Handel buigt mee met varkenssector

Foto: Roel Dijkstra
De varkenshandel kampt met vergrijzing. Handelaren die door willen, krijgen nieuwe rollen en de POV vraagt hen mee te denken over ketenkwaliteit.De varkenshandel is op punten een afspiegeling van de varkenshouderij. De meeste handelaren zijn bijvoorbeeld ouder dan 50 jaar. Een deel daarvan zal binnen enkele jaren de handel beëindigen, is de verwachting van Jan Vernooij. Vernooij behoort met 65 jaar ook tot deze leeftijdsgroep. Hij is echter nog actief en sinds 2 jaar voorzitter van de commissie varkens- en biggenhandel van brancheorganisatie Vee&Logistiek. Hij schat dat er onder zijn achterban circa 100 handelaren zijn die voor hun hoofdinkomen afhankelijk zijn van de varkenshandel. Dit aantal krimpt gestaag.Varkenshandel Den Hoed laadt in alle vroegte varkens bij een veehouder in Ouderkerk aan den IJssel (Z.-H.). - Foto: Roel DijkstraOnlangs deed varkenshandel Van den Berkmortel in Sint-Oedenrode (Noord-Brabant) zijn handel over aan collega-bedrijf Handelshuis Schuttert in Ommen (Overijssel). Schuttert nam 4 jaar geleden de handel al over van Van Schipstal. Dat was ook een Brabants bedrijf. Het handelsbedrijf in Ommen verstevigt met de jongste overname dus zijn positie in Zuid-Nederland.Consolidatie in de varkenshandelIn de varkenshandel is net als in de primaire sector sprake van consolidatie. Minder bedrijven, maar meer omzet per bedrijf. Vernooij denkt dat zo’n 70% van de varkenshandelaren een bedrijf heeft met 1 tot 3 medewerkers. Dat is dan de eigenaar, die soms wordt ondersteund door zijn vrouw en mogelijk een medewerker. Deze categorie gaat een lastige tijd tegemoet. Over anderhalf jaar loopt de stoppersregeling van het Actieplan Ammoniak Veehouderij af. Dan zijn alle varkensbedrijven verplicht om gebruik te maken van de best beschikbare technieken om de ammoniakemissie te reduceren. Dit zal opnieuw leiden tot een verhoogd aantal stoppers in de varkenssector. Het aantal potentiële klanten voor de varkenshandel neemt daarmee af. Het ligt voor de hand dat na 2019 een deel van deze kleinere handelsbedrijven met 1 tot 3 medewerkers de stekker er ook uit trekt.Varkens lossen bij Westfort in IJsselstein (U.). Dit bedrijf koopt varkens aan via de handel. - Foto: Fotobureau DijkstraVeranderde rolDe varkenshandel consolideert niet alleen, maar ook de rol van handelsbedrijven verandert in rap tempo. Het oude ambacht van varkens verkopen aan de hoogste bieder is al jaren verleden tijd. Dat betoogt ook Kees van Donkelaar, die al 40 jaar in het vak zit. Hij ziet zichzelf tegenwoordig meer als een veredelde transporteur dan als handelaar. Vernooij weet daar alles van. Hij zegt dat van een tekort aan varkens zelden sprake is. De meeste slachterijen zitten 105% vol. Er zijn genoeg weken dat het een hele uitdaging is om alle slachtrijpe varkens te slijten, betoogt Vernooij. Er valt dus niks te handelen voor een aanbieder van varkens. Een uitzondering vormen soms de conceptvarkens. Daar wil wel eens een tekort aan zijn, ervaart Vernooij.Van een varkenshandelaar anno 2018 wordt verwacht dat hij op tijd met de varkens bij de slachterij is, zodat de slachtlijn op maximale snelheid doorloopt. Dat is basiswerk. De handelaar vormt ook de spreekbuis van de slachterij richting de varkenshouder. Dat komt sterk naar voren bij concepten. Dan gelden er diverse productiecriteria waar een varkenshouder rekening mee dient te houden. De handelaar vertaalt de criteria voor de boer en adviseert over de genetica die bij een concept hoort. De rol van de handelaar is zodoende zorgen voor efficiency en afstemming tussen schakels in de