GVE-regeling niet alleen voor melkvee

Laatst bijgewerkt:
Foto: Mark Pasveer

Foto: Mark Pasveer


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

Het GVE-reductieplan heeft in 2017 forse gevolgen voor veel melkveehouders, jongveeopfokkers en vleesveehouders. De regeling is van kracht vanaf 1 maart 2017.Te veel melkvee, jongvee of vrouwelijk vleesvee houden gaat in 2017 fors in de papieren lopen. In de zogenoemde GVE-reductieregeling die van kracht is sinds 1 maart 2017 kan de boete oplopen tot tienduizenden euro’s. GVE staat voor grootvee-eenheid en komt overeen met een melkkoe, maar ook een zoogkoe telt als 1 GVE. Goed rekenen en inspelen op de regeling loont de moeite. Dat werd benadrukt door deskundigen op het webinar ‘Fosfaatreductieplan’ dat op 27 februari is gehouden door Boerderij met medewerking van Accon AVM en Agrifirm Exlan. Tijdens het webinar zijn tal van vragen gesteld. Hieronder volgt een selectie van veelgestelde vragen en de antwoorden.Voor wie geldt de GVE-regeling in 2017?De regeling geldt voor alle bedrijven die vrouwelijk rundvee houden in 2017. Dus niet alleen voor melkveebedrijven, maar ook voor jongveeopfokkers en bedrijven met vrouwelijk vleesvee. Vleeskalverhouders zijn uitgezonderd als ze uitsluitend mannelijke en vrouwelijke kalveren jonger dan een jaar houden, die voor de slacht worden afgevoerd.Tellen fokstieren en nuchtere kalveren mee voor de GVE-regeling?Fokstieren tellen niet mee, mannelijke nuka’s ook niet. RVO.nl gaat dat uitfilteren in de I&R.Hoe wordt de fosfaatproductie berekend in de GVE-regeling?Voor de GVE-regeling in 2017 wordt voor alle referenties en in 2017 zelf gerekend met een vaste omrekening per vrouwelijk rund. Voor een rund dat minimaal één keer heeft gekalfd staat een fosfaatproductie van 41,3 kilo en dat is 1 GVE. De hoogte van de melkproductie is hierbij niet van belang. Een kalf jonger dan een jaar is goed voor 9,6 kilo fosfaat, en alle vrouwelijke dieren ouder dan een jaar (pinken) die niet hebben gekalfd tellen voor 21,9 kilo. Dat geeft de volgende verhouding: 1 koe is 1 GVE;1 kalf is 0,23 GVE;1 pink is 0,53 GVE.Wat zijn de referentie- en peildatums?De vee-aantallen op 2 juli 2015 bepalen de GVE-referentie. Bij niet-grondgebonden bedrijven wordt die referentie met 4% gekort, bij grondgebonden bedrijven niet. Voor melkleverende bedrijven is het aantal GVE op 1 oktober 2016 bepalend voor de krimp die ze door moeten voeren. Voor niet-melkleverende bedrijven is het aantal vrouwelijk rundvee op 15 december 2016 bepalend voor eventuele krimp.Wanneer is een bedrijf grondgebonden voor de GVE-regeling?Als de totale fosfaatproductie van het aantal vrouwelijke dieren in kalenderjaar 2015 volgens de normen in de bovenstaande vraag kleiner of gelijk is aan de totale fosfaatruimte in 2015. Dat is een andere berekening dan voor de mestboekhouding is gebruikt. Er wordt bijvoorbeeld geen rekening gehouden met melkproductie per koe en mannelijke dieren worden niet meegeteld. Over de grondgebondenheid is nog discussie en zijn moties aangenomen in de Tweede Kamer.Wat is een melkleverend bedrijf?Een bedrijf dat melk levert aan een zuivelonderneming, of aan consumenten of een zuivelhandelaar. De situatie op 1 maart 2017 is in principe bepalend. Als daarna de melklevering wordt beëindigd, dan wijzigt de status van een bedrijf met ingang van de eerstvolgende tweemaandsperiode.Zijn er vrijstellingen?Ja, voor niet-melkleverende bedrijven (jongveeopfokkers of vleesveehouders) in twee situaties: Na 15 december maximaal twee vrouwelijke runderen aangevoerd; Bedrijven die in een van de vijf periodes van twee maanden elke dag vijf of minder vrouwelijke