‘Grip op aaltjes’

Foto: Frank Uijlenbroek
Alertheid blijft geboden om aardappelmoeheid tegen te gaan.Aardappelmoeheid (AM) was begin jaren negentig een heel groot probleem in de Nederlandse akkerbouw. Beperkingen aan natte grondontsmetting maakten de bestrijding van deze ziekte extra lastig. Desondanks hebben de aardappeltelers het AM-probleem toch goed in de hand gekregen en zijn de problemen aanzienlijk verminderd.Oorzaak aardappelmoeheidAardappelmoeheid wordt veroorzaakt door de nematoden Globodera rostochiensis en Globodera pallida. Een aaltjesbesmetting veroorzaakt opbrengstvermindering in de aardappelteelt. Bij zware besmetting ontstaan zogenoemde valplekken in het perceel, waar geen aardappelen groeien.Vooral de komst van resistente rassen is een uitkomst gebleken in de strijd tegen de aaltjes. Daarnaast wordt mondjesmaat water ingezet om de aaltjes een koppie kleiner te maken. Ook worden tegenwoordig lokgewassen toegepast om de aaltjes uit te hongeren.Huidige aanpak succesvolDe huidige aanpak is succesvol, want jaar op jaar worden de microscopisch kleine beestjes teruggedrongen. De besmette oppervlakte is inmiddels verminderd tot minder dan 1.400 hectare in 2018-2019. Dit is de kleinste oppervlakte in acht jaar. Cijfers over het afgelopen jaar zijn nog niet bekend, maar de voortekenen zijn gunstig. Bovendien ligt een verdere daling in de lijn der verwachting. Onderzoek wijst namelijk uit dat een herfstbestrijding met een lokgewas ook goede resultaten oplevert. Dat geeft de teler extra handvatten om de aaltjes verder te elimineren. De NVWA moet evenwel nog wel een besluit nemen of de herfstteelt van aardappelen als lokgewas erkend wordt als officiële bestrijdingsmaatregel.Alert blijvenDe aardappelteler kan voorlopig niet rustig achterover leunen wat de bestrijding van aardappelcystenaaltjes betreft. Hij moet alert blijven. Zeker omdat in de afgelopen jaren in het Noordoosten zogenoemde virulente aaltjes zijn gevonden. Deze nematoden trekken zich weinig aan van de ingekruiste resistenties in aardappelen.Nieuwe resistentiesOndanks toepassing van resistente rassen blijken de virulente aaltjes zich te vermeerderen. De aanpak van deze aaltjes is daarom gericht op het zoveel mogelijk vertragen van de verspreiding van deze beestjes door middel van bemonstering en rassenkeuzetoets. Daarmee wordt tijd gewonnen. Die tijd is hard nodig om nieuwe resistenties in rassen te kruisen die wel afdoende werken tegen deze virulente aaltjes. Deze ontwikkeling duurt jaren.Kwestie van tijdMaar, waarschuwen deskundigen, het is een kwestie van tijd dat de virulente aaltjes elders in Nederland de kop opsteken. Dus ook buiten het aardappelzetmeelgebied zullen telers scherp moeten blijven. Niet voor niks wordt continu gehamerd op bedrijfshygiëne en bestrijding van aardappelopslag.
Dit artikel is alleen voor abonnees
Al geabonneerd?
Lees onbeperkt Premium artikelen met een abonnement
Boer beter met onbeperkte toegang tot alle artikelen
Speel beter in op jouw markt met actuele prijzen
Vorm je eigen mening met opinies en analyses









