‘Industrietelers kiezen voor duurdere gewassen’

Jan Roefs - Foto: Bert Jansen

Jan Roefs - Foto: Bert Jansen


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

Het areaal vollegrondsgroenten is de laatste tien jaar volgens het CBS vrij stabiel. Maar een aantal industriegroenten levert stevig in. Het areaal doperwten halveerde in tien jaar. Sperziebonen leverden 35% aan areaal in sinds 2007. Toch ziet industriegroentevoorman Jan Roefs het niet somber in.Jan Roefs heeft zijn eigen teeltbedrijf op een laag pitje gezet – hij verhuurt zijn grond en hij heeft onlangs afscheid genomen als voorzitter van de landelijke vakgroep LTO Vollegrondsgroente. Maar met vergelijkingen met zinkende schepen hoef je bij hem niet aan te komen. Veel teelten groeien immers juist, met name op tuinbouwbedrijven. En ook over de Nederlandse industriegroente is en blijft hij positief.“Nederland blijft in areaalontwikkeling misschien wel wat achter bij Frankrijk en België. Dat heeft er in mijn optiek mee te maken dat daar de nadruk meer ligt op diepvries en hier meer op conserven. Diepvries heeft wel iets meer de wind mee. Maar de teruggang in hectares heeft er ook mee te maken dat er op minder areaal met betere rassen toch meer kan worden geproduceerd. Bovendien kiezen de telers in Nederland voor de wat duurdere gewassen. Erwtjes staan bij ons in de min, maar wortelen en een gewas als schorseneren, daar zijn we internationaal veel belangrijker in. Daar hebben wij ook goede grond en zeker ook de goede telers voor. Dus nee, het gaat absoluut niet bergafwaarts met de teelt van industriegroente in Nederland.”Jan Roefs: “De rekensommetjes waar de politiek in het gebruiksnormendossier mee schermt kloppen gewoon niet.” - Foto: Bert JansenDat Roefs zijn eigen focus de laatste jaren meer en meer heeft verlegd naar zijn bestuurswerk, heeft hem zeker niet vervreemd van juist ook de industriegroentesector. Zowel nationaal als internationaal vertegenwoordigt hij telers én afnemers. De gevolgen van het opdoeken van de productschappen heeft hij daar zoveel mogelijk in goede banen proberen te leiden.“In het overleg tussen de telers en afnemers in de industriegroente hebben we op kleinere schaal kunnen laten zien hoe een gezamenlijk belang ook kan worden begrepen. Na het verdwijnen van de productschappen hebben we heel snel de Stichting Teeltoverleg Groente op poten kunnen zetten. Die bestaat 50-50 uit telers en afnemers. Via een afdracht in de teeltcontracten financieren die gezamenlijk het private deel van onderzoeksprojecten. Zoals bijvoorbeeld naar zware metalen in wortelgewassen, een aantal wortelgewassen blijken deze veel op te nemen onder bepaalde omstandigheden. Of naar een instrument om beter te beregenen met een beregeningssignaal op basis van weerberichten en bodemparameters.”“We kunnen met de industriegroente ook meeliften met zaken die voor grotere gewassen in Nederland breder worden onderzocht. Ook met de internationale samenwerking met Frankrijk en België; in Frankrijk is de industriegroentesector acht keer zo groot als bij ons. Die hebben grotere budgetten en drie proefboerderijen voor industriegroente alleen. Die zijn gewasspecifiek beter dan wij, waar wij in de breedte over sectoren heen weer meer weten over bijvoorbeeld bodemziektes.”Streng milieubeleidRoefs ziet overigens wel degelijk uitdagingen voor de telers en hun afnemers. “De telers hebben te maken met een streng milieubeleid. We zijn de laatste tien jaar als gehele agrarische sector politiek steeds minder belangrijk geworden. Dat zag je de laatste maanden vooral heel duidelijk aan wat er nu in Brabant wordt gevraagd van veehouders. Dat is zó asociaal. Voor veel, ook jonge boeren betekent het einde bedrijf. Dat je technisch goede stallen moet slopen, terwijl een boer voorheen met een economische afgeschreven stal juist nog wat winst kon halen, dat zorgt er juist voor dat er alleen maar megastallen overblijven. Veel consumenten en sommige politici verlangen naar het land van Ot en Sien, maar ze veroorzaken het tegenovergestelde.”‘De rekensommetjes waar de politiek mee schermt kloppen gewoon niet’Voor de vollegrondsgroente is het mestbeleid en de onhaalbare gebruiksnormen voor de telers een soortgelijk hoofdpijndossier. Onnodig onhaalbare normen die volgens Roefs zelfs averechts werken op de doelen in de nitraatrichtlijn van 1991.