runderen hebben, betalen in die periode geen boete. Bij de maximale aanvoer van twee dieren geldt geen saldering. Dus drie dieren aanvoeren na 15 december 2016 en twee afvoeren, betekent deelname en een boete als het gemiddeld aantal GVE’s groter is dan het aantal op 15 december. Tot hoe lang duurt de GVE-regeling?De regeling is gestart op 1 maart 2017 en duurt tot en met 31 december 2017. In 2018 worden de fosfaatrechten ingevoerd om de fosfaatproductie van de melkveestapel te begrenzen.Komt de generieke korting in 2018 bovenop de korting van 4% in 2017?Nee, bedrijven met melkvee krijgen in 2018 te maken met een zogenoemde generieke korting. Die wordt berekend over de hoeveelheid fosfaat die wordt toegekend voor de aantallen melkvee (diercategorieën 100, 101 en 102) op 2 juli 2015. De generieke korting wordt in de zomer van 2017 bepaald. Grondgebonden bedrijven (in 2015) worden niet generiek gekort. Voor bedrijven met een klein overschot wordt alleen het deel boven de grondgebondenheid gekort.Ik schaar vee uit naar een opfokbedrijf zonder vee op 15 december 2016, die geen referentie krijgt. Is daar wat voor te regelen?Ja, die bedrijven kunnen een deel van hun referenties laten aanpassen in overleg. Wat de inschaarder erbij krijgt, gaat eraf bij de uitschaarder. Dat moet uiterlijk 1 april gemeld worden op een formulier bij RVO.nl dat binnenkort beschikbaar is.Komt er een knelgevallenregeling?Ja, binnen de GVE-regeling is sprake van een knelgeval als op de peildatum de veebezetting minimaal 5% lager was door ziekte van het vee of de boer, of door bouwwerkzaamheden. Bedrijven die denken daarvoor in aanmerking te komen, moeten dat voor 1 april melden bij RVO.nl.Kan ik meer vee houden door bedrijfsoverdracht?Ja, bedrijfsoverdracht (geheel of gedeeltelijk) is een optie om een hogere referentie te verkrijgen. De referentie is daarbij alleen als geheel bedrijf of als gedeeltelijk bedrijf met grond over te dragen volgens Accon AVM. Goed rekenen is belangrijk, het nettovoordeel kan tegenvallen. Bijvoorbeeld doordat door de extra vee-referentie het bedrijf niet meer grondgebonden is in 2015. De grondgegevens van 2015 worden niet overgedragen in de huidige stand van zaken. Dat kan betekenen dat in 2017 alsnog met 4% korting ten opzichte van 2 juli wordt gerekend en in 2018 alsnog een generieke korting van toepassing is voor fosfaatrechten.Is alles definitief?De GVE-regeling 2017 is in ieder geval gestart op 1 maart. Aanpassingen op details zijn niet uit te sluiten. De regeling is in ieder geval ingewikkeld. Bij twijfel over de gevolgen is deskundig advies inwinnen van belang. Voor de fosfaatrechten in 2018 zijn nog meer onduidelijkheden, zoals de hoogte van de generieke korting, gebruik van de KringloopWijzer en knelgevallenregeling.Meer informatie en het laatste nieuws vindt u in het fosfaatdossier.Webinar GVE-reductieplan terugkijken
Het zogenoemde GVE-reductieplan is onderdeel van het fosfaatreductieplan 2017. Doel is verlaging van de fosfaatproductie van melkvee in 2017 met ruim 8 miljoen kilo, om de derogatie in 2017 veilig te stellen. De fosfaatproductie van melkvee moet dit jaar weer onder het sectorplafond van 84,9 miljoen kilo uitkomen. Het is ook een voorwaarde van Brussel voor onderhandelingen over een nieuwe derogatie voor de jaren 2018-2021. Op 27 februari organiseerde Boerderij samen met Accon AVM en Agrifirm Exlan het webinar ‘Fosfaatreductieplan’. 220 deelnemers kregen online informatie en konden vragen stellen. Kijk het webinar terug.

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Snel delen


Sectornieuwsbrief Rundveehouderij


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.