Indexen van fokwaarden tegen het licht gehouden

Foto: Hans Prinsen
Fokkerij en indexen gaan al 40 jaar samen op. Toch is het geen samengaan in harmonie, maar blijft er gekibbel. Wat gaat er goed en wat kan beter?De fokwaarde van stieren is de enige leidraad voor veehouders om een nieuwe generatie koeien op hun bedrijf te fokken. De indexen van deze fokwaarden geven een beeld van wat een stier kan vererven, maar er is enig wantrouwen in deze cijfers. Deels omdat veehouders niet altijd de volgende generatie krijgen die ze verwachten en deels omdat de opbouw van indexen niet altijd het juiste beeld van de stier weergeeft. Duidelijk is dat veehouders zich óf enorm moeten verdiepen in de fokwaarden van stieren óf de hulp inroepen van deskundigen die met verschillende paringsprogramma’s de veehouder van dienst kunnen zijn. Deskundigen geven hun visie op gebruik en waardering van de fokwaarden van stieren, uitgedrukt in de indexen.Stierindexen zijn schattingenToegankelijkJimmy Wolff, manager fokkerij bij ABS-importeur Heemskerk, is positief over de presentatie en publicatie van de stierindexen. “Iedereen kan alle informatie van alle stieren bekijken op internet”, aldus Wolff. Positief daarbij is het overleg dat de sector met het Stamboek voert over de stierindexen. De omrekening van buitenlandse stierindexen en de inweging van (genomic) informatie is lastig. Wolff: “Stierindexen zijn schattingen, gebaseerd op een groot aantal keuzes. Het zou makkelijk zijn als duidelijk wordt welke informatie wordt meegenomen en hoe zwaar die telt.” Eiwit stierenDirecteur Max van de Kerkhof van Fertiplus verwondert zich over de fluctuaties bij sommige topstieren. Het is hem opgevallen dat het eiwit van buitenlandse stieren, bijvoorbeeld Bookem, de eerste jaren is onderschat. Nu blijkt het eiwitgehalte aanmerkelijk hoger, maar de stier is dood en kan niet meer benut worden. Van de Kerkhof is blij dat er in Nederland een organisatie is die fokwaarden publiceert. “Als ki-bedrijf zijn wij een supermarkt. Wij proberen een ruime selectie te maken voor de melkveehouder, waarna de boer zelf zijn keuze kan maken.”Eerste selectie is lastigVolgens Van de Kerkhof is de eerste selectie in stieren lastig, zelfs voor ingewijden. De NVI en indexen voor Nederlandse en buitenlandse stieren zijn volgens hem al 20 jaar matig vergelijkbaar. Kenmerken als hoogtemaat, breedte in de voorhand en benen van buitenlandse stieren worden al jaren onderschat of overschat. De commerciële partijen zijn al jaren aan het touwtrekken. Van de Kerkhof: “Overheid en WUR zouden moeten zorgen dat er indexen komen zonder directe relatie met commerciële partijen. Dat zou een basis zijn voor indexen op basis van mogelijkheden en niet op basis van beperkingen.” Duurt maanden voordat misrekeningen worden hersteldDefinities koeDirecteur Gerard Scheepens van KI Samen vindt de hoeveelheid data lastig. “Veehouders richten zich in eerste instantie op de index, maar er zijn zoveel indexen dat de keuze alleen maar moeilijker wordt. Het lijkt zelfs dat de computer last heeft van de enorme dataverzameling, want het duurt maanden voordat eventuele misrekeningen worden hersteld.” Volgens Scheepens kent een betere koe vele definities, maar daar moet minimaal een economisch besef bij zitten. Indexen zijn geen doel dat met grotere snelheid op een hoger niveau moet komen. “De kans is groot dat 10 jaar rust met minder indexen meer vooruitgang geeft dan afgelopen 10 jaar met vele nieuwe fokwaarden.” Lees verder onder de foto. De koe staat in de stal en de inseminator heeft de genetica van de geselecteerde stier in een pipet.Waarom wordt de volgende generatie beter en winstgevender dan de huidige? - Foto: Henk RiswickExterieur moeilijker dan productieImporteur Sietze Akkerman van Masterrind Holland kan goed werken met de fokwaarden voor productie. “Productie wordt goed geschat en is in de praktijk bruikbaar