vanaf 56 dagen tot een jaar.AntibioticagebruikMona van Spijk, die zich bezig houdt met duurzame melkproductie bij NZO, benadrukt het belang van een positieve benadering. “De cijfers zeggen iets over de kwaliteit van de kalveropfok en bieden een compleet beeld over de opfok over de verschillende leeftijdsgroepen.” Dat komt ook omdat KalfOK inzicht geeft over bijvoorbeeld antibioticagebruik en verschillen tussen vaars- en stierkalveren. “Mogelijk zal KalfOK op termijn onderdeel uitmaken van Duurzame Zuivelketen.”Introductie van KalfOK geeft veehouders een referentieJos Verstraten is portefeuillehouder diergezondheid bij de vakgroep Melkvee van LTO. Hij vindt het belangrijk dat er aandacht is voor de kalveropfok. “Niet alleen kalversterfte, hoewel dat een belangrijk onderdeel is.” Hij signaleert op basis van cijfers uit Diergezondheidsmonitor dat in de laatste jaren de kalversterfte toenam. “De introductie van KalfOK geeft veehouders een benchmark, een referentie. Dan weten ze waar ze staan. Dat is belangrijk als je stappen vooruit wilt zetten.”NauwkeurigKalfOK is ook geen methodiek die uitnodigt tot opzettelijk foutieve meldingen. “We zien zelfs dat, door het vroeg aanmelden van kalveren per juli 2018, het percentage doodgeboren afneemt en de sterfte van de pasgeboren kalveren iets toeneemt. Blijkbaar werden vroeger wel eens kalveren als doodgeboren opgegeven, als ze na een dag alsnog stierven en nog niet geoormerkt waren. Dat bewijst dat het huidige KalfOK juist nauwkeuriger cijfers oplevert.”AchtergrondSantman: “De berekeningswijze achter de verschillende systemen is gemaakt op basis van de voorkeuren en inzichten van de overheid, LTO en NZO. Daaruit zijn een tiental verschillende visies naar voren gekomen, uitgewerkt en gepresenteerd, waarbij er uiteindelijk 1 is gekozen. Het is belangrijk om te weten dat dit systeem juist geschikt is voor een goede monitoring van de kalversterfte over verschillende leeftijdsgroepen op bedrijfsniveau.”De indeling in leeftijdsgroepen bestaat uit: de leeftijd van geboorte tot het moment van oormerken, vanaf het moment van oormerken tot en met 14 dagen, van 15 dagen tot en met 55 dagen (leeftijd spenen) en leeftijd 56 dagen tot 1 jaar.Lees verder onder de tabel.Klik hier voor een vergroting van bovenstaande tabel.Aantal levensdagenBij de eerste 2 leeftijdsgroepen wordt de sterfte berekend als het aantal gestorven dieren ten opzichte van het aantal geboren (sterfte van niet geoormerkte kalveren) of het aantal geoormerkte dieren (sterfte van geoormerkte kalveren tot en met 14 dagen leeftijd). Vanaf 15 dagen leeftijd mogen de kalveren het melkveebedrijf verlaten. Dit wordt verrekend door rekening te houden met het aantal levensdagen dat een kalf aanwezig is op het bedrijf en daarmee risico loopt om te sterven in een genoemde periode.Het voorbeeld (zie tabel hierboven) maakt duidelijk hoe de cijfers zijn opgebouwd.In de leeftijdsgroep 0-14 dagen zijn 100 kalveren geboren in een bepaalde periode. Drie zijn gestorven vóór oormerken. In de periode van oormerken tot en met 14 dagen leeftijd zijn nog eens drie kalveren gestorven. De sterfte van niet geoormerkte kalveren bedraagt 3% (3 op 100 geboorten). De sterfte van oormerken tot en met 14 dagen leeftijd bedraagt 3,1% (3 op 97 geoormerkte kalveren).Voor de andere leeftijdsgroepen geldt een andere berekening die rekening houdt met het aantal levensdagen dat kalveren op het bedrijf aanwezig waren. Bijvoorbeeld in de groep van 15 tot en met 55 dagen zijn van de 94 kalveren die levend zijn op dag 14 nog 44 kalveren aanwezig, de overige vijftig kalveren zijn afgevoerd naar de vleeskalverhouderij op 14 dagen leeftijd.Aan- en afvoeren van runderenIn de periode sterven 2 kalveren op 35 dagen leeftijd. Het totaal aantal levensdagen bedraagt 1.763 dagen (42 kalveren zijn 41 dagen aanwezig geweest en 2 kalveren zijn 20.5 dagen aanwezig geweest). Het sterftepercentage dat hieruit berekend wordt, bedraagt 4,7% (2 kalveren gedeeld door 1.763 dagen maal de risicoperiode van 41 dagen). Het verschil in berekeningswijze met de sterfte in de jongste groep kalveren is dat deze berekeningsmethode rekening houdt met de mogelijkheid van het aan- en afvoeren van runderen tijdens de risicoperiode. Belangrijk is om te weten dat met deze berekening het sterftepercentage (4,7%) op basis van het aantal levensdagen hoger is dan het sterftepercentage op basis van de eenvoudige benadering van 2 sterftegevallen op 44 kalveren (4,5%). Het verschil is afhankelijk van het aantal kalveren dat afgevoerd wordt of sterft ten tijde van de risicoperiode.In de berekening van het sterftepercentage wordt rekening gehouden met de afvoer van (stier)kalveren naar de vleeskalverhouderij. - Foto: Henk Riswick

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Lees meer over


Snel delen


Sectornieuwsbrief Rundveehouderij


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.