Grote vraag naar vroege maisrassen

De vraag naar zeer vroege rassen is nog groter dan vorig jaar, zo ervaren de maiskweekbedrijven. - Foto: Matthijs Verhagen

De vraag naar zeer vroege rassen is nog groter dan vorig jaar, zo ervaren de maiskweekbedrijven. - Foto: Matthijs Verhagen


Wil je reageren? Maak dan gratis een account aan!

In deze maanden wordt de keuze gemaakt voor de maisrassen die telers dit jaar willen zaaien. De focus ligt op vroegheid van de rassen.Er is een zeer grote vraag naar zeer vroege of vroege maisrassen. Dat blijkt uit een inventarisatie onder maiszaadkweekbedrijven KWS Benelux, Limagrain en Pioneer Hi-Bred. “Vorig jaar was er veel vraag naar vroege rassen, maar dit jaar lijkt dat nog steviger door te zetten”, geeft Arjan Lassche van KWS aan. Jos Groot Koerkamp van Limagrain ervaart hetzelfde. “De vraag naar vroege rassen is nog extremer is dan vorig jaar.”De vraag naar zeer vroege rassen is nog groter dan vorig jaar, zo ervaren de maiskweekbedrijven. - Foto: Matthijs VerhagenOnderzaai in 2019Telers willen er zeker van zijn dat ze voor 1 oktober kunnen oogsten. “De ervaringen van onderzaai in 2019 spelen daar ook een rol in”, zegt Jan Willem Bruins van Pioneer. “In het hele land is er een trend naar vroegere rassen. In het Noorden zelfs naar ultravroeg.” Het accent in de veredeling ligt ook op de vroegste rassen en mede daardoor gaat de vooruitgang in die groep snelArjan Lassche, KWSVerschil in opbrengst kleinerHet verschil in opbrengst tussen de vroege en de middenvroege rassen wordt steeds kleiner. Lassche: “Het accent in de veredeling ligt ook op de vroegste rassen en mede daardoor gaat de vooruitgang in die groep snel.” Groot Koerkamp: “Er zijn inmiddels voldoende zeer vroege en vroege rassen die zich qua opbrengst kunnen meten met de opbrengst van de middenvroege groep.” Opbrengst en kwaliteitNa de keuze voor de vroegheidsgroep zijn opbrengst en/of kwaliteit de belangrijkste afwegingen in de maisrassenkeuze. Veehouders die veel mais voeren en niet om de laatste 10 gram zetmeel verlegen zitten, zullen daar voor opbrengst kiezen. Voor derogatieboeren, met relatief veel gras in het rantsoen, ligt de nadruk veel meer op de kwaliteit en het zetmeelgehalte van het ras. Slagingskansen in eigen handDe laatste twee jaar is het groeiseizoen droog geweest. Dat geeft stress, waardoor de planten ook gevoeliger zijn voor builenbrand. Er zijn wel telers die vragen om rassen met een hogere droogtetolerantie en ook om een goede resistentie tegen builenbrand, maar toch is vroegheid leidend in de rassenkeuze. Lassche ziet daarbij dat telers steeds meer beseffen dat ze de slagingskansen van de maisteelt meer in eigen hand hebben door het management op het bedrijf. Daarin zijn bodemvruchtbaarheid, kalivoorziening, zuurgraad en de mogelijkheid tot beregenen belangrijker dan de rassenkeuze.

Dit artikel is alleen voor abonnees

Al geabonneerd? 

Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement


Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen

Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen

Vorm je eigen mening met opinies en analyses


Bekijk aanbod

Lees meer over


Snel delen


Sectornieuwsbrief Rundveehouderij


Reacties

Je bent niet ingelogd


Log in of maak binnen 30 seconden een account aan

Reageer op artikelen en deel je mening met anderen.