en herkenbaar voor veehouder en spermaverkoper.” Wel verbaast hij zich regelmatig over exterieurfokwaarden. Akkerman komt op de gebruikersbijeenkomsten waar ervaringen met stierindexen vanuit de sector worden gedeeld. “Van een Duitse stier is één dochter, via een plaatselijke veiling, in Nederland geïmporteerd. Dat dier is door de stamboekinspecteur beoordeeld en had slechte benen. Haar 300 halfzussen in Duitsland hebben gemiddeld goede benen. Die 300 halfzussen zijn helaas niet de basis voor de Nederlandse stierindex. Het éne dier plus de genomic informatie worden als basis genomen voor de Nederlandse fokwaarde. Daardoor ontstaat een onjuist beeld.” Akkerman vindt het jammer dat de veehouder, de gebruiker, steeds minder kennis van en vertrouwen in indexen heeft. Kenmerken bovenbalk koeNico Rietman is paringadviseur bij Fertiplus en staat dagelijks tussen de koeien. “Het werken met de onderbalkgegevens zoals speenlengte, stand benen en andere gescoorde kenmerken, gaat goed.” Minder geslaagd zijn volgens hem de bovenbalkkenmerken zoals type en frame. Juist de bovenbalk wordt breed gepubliceerd en vormt de eerste selectie voor de veehouder. “De veehouder kan daarmee snel en ongewild een verkeerde keuze maken”, aldus Rietman. MelksnelheidRietman besteedt bij zijn werk extra aandacht aan optimum kenmerken zoals melksnelheid en kruisligging. “Veehouders denken dat een melksnelheid van 96 traag melkende koeien als gevolg heeft. En inderdaad is de melksnelheid onder het Nederlands gemiddelde van 100, maar een score van 96 wijkt dermate weinig af dat het nauwelijks klachten geeft.” Rietman noemt daarbij ook de verantwoordelijkheid van stamboek en ki-organisaties, die beter uit kunnen leggen en meer betrokkenheid van veehouders kunnen creëren. Al snel gaat het alleen over de topstier of toekomststier, terwijl er een veelvoud aan smaken is.Veehouders missen kennis over de ‘nieuwe’ kenmerkenKlauwgezondheidJoost Klein Heerenbrink licht de visie van CRV toe. “Binnen ons fokprogramma houden wij rekening met alle kenmerken, omdat we er vooral naar streven een zo breed en compleet mogelijk pakket stieren aan te kunnen bieden. Veehouders missen vooral kennis over de ‘nieuwe’ kenmerken, zoals Klauwgezondheid, Uiergezondheid en Besparing Voerkosten.” Door deze kenmerken niet te gebruiken, laat een veehouder een hoop rendement liggen. Mooie voorbeelden uit de praktijk zijn de stieren Kian en Stadel. Allebei hadden ze een goede fokwaarde voor Benen. Terwijl we nu ook weten, op basis van de klauwgezondheidsdata en -fokwaarde, dat de Kian-dochters veel minder problemen hebben met Mortellaro dan de Stadel-dochters. Als een veehouder Mortellaro wil aanpakken, kan hij dus beter selecteren op de fokwaarde Klauwgezondheid, dan op de fokwaarde Benen.Te hoge verwachtingRené de Wit van GGI Holland waardeert de makkelijk toegankelijke stierindexen. “Elke veehouder kan zonder veel moeite stieren vergelijken, maar ook andere rassen vergelijken op één basis.” Wie weinig interesse heeft in de fokkerij, hoeft volgens hem geen studie te maken om passende stieren te selecteren. Ook merkt De Wit op dat de verwachtingen van stierindexen erg hoog liggen. Wellicht te hoog, want indexen blijven een schatting, wat maakt dat er geen verschil is op de laatste punt of komma. Verbeteringen van indexen zijn zeker mogelijk. Het huidige rekensysteem overschat de waarde van genoom informatie, terwijl er al honderden dochters aan de melk zijn, aldus De Wit. Hij signaleert dat van stieren die in het buitenland een flinke indexdaling hebben ondergaan, in Nederland hun genomic informatie behouden blijft, en daarmee hun Nederlandse stierindex op peil. “Indexen zijn een hulpmiddel voor de koeien die de boeren (gaan) melken en niet een zo zuiver mogelijke theorie die voorbij gaat aan de praktijk”, aldus De Wit.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