“De rekensommetjes waar de politiek mee schermt kloppen gewoon niet. Dat zijn aannames op basis van de vroegere luxepraktijk van bemesting. Ik zeg niet dat we naar die oude praktijk terug moeten. Maar wel dat suboptimaal bemesten, zoals door de te krappe gebruiksnormen wordt gedicteerd, leidt tot heel andere rekensommetjes en nog grotere schade voor het milieu.”Daar lijken althans de bevindingen op proefboerderij Vredepeel op te wijzen; met een lager organischestofgehalte in de bodem wordt juist een hóger deel van het stikstofverlies omgezet in nitraat. Ook het feit dat nitraatgehaltes niet meer dalen ondanks dalende stikstofgiften, is een signaal.‘Breder en dieper onderzoek is de enige manier om uit de negatieve spiraal te komen van krappere normen en toch geen milieuwinst’“Behalve dat we ons jaar in jaar uit helemaal suf lobbyen en gelukkig niet met nul resultaat, laten we ook onderzoek doen. Dat gebeurt al sinds 2000 in Vredepeel. Maar ook al heeft dat ons alles bij elkaar al miljoenen gekost, toch heb je daar nog maar een beperkte onderzoeksopzet voor. Om écht te zien wat de gevolgen zijn van verschillende bemestingsstrategieën, volgens verschillende gebruiksnormen in verschillende gewassen en op verschillende grondsoorten, moet je dat onderzoek opschalen en toe naar meer verschillende bouwplannen. Zulk breder én dieper onderzoek kost natuurlijk ook nog veel meer dan wat we er al in hebben gestoken. Maar het is de enige manier om uit de negatieve spiraal te komen van krappere normen en toch geen milieuwinst, en steeds minder draagvlak bij zowel de maatschappij als de telers.”KostenbesparingMeer onderzoek bekostigen druist in tegen de noodzaak die telers voelen om juist meer en meer op kosten te besparen. Roefs ziet die trend zeker ook in de industriegroenteketen. “Daar wordt inderdaad heel sterk op kosten gestuurd. Simpel gezegd: het product van de teler wordt door de fabrikant als een grondstof beschouwd, waar vervolgens echter weinig méér waarde aan wordt toegevoegd dan dat het in een potje wordt gestopt.Het is aan ons allemaal om na te denken over hoe we van grondstof naar concept kunnen gaan. Met andere technieken een verse bite behouden, met andere gewassen, zoals die schorseneren of gele peen de consument verrassen. Dat is misschien niet de eerste taak van telers. Maar in een sterke keten wil elke schakel zich laten kennen als een meedenkende, door de andere schakels gewaardeerde speler.”Veel rassennieuws tijdens open dagen zaadfirma’sBijna alle zaadbedrijven hebben de laatste week van september hun jaarlijkse open dagen. De belangrijkste ontwikkelingen per gewas op een rij.BladgewassenRijk Zwaan: Knox is de eigenschap die verkleuring van gesneden blad voorkomt ten gevolge van oxidatie van plantsappen. Nieuw is de eigenschap die de verkleuring van de pit onderdrukt: het snijvlak blijft witter. In verschillende rassen ijsbergsla, kropsla, bindsla, Bataviasla en eikenbladsla.Vitalis: Uitgebreid pakket rassen van alle soorten en typen bladgewassen. Het assortiment ijsbergsla is uitgebreid met Canavo (voorjaar) en Adanto (herfst).BloemkoolBejo: Zaragoza (B 3000) is de eerste knolvoetresistente bloemkool voor zomer en vroege herfst. Houdt zich goed aan de 78 tot 80 groeidagen, geeft zware vaste kool.Clause: Canopus is een van de vier nieuwe industrierassen. Forse plant voor productie van witte keiharde roosjes. De rassen zijn volgend jaar commercieel beschikbaar.Hazera: Solida is goed te plannen met circa 75 groeidagen. Zeer uniform, oogst van half augustus tot en met half oktober. Solida wordt gepositioneerd als vervanger voor Amsterdam.Sakata: Alston wordt komend jaar commercieel. Een hagelwitte bloemkool, opgerichte bladstand, uniform.Syngenta: SGC 2074 hoeft niet gedekt te worden, want de zeer uniforme kool is ongevoelig voor geelverkleuring of zonnebrand (blijft altijd wit). Deze zomerkool heeft circa 75 groeidagen nodig.Vitalis: Dit jaar zijn de nieuwe rassen Mardi F1 en Herslo F1 voor het eerst op grote schaal geteeld. Deze hybriden zijn speciaal voor de biologische teelt zonder CMS veredeld. Vooral de Duitse bio-markt vraagt daarom. In