varkensketen.BoerenwensenOok de leverancierszijde verandert snel. Jonge varkenshouders zijn goed opgeleid en goed geïnformeerd, zegt Vernooij. Zij stellen hoge eisen aan hun zakenpartners. De marges zijn dikwijls krap in de varkenssector. De Producenten Organisatie Varkenshouderij (POV) verwacht daarom van de handel dat zij waarde toevoegen in plaats van kosten. Primair vanuit hun logistieke rol. Maar de POV verwacht meer van de varkenshandel. Ook hygiëne en dierenwelzijn blijven belangrijke punten. De POV wil daarom met Vee&Logistiek de module verantwoord diertransport ontwikkelen, als onderdeel van het ketenkwaliteitssysteem Holland Varken. Ook is de borging van de reiniging en ontsmetting van veewagens belangrijker dan ooit met de gestaag oprukkende Afrikaanse varkenspest, is de POV van mening. Daar ligt ook een taak voor de handel. Een ander punt dat de aandacht blijft houden in het contact tussen POV en varkenshandel is bigkwaliteit en de bewaking daarvan, verklaart de POV.De afhankelijkheid van biggenexport groeit. Zeugen produceren meer biggen, terwijl het aantal vleesvarkensplaatsen onder druk staat, mede door concepten met minder varkens per vierkante meter hokoppervlakte. Jan Vernooij kan zich voorstellen dat de handel daarop reageert. Bijvoorbeeld door nadrukkelijker buitenlandse afnemers van biggen te begeleiden. Dat gebeurt al, maar er kan nog meer.Nieuwste generatieVanuit zijn functie en ervaring kent Vernooij zijn achterban. Hij schat dat binnen een aantal jaren 30 tot 40% van de varkenshandelaren stopt. Daar staan slechts een paar nieuwkomers tegenover. In Nederland zijn ongeveer 5 jongemannen onder 25 jaar die in de handel willen, weet Vernooij. Hoewel 3 jaar ouder, is Thijs Grondman een van hen. De 28-jarige Grondman houdt van de varkenshandel en is ervan overtuigd dat hij verder wil in deze sector. Hij twijfelt ook niet aan het voortbestaan van de handel, ondanks de bedreigingen die op de varkenshandel afkomen. Van Rooi Meat, Vion en Pali-groep zijn 3 slachterijen die zelf ook varkens inkopen. Voor de handel niet gunstig. Daarnaast groeien varkensbedrijven. Door een cluster te vormen is het voor de grotere varkensbedrijven ook een optie zelf de varkens te verkopen. Nog een bedreiging.‘In iedere sector zijn er nu eenmaal veranderingen’Het bloed kruipt echter waar het niet gaan kan. Veel handelaren zijn verknocht aan hun vak en willen niet anders. Kees van Donkelaar is er daar een van. Hij hoopt nog zo lang mogelijk door te gaan. Dat geldt in zekere zin ook voor gebroeders Den Hoed in Bergambacht (Zuid-Holland). Mede-eigenaar Hugo den Hoed mist de ouderwetse wijze van handel doen ook, maar haalt nu weer voldoening uit de introductie van nieuwe marktconcepten. Hugo den Hoed doet er niet heel dramatisch over: “In iedere sector zijn er nu eenmaal veranderingen.”‘Ik wil dit werk zo lang mogelijk doen’Hoewel Kees van Donkelaar zichzelf meer ziet als veredelde vrachtrijder dan als handelaar heeft hij nog steeds veel plezier in het werk. Van Donkelaar is 58 en zit al 40 jaar in de veehandel. Hij begon met kalveren. Later kwamen daar varkens en slachtzeugen bij. Hij levert al 35 jaar varkens aan slachterij Compaxo in Zevenaar (Gelderland). Van Donkelaar: “Ze zeggen daar dat ik bij de inboedel hoor.”Naam: Kees van Donkelaar (58). Plaats: Ede (Gld.). Bedrijf: Vee- en varkenshandel C.G. van Donkelaar. - Foto: Koos GroenewoldWaarom geen handelaar meer?“Tot zo’n 15 jaar geleden belde ik iedere zaterdagavond met de inkoper van de slachterij en werd tot de laatste cent onderhandeld over de prijs. Nu geef ik op donderdag schriftelijk op hoeveel varkens ik heb en krijg de week daarop te horen wat de slachterij betaalt. En dan zijn er soms weken bij dat je blij mag zijn dat de slachterij de varkens opneemt.”Wat maakt varkenshandel dan nog leuk?