dit eerste praktijkjaar is de teelt goed verlopen.PeenBakker Brothers: Nantes type Sturgeon is een nieuw ras en geschikt voor teelt onder warme en koude omstandigheden. Geschikt voor verse markt en industrie. Het recent geïntroduceerde ras Marlin is een Kuroda-type met de uitstraling en smaak van Nantes.Bejo: Adana (B 2976) is een Mokum-type met cilindrische uniforme peen voor onderdekkersteelt, snackpeen, A-peen en fijne industrie. Nazareth is een B-peenras in het Nairobi-segment, na Napoli en voor Nerac. Sterk loof en sterk op ziekten en plagen.Takii: Fire Wedge, is een Kuroda-type (breed van boven, naar onderen toe conisch) voor verse markt en sap. Niet geschikt voor bewaring. Aurantina is een Kuroda/Nantes-type, en Prominence en Tangerina zijn beide Kuroda/Chanteney-typen.Clause: Patzi is een glad Berlikumer-type voor peen van 300 tot 400 gram voor snijderij en de verse (Oost-Europese) markt.PreiBejo: Skater is een donkere prei voor de laat zomer/vroege herfst. Zeer korte overgang tussen tussen groen en wit. Sterk op trips en alternaria, voor de Nederlandse en Belgische markt. Te planten vanaf 15 april.Hazera: Stromboli is nieuw en past tussen de snelgroeiende zomerrassen en de tragere herfstrassen. Oogst van half augustus tot eind oktober. Zeer uniform en goed houdbaar.
Het nummer 33-2485 is voor oogst vanaf half juli, net voor Stromboli. Erg uniform, sterk tegen bladbreuk en hoog soortelijk gewicht.Vitalis: Cherokee is nieuw en voldoet uitstekend in de biologische herfstteelt.SperzieboonBakker Brothers: Elba geeft een zeer hoog percentage erg fijne, donker groene bonen. Lengte 12 centimeter, hoge productie. Geschikt voor verse markt en industrie. Lavezzi is een bonenras met een stevige plant en goed vlezige peulen. Lengte 12 centimeter.In het industriesegment is er Montserrat: stevig planttype en geconcentreerde zetting in de 5-6,5 sortering met goede lengte. Saba is een belangrijke referentie in fijne segment voor verse markt en industrie.SpinazieRijk Zwaan: Enkele spinazierassen met resistentie tegen valse meeldauwfysio’s 1-16.Sakata: Uitgebreid programma spinazie: Oriëntaalse en voor Babyleaf. Ook oudgediende Apollo en de meer recente Helios. Zeer donkere bladkleur, opgerichte bladstand, uitstekende veldhoudbaarheid en goed in de bewaring. Ook te gebruiken als babyspinazie. Nieuw is SPI02089.SpruitkoolBejo: Helios is productief industrieras met veel spruiten aan de stam en hoog soortelijk gewicht in de maat 21 tot 34 millimeter. Oogst van half oktober tot half november.Pontus (Bejo 2950) geeft zeer hoog aantal A/B-spruiten aan relatief lange stam. Oogst december tot half januari.Syngenta: SGB 1594 is een dubbeldoelras voor november. Op ruimere plantafstand mooie B-spruiten en in een dichtere planting grovere A-spruiten.Hazera: Bronson is een industrieras voor oogst in november en eventueel december, daarmee inspelend op de tendens bij de industrie om de verwerking vroeg te starten. Geeft 90 tot 110 A/M-spruiten aan de stam.Witte koolBejo: Report is een knolvoetresistent industrieras voor middenvroege teelt. Erg gezond op het veld, en met een prima zuurkoolkwaliteit.
Kaluga is een middenvroeg ras van 1,5 tot 2,5 kilo na circa 130 groeidagen. Kaluga is middellang tot lang bewaarbaar. Te beschouwen als een vervanger van Bingo voor de teelt van 4-ponders. Erg sterk tegen trips.Takii: Vertex is een Xanthomonasresistent zomerkoolras met 90 tot 100 groeidagen. Castellotype, volgt na het Takiiras Verdeco.Hazera: Lucas is voor de verse markt van 36‘ers en lang te bewaren. Hoge tolerantie tegen trips.Rijk Zwaan: Axioma is voor de lange bewaring, met een iets hogere vulsnelheid dan Storema. Hierdoor zal de productie naar verwachting iets hoger zijn.Sakata: Felicity is een nieuwe platte witte kool met vrijwel dezelfde eigenschappen als Atlas (vast, uitstekende smaak, zeer plat), maar veel uniformer.Syngenta: SGW 0436 en SGW 0437 zijn nieuw voor de lange bewaring. Ze vormen een uitbreiding van het assortiment met Zenon, Prodicos en Storidor.Meer informatie op www.gfactueel.nlAuteurs: Joost Stallen en Stan Verstegen

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Snel delen


Sectornieuwsbrief Akkerbouw


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.