“Ik heb leuke klanten waar ik al jaren kom en die mij ook mijn marge gunnen. Dat motiveert mij om het werk zo goed mogelijk te doen. Dus afspraken nakomen, rustig laden en rijden, zodat alle varkens ongeschonden op de slachterij aankomen. Ik ga elke dag met plezier op pad en wil dit werk zolang mogelijk blijven doen als mogelijk is.”Het aantal boeren blijft afnemen. Hoelang gaat het nog?“Dat is lastig te zeggen. Ik doe al het werk zelf, de handel, transport en administratie. Daar ben ik 3 dagen per week mee bezig. De overige tijd verhuur ik mijzelf. Ik rijd bijvoorbeeld nuchtere kalveren. Dat is werk dat aansluit bij de veehandel. Voorlopig heb ik werk zat. Als er echt niks meer te doen is in de handel ga ik maar ander werk doen.”Bestaat de kans dat iemand uw handel voortzet?“Dat verwacht ik niet. Ik zet wekelijks 300 vleesvarkens om. Ik heb 3 dochters en een flink aantal kleinkinderen. Van de kleinkinderen gaat er regelmatig een mee met de vrachtauto. Dat vinden die jongens leuk. Desondanks voorzie ik niet dat een van hen belangstelling krijgt om mijn varkenshandel over te nemen. Volgens mij is het niet aantrekkelijk om een bedrijf over te nemen dat wekelijks 300 varkens verkoopt.”‘Het is mensenwerk en goed communiceren’Thijs Grondman is met 28 jaar een relatieve nieuwkomer in de varkenshandel. Sinds 1 januari 2017 is hij mede-eigenaar van Handelshuis Schuttert. De bedoeling is dat hij jaarlijks een groter aandeel krijgt in het handelsbedrijf. Over de gemaakte keuze twijfelt Grondman geen moment: “Ik wil verder in de varkenshandel.”Naam: Thijs Grondman (28). Plaats: Ommen (Ov.). Bedrijf: Handelshuis Schuttert. - Foto: Frank UijlenbroekWat is daar zo mooi aan?“Het is mensenwerk. Het is ontzettend belangrijk om goed te communiceren en contact op te bouwen met de klanten. Dat begint richting de vermeerderaar, zodat de biggen voldoen aan de verwachting van de vleesvarkenshouders. Dat geldt op het gebied van genetica, gezondheid, vaccinaties, sekse enzovoort. Uiteindelijk moeten de varkens bij de slachterij passen. De slachterij brengt het vlees tot waarde. Iedere slachterij werkt met eigen concepten en dus is er een specifieke vraag. Een goede afstemming in de keten over product, levering en volume is erg belangrijk. Dat is juist onze rol. Bij Schuttert doen we alles in eigen beheer, van planning tot transport en alles wat daarbij hoort. De veelzijdigheid en het werken in een team vind ik ook erg mooi aan dit werk.”Hoe zie jij jullie rol in een consoliderende markt?“Wij kiezen ervoor ‘breed’ in de markt te staan. Dat houdt in dat we veel slachterijen kunnen bedienen met serieuze aantallen varkens. Onze klanten kunnen zodoende kiezen aan wie zij willen leveren en voor welke deelmarkt. Landelijk werken is ook van belang. Dan rijden onze vrachtwagens weinig lege kilometers. We hebben veelal retourvracht. Daarnaast kiezen we voor het aanbieden van een totaalpakket, inclusief genetica.”Holt de toenemende ketenstructuur met bijbehorende afleverovereenkomsten jullie rol niet uit?“Nee, daar ben ik totaal niet bang voor. Het werk is niet klaar als een varkenshouder kiest voor een bepaald concept. Het is aan ons om ervoor te zorgen dat in de keten de juiste genetica wordt gebruikt, de voeding klopt, enzovoorts, zodat de slachterij uiteindelijk de juiste varkens krijgt, in de gewenste aantallen, op het afgesproken tijdstip. Er blijft iemand nodig die dat organiseert